Meerjarenplan: dit stadsbestuur kiest niet voor de Antwerpenaar

Meerjarenplan: dit stadsbestuur kiest niet voor de Antwerpenaar

14 januari 2026

De begroting van de stad voor de komende zes jaar werd eind december gestemd op de gemeenteraad. In zo’n meerjarenplan worden de budgetten voor de komende legislatuur vastgelegd. Waar gaan we als stad ons geld halen? Waarin wordt extra geïnvesteerd en waarop gaat men besparen? Zo’n begroting opstellen is keuzes maken. Het stadsbestuur maakt met dit meerjarenplan keuzes die het leven voor de gewone Antwerpenaar moeilijker zullen maken. Er wordt bespaard op dienstverlening, op sociale organisaties, op stedelijk personeel. De grote beloftes rond betaalbaar wonen en beter openbaar vervoer uit de verkiezingscampagne blijven uit. Het stadsbestuur heeft besloten zich te focussen op haar “kerntaken” en laat daarbij de gewone Antwerpenaar in de kou staan. Ze vergeet haar echte kerntaken: wonen, mobiliteit en zorgen voor een stad die voor iedereen werkt. Lees hieronder onze uitgebreide analyse van de stedelijke begroting. 

1. Het grote plaatje

We nemen eerst even een kijkje naar de volledige stedelijke begroting. Dat plaatst alles wat in perspectief. 

Het totale budget van de stad Antwerpen op één jaar tijd is ongeveer 2.3 miljard euro. Daar wordt de hele werking van de stad mee gefinancierd; van de mensen die je vuilnis komen ophalen ‘s ochtends tot de energierekening van het stadhuis. Maar ook de aflossing van lopende leningen, grote infrastructuurprojecten, het onderhoud van stedelijke infrastructuur,...  

Het grootste deel van dat budget gaat naar exploitatie. In mensentaal wil dat zeggen; de dagelijkse kosten om de stad draaiende te houden, zoals lonen van personeel, werkingsmiddelen van stadsdiensten, onderhoud van gebouwen, subsidies aan sociale organisaties, enzovoorts. 

De investeringsuitgaven zijn een andere grote uitgave. Dit is het geld dat de stad uitgeeft aan straten, gebouwen, en andere grote projecten die meerdere jaren meegaan. Het stadsbestuur is er trots op het feit dat die investeringen enorm groot zijn deze legislatuur. Een bedrag van 2.4 miljard zal er de komende zes jaar geïnvesteerd worden. 

De logica die het stadsbestuur al twaalf jaar hanteert is er één van “besparen op exploitatie om geld te hebben voor investeringen, en als dat niet volstaat, dan worden de kosten aan de Antwerpenaar opgevijzeld”. Daarom werd er de laatste jaren steevast op het stadspersoneel bespaard, werden projectsubsidies van cultuur geschrapt, werden de stadsloketten gesloten, de kinderopvang geprivatiseerd, … . Allemaal beslissingen waarbij de uitgaven op exploitatie verminderen. Tegelijk werden heel wat kosten voor de Antwerpenaar de lucht in gejaagd zoals zwembeurten, parkeren, trouwen, het aanvragen van een tijdelijk parkeerverbod, … Met dat geld wil het stadsbestuur investeringen realiseren die de stad transformeren op de manier die zij graag heeft: bling, bling, en manieren om het grote geld naar Antwerpen te trekken. Sociaal beleid wordt daarbij secundair.

Natuurlijk moet een stad op lange termijn denken, en daar horen investeringen bij. De klimaatverandering stelt ons voor grote uitdagingen om de stad aan te passen, de wooncrisis wordt ieder jaar dieper, en wanneer de stad groeit hebben ook al die nieuwe Antwerpenaren recht op een degelijke dienstverlening. De vraag is natuurlijk welke keuzes je maakt: waarin ga je extra investeren, en waarin niet? 

Maar voor we daar dieper op ingaan, een belangrijke bedenking bij die “historisch hoge investeringen” waar het stadsbestuur mee uitpakt. Want krijgen ze dat geld wel allemaal op? En het antwoord zal je verbazen: eigenlijk niet. Hoewel de besparingen allemaal zijn doorgevoerd, de prijzen overal stegen, blijven de investeringsplannen opstapelen zonder dat ze worden uitgevoerd. 

Vorige legislatuur stond er per jaar gemiddeld zo’n 471.5 miljoen euro gebudgetteerd om aan investeringen uit te geven, terwijl daar maar 314 miljoen effectief van werd uitgegeven. Dat wil zeggen dat er meer dan honderdvijftig miljoen euro per jaar niet werd uitgegeven, maar wel geblokkeerd zat omdat ze voorzien was voor investeringen. Geld dat dus beter naar de dagelijkse werking van de stad, zoals de afvalophaling of de kinderopvang had kunnen gaan. 

Het is alsof de pater familias van je gezin zegt: we zetten dit jaar 15.000 euro opzij om het huis te verbouwen, de tuin te heraanleggen en de badkamer te vernieuwen. Dat betekent jammer genoeg wel dat de kinderen niet naar de voetbal kunnen, want er is geen budget over voor het inschrijvingsgeld. Aan het einde van het jaar blijkt dat enkel de tuin is gedaan. Van de 15.000 euro is er nog 5.000 euro over. Die  had het gezin dus aan andere zaken, zoals inschrijvingsgeld voor de voetbal kunnen spenderen. In plaats daarvan blijft ze het hele jaar op een aparte rekening staan, en worden de plannen niet uitgevoerd. Het jaar erop wil de pater familias daarbij ook de keuken onder handen nemen, en heeft hij plannen voor zijn mancave, dus is het opnieuw hetzelfde liedje: geen geld voor de voetbal, wel grote nieuwe plannen met de overschot van het jaar ervoor, maar geen hobbies voor de kinderen. 
Zo werkt het eigenlijk ook met een deel van het geld dat door de stad wordt opzij gezet voor investeringen. Op papier is dat geld er, maar in het dagelijks leven heb je er niets aan.

Al jaren wordt de Stad op de vingers getikt door de inspectie financiën. Als goede bestuurder moet je dit vermijden  door een beetje realistischer te budgetteren, omdat dit impact heeft op de budgettaire ruimte die je elders hebt. Met name op de middelen die je nodig hebt om je personeel of je middenveldorganisaties te doen draaien. Maar ook op de toekomst van je begroting. Omdat heel de begroting vol plannen staat die niet uitgevoerd gaan worden, gebeurt er nog iets anders: de stad zegt leningen te zullen aangaan in de toekomst. En die leningen zullen moeten terugbetaald worden, inclusief rente. En dus ziet het financieel plaatje van de stad er op lange termijn veel slechter uit dan in realiteit het geval is. In de huidige boeken staat dat de stad in 2031 maar liefst 1,8 miljard euro schuld zou hebben. Schepen van Financiën Koen Kennis (N-VA) beweert bij hoog en laag dat het die leningen nooit zal moeten aangaan. En dat is waarschijnlijk ook waar. Maar om die te kunnen inschrijven heeft het wel in de toekomst noodzakelijke sociale investeringen geschrapt. Zo houdt hij de druk hoog, kan hij zeggen: 'Het geld is op, we moeten snijden’, terwijl er wél geld is voor hun eigen prestigeprojecten.

 

2. Keuzes die het leven van de Antwerpenaar moeilijker zullen maken

Tegenover het enorme bedrag aan investeringen in de komende legislatuur staat de realiteit op het terrein. Het stadsbestuur kiest ervoor om het geld te halen bij de gewone Antwerpenaar. Dat doen ze op drie manieren: besparen op het middenveld, afbouwen van stedelijke dienstverlening en door stedelijke goederen en diensten duurder te maken. . 

Laat ons bij dat middenveld beginnen; Schepen van Sociale Zaken Van Baren (N-VA) gaat daar het verst in: ze schrapt voor maar liefst drie miljoen euro aan werkingsmiddelen van verschillende sociale middenveldorganisaties als CAW en SAAMO. Maar het blijft niet bij één schepen, al zijn de besparingen bij Sociale Zaken het grootst. Ook organisaties die actief zijn op het gebied van cultuur, veiligheid, activering of gezondheidszorg krijgen een forse besparing te slikken. Denk bijvoorbeeld aan de Geitestoet in Wilrijk, die 225.000 euro aan stedelijke subsidies geschrapt zien worden. Of MOPA, een organisatie die zich bezighoudt met palliatieve zorg voor terminaal zieke mensen met een islamitische achtergrond. Maar ook de eigen stedelijke werking ontkomt er niet aan. Atlas, het stedelijk agentschap voor integratie en inburgering, verliest de helft van haar werkingsmiddelen. Allerlei projecten voor nieuwkomers gericht op het leren van Nederlands, het vinden van een job en mensen wegwijs maken in onze stad, zullen stopgezet moeten worden. 

Dat heeft natuurlijk grote gevolgen. Projecten die vaak goed werk leveren, bakken ervaring hebben en over de jaren heen een grote expertise hebben opgebouwd, worden van de ene op de andere dag stopgezet. Dat zal gevolgen hebben voor het dagelijkse leven in de stad. Over de concrete gevolgen op het terrein kan je hier meer lezen. 

Ook op de dienstverlening van de stad wordt sterk bespaard. De beperking van de werkloosheid in de tijd zorgt voor heel wat extra werkdruk bij het OCMW. Om dat op te vangen worden er extra maatschappelijk werkers aangeworven. Op zich is dat een goede zaak. De werkdruk ligt nu al hoog bij het OCMW. Maar om die extra aanwervingen te compenseren wordt er vanaf 2027 15 miljoen bespaard op de rest van het stedelijk personeel. In de neoliberale visie van het stadsbestuur moet de personeelslijn per se vlak blijven. Dat wil dus zeggen: er mag geen extra personeel bijkomen. Wat er aan de ene kant bijkomt, moet er langs de andere kant terug af. Maar waar gaat men die besparingen doen? Het is al de derde legislatuur op rij dat er bespaard wordt. De werkdruk is bij veel diensten nu al torenhoog wegens personeelstekort.  Bij de kinderopvang, stadsreiniging, stadstoezicht, de loketwerking,... is ongeveer een kwart van het personeel langdurig afwezig wegens ziekte. Bovendien dreigt het niet bij die ene 15 miljoen te blijven. In het verslag van de Inspectie Financiën staat er te lezen dat men van plan is om 15 miljoen per jaar te gaan besparen op stedelijk personeel. Wanneer de PVDA daar duidelijkheid over vroeg, bleef het stadsbestuur ons het antwoord schuldig. Wat ze wel al konden vertellen is dat men elk jaar opnieuw zal gaan kijken hoe men “met chirurgische precisie de personeelslijn nog efficiënter kan maken.” Wat wil dat zeggen? Dat het er op lijkt dat dit niet de laatste besparingsronde was. 


Terwijl er dus bespaard wordt op de dienstverlening, wordt die tegelijk ook duurder. De retributies voor heel wat stedelijke goederen en diensten worden een stuk duurder. Van zwembeurten tot jeugdkampen, van trouwen tot je auto parkeren, vanaf januari betaal je voor allerlei zaken die deel uitmaken van het dagelijks leven in de stad gevoelig meer. Volgens het stadsbestuur gaat het om een indexering, en is die nodig om de stedelijke dienstverlening in stand te kunnen houden. Maar er zijn twee redenen waarom dat argument niet klopt. 

Ten eerste: de zogenaamde indexering. Het stadsbestuur haalt er de inflatiecijfers van het Federaal Planbureau bij. Volgens de stad bedroeg de inflatie tussen het najaar van 2022 en vandaag 12.5% Dan is het logisch dat de prijzen nu met 12.5% stijgen, toch? Wel, niet echt. Ten eerste stijgen de prijzen van veel goederen en diensten van de stad met een pak meer dan 12.5%. Een dagactiviteit met de jeugddienst wordt 66% duurder. Het uurtarief voor de huur van een voetbalveld stijgt met 37.5%. Een LEZ-dagpas wordt 28.5% duurder. Stijgingen die de inflatie vlotjes overtreffen en dus gewoon platte prijsverhogingen zijn. 

Er zijn ook tarieven die wel die 12.5% “inflatie” volgen, zoals de uurtarieven van de verschillende parkeerzones, of de twaalfbeurtenkaart in de stedelijke zwembaden. Maar ook hier klopt er iets niet. De 12.5% waar de stad naar verwijst gaat over de inflatie tussen najaar 2022 en december 2025. Maar in het najaar van 2022, toen de inflatie torenhoog was, is er al een aanpassing van de tarieven geweest om de prijzen aan die inflatie aan te passen. Als je de inflatiecijfers van 2022 nu opnieuw meerekent, zoals het stadsbestuur doet, tel je die eigenlijk dubbel. Het zou dus correcter zijn om enkel met de inflatie van 2023, 2024 en 2025 rekening te houden. Dan krijg je een ander beeld; namelijk een inflatie van 9.7%.1 Elke retributie aanpassing die boven de 10% gaat, en dat zijn ze zowat allemaal, gaat dus eigenlijk verder dan een indexering, en dient vooral om extra inkomsten te genereren. 

De tweede zaak die niet klopt in het verhaal van de tariefaanpassingen, is het feit dat ze niet voor alle goederen en diensten van de stad geldt. Als de prijzen zogezegd verhoogd moeten worden om de dienstverlening in stand te kunnen houden, zou je denken dat ze voor alle stedelijke dienstverlening geldt, toch? Wel, het stadsbestuur is niet erg consequent in haar keuzes. Ken je de Antwerp City Pass? Dat is een kaart die toeristen kunnen kopen waarmee ze van een voordeeltarief kunnen genieten in stedelijke musea en op het openbaar vervoer. Op zich geen probleem natuurlijk. Maar de prijzen voor de Antwerp City Pass moeten blijkbaar niet geïndexeerd worden om de dienstverlening te kunnen blijven garanderen. De boodschap is duidelijk: de gewone Antwerpenaar is hier en gaat niet weg, die kunnen we gerust wat meer uitmelken. Maar op vlak van citymarketing moet Antwerpen kunnen blijven concurreren met de andere steden.

 

En dan is er de derde vraag: waarom zou een stad eigenlijk haar tarieven per se moeten laten stijgen met de inflatie? Ironisch genoeg maakt dat het leven voor de mensen alleen maar duurder, en zorgt dat op zich voor meer inflatie. Want inflatie meet de prijsstijging die mensen betalen. Omdat de stad haar diensten, die iedereen moet betalen, duurder maakt, zal dat ook doorsijpelen in de inflatiecijfers van 2026, en die omhoog duwen.

Bovendien wordt er helemaal geen rekening gehouden met een effectief gestegen kost voor de stad, waardoor een indexatie noodzakelijk zou zijn. In Zwitserland hebben bij de hoge energiecrisis de lokale besturen er net voor gekozen om de prijzen van zwembaden en andere openbare dienstverlening gelijk te houden, omdat dit de levensduurte, en dus de inflatie, temperde.

Afbraak van het stedelijk middenveld, besparingen op stadspersoneel en duurdere dienstverlening. Dat zijn de drie manieren waarop dit stadsbestuur ons leven moeilijker zal maken. Ze zijn geen natuurwet, maar het gevolg van politieke keuzes. De keuze om te besparen op de gewone Antwerpenaar. Maar waar gaat het geld dan naartoe? 

3. Welke keuzes maakt het stadsbestuur dan wel? 

Laat ons beginnen met een overzicht: waar gaat het meeste geld in de begroting van de stad naartoe, en hoe wordt dat verdeeld?

Om te beginnen kunnen we kijken naar de budgetten die nodig zijn om de dagelijkse werking van de stad te onderhouden. Zoals eerder gezegd is het jaarlijks budget waar de stad mee werkt zo’n 2.3 miljard euro. Maar liefst één vijfde van dat budget, meer dan vierhonderd miljoen, gaat naar het beleidsdomein veilighei

d. Een van de
stokpaardjes van de N-VA. En dat is geen alleenstaand feit, want bekijken we het per partij van de stadscoalitie, dan zien we dat het geld vooral naar de schepenen van die partij gaat. Zowel wat werkingsmiddelen als investeringen betreft, gaat het leeuwendeel van de middelen naar beleidsdomeinen die onder de N-VA vallen.

 




Vooruit beweerde op het begin van de legislatuur dat de partij zou wegen op het beleid, maar dta is in de cijfers alvast niet te zien. Bovendien hebben ze met domeinen als wonen, cultuur en jeugd wel bevoegdheden in handen waar de noden erg groot zijn. Alleen zou je puur op basis van de cijfers kunnen zeggen dat de budgetten niet volgen. Om dit hard te maken, loont het de moeite om enkele belangrijke bevoegdheden in detail te gaan bekijken.

Wonen

Wonen was één van dé thema’s tijdens de verkiezingscampagne en de partij deed enkele grote beloftes in haar verkiezingsprogramma, zoals het wegwerken van de wachtlijst voor sociaal wonen tegen 2040, en bindende regels bij grote bouwprojecten. Volgens Schepen van Wonen Patrick Janssens (Vooruit) was er een trendbreuk nodig met het vorige beleid. 

Die trendbreuk is in elk geval niet te zien op vlak van wonen. De werkingsbudgetten stijgen nauwelijks tegenover de vorige legislatuur. De vraag is hoe die trendbreuk er gaat komen, als er geen bijkomend budget is.

Er wordt wel meer geïnvesteerd: 63 miljoen deze legislatuur tegenover 53 miljoen tijdens de vorige. Tien miljoen extra dus. Maar als je ermee rekening houdt dat de bouwkosten gestegen zijn met meer dan 40 procent, is dat eigenlijk minder dan vorige legislatuur.2 Het staat vast dat dit te weinig zal zijn om de wooncrisis in Antwerpen fundamenteel aan te pakken. Waarom dat zo is, leggen we hieronder even uit.

Een belangrijke sleutel die de stad in handen heeft om te wegen op het woonbeleid, is sociaal wonen. De budgetten die daarvoor voorzien zijn in de stedelijke begroting, blijven ongeveer gelijk. Maar dat geeft niet het volledige beeld. Woonhaven, de sociale huisvestingsmaatschappij van de stad, is een zogenaamde verzelfstandigde entiteit. Dat wil zeggen dat ze haar eigen begroting heeft, maar wel onder toezicht staat van het stadsbestuur. Woonhaven krijgt ook middelen vanuit Vlaanderen. De investeringen in sociale woningen vallen dus grotendeels buiten het meerjarenplan van de stad wat de financiering betreft, al zet de schepen van Wonen natuurlijk wel de lijnen uit.

Die lijnen zijn in het bestuursakkoord al vastgelegd: 7.500 nieuwe of grondig vernieuwde sociale woningen tegen 2031. In een stad waar 45.000 gezinnen op een wachtlijst voor een sociale woning staan, is dat natuurlijk veel te weinig. 
Of zelfs dat aantal gehaald zal worden is twijfelachtig. Vorige legislatuur werden de beloofde 5.000 sociale woningen niet gehaald: er werden slechts 2.298 nieuwe of grondig vernieuwde sociale woningen gerealiseerd. Ook deze legislatuur lijkt het hetzelfde liedje te worden. Volgens cijfers van Woonhaven staan er tussen 2026 en 2031 3.640 nieuwe of grondig vernieuwde sociale woningen gepland.3 

Schepen Janssens bevestigde dat ook tijdens de bespreking van de begroting in december. Woonhaven zou per jaar gemiddeld zo’n 120 miljoen euro in sociale woningen willen investeren. Als je weet dat een woning van 80 vierkante meter zo’n 200.000 euro kost,4 kan je aan het rekenen slaan. Met een investering van 120 miljoen euro per jaar bouw je zo’n 600 woningen (dat gaat dan over kleine appartementjes). Aan dat tempo zullen er tegen 2031 3.600 nieuwe sociale woningen bijgebouwd worden. Ruim onder de beloftes dus. Investeringsplannen te over in onze stad, maar als het gaat over betaalbaar en sociaal wonen, is er geen geld.

Om aan de resterende nieuwe sociale woningen te geraken, kijkt het stadsbestuur naar de private ontwikkelaars. Maar zonder vaste regels bij grote bouwprojecten zijn we van hun goede wil afhankelijk. Harde garanties blijven dus uit. 

En dat terwijl de schepen Janssens aan de andere kant opschept met het feit dat hij door heel veel ontwikkelaars benaderd wordt om ‘betaalbaar wonen’ te ontwikkelen. Wat zij daarmee bedoelen is een gesubsidieerde vorm van bouwen. Daarbij krijgt de ontwikkelaar de belofte dat hij 15% méér huur krijgt dan de marktprijs, op voorwaarde dat de woningen verhuurd worden voor 15% onder de marktprijs. De dertig procentpunt verschil wordt bijgelegd met een subsidie van Vlaanderen. Dat geld haalt Vlaanderen uit de pot die eigenlijk bedoeld is voor sociaal wonen. Het is een pervers systeem waar Vooruit zich in het verleden tegen verzet heeft in het Vlaams parlement, maar nu trots toepast in de stad Antwerpen en in Vlaanderen. Joy Verstichele, woordvoerder van het Vlaams Huurdersplatform, is kritisch over het systeem “De huurprijzen op de private markt zijn tegenwoordig zo hoog, dat veel mensen die ook met een korting van 15 procent niet zullen kunnen betalen.” zegt hij in GvA.5

In het verleden bleek al dat het systeem van budgethuur waar de Vlaamse regering en het stadsbestuur mee willen uitpakken, niet bepaald voor betaalbare woningen zorgt. Voor een éénslaapkamerappartement betaal je al gauw 857 euro per maand.6

Maar zelfs al reken je het mee als een inspanning om de wooncrisis aan te pakken, lijkt het er niet op dat er deze legislatuur erg veel gerealiseerd zal worden. Vorige legislatuur trok de stad 23.8 miljoen uit om “betaalbare” woningen te realiseren. In totaal kwamen er 182 effectief bij.7, 8 Komende legislatuur voorziet schepen Janssens maar de helft van dat budget: iets meer dan 11 miljoen euro. Nochtans maakte hij de belofte dat er 280 budgetwoningen per jaar zullen bijkomen. Aangezien er minder budget voorzien is om deze vanuit de stad zelf te voorzien, zal er vooral op private spelers gerekend moeten worden. Maar opnieuw: zonder vaste quota rond betaalbaar wonen waar die zich aan moeten houden, heb je geen enkele harde garantie dat die woningen er zullen komen. Op een markt van 280.000 woningen zijn 280 budgetwoningen bovendien een peuleschil, het gaat om 0.1% van de totale woonmarkt. 

Ironisch genoeg maakt het bericht van Janssens duidelijk dat er wel degelijk met investeerders gewerkt kan worden, op voorwaarde dat het duidelijk is voor hen. Met de PVDA stellen we voor om de Antwerpse Woonregel in te voeren, waarbij ontwikkelaars voor grote bouwprojecten moeten voorzien in ten minste één derde betaalbare en één derde sociale woningen. Het laatste derde mogen ze naar believen ontwikkelen. De eerste twee-derde woningen worden door de stad en Vlaanderen gekocht tegen een vooraf afgesproken bedrag, waardoor de ontwikkelaar zeker is van afname. Dat heel wat private ontwikkelaars interesse hebben om samen te werken met de stad, toont aan dat zij op zoek zijn naar zekerheid, iets dat de stad hen kan bieden. En tegelijk de wooncrisis in Antwerpen aanpakken.


Op vlak van wonen lijkt de trendbreuk die ons werd beloofd er dus niet te komen. Hoe zit het voor dat andere hot topic van de verkiezingen; ons openbaar vervoer?  

Mobiliteit

Schepen van Mobiliteit Koen Kennis (N-VA) kondigde trots aan dat er 100 miljoen geïnvesteerd zal worden in de Antwerpse mobiliteit. Het grootste deel van die investeringen gaat naar verkeersinfrastructuur en de Oosterweelverbinding. Dat is ook logisch, maar er is tegelijk een opvallende afwezige: ons openbaar vervoer.  

Tijdens de campagne was iedereen het erover eens dat het openbaar vervoer in Antwerpen beter kan en moet. In het bestuursakkoord werden er dan ook allerlei beloftes gedaan: een districtentram, een ringspoor, meer vervoer over water, nachttrams, tramverlengingen op de Bisschoppenhoflaan en naar het UZA. De PVDA wees er aan het begin van de legislatuur al op dat deze beloftes zes jaar geleden ook al eens gedaan werden. Zolang er geen budgetten tegenover staan, zal het bij beloftes blijven, zeiden we toen. Het lijkt er in elk geval op dat dat uiteindelijk ook zo zal zijn. 

Hier en daar zijn er wel projecten rond openbaar vervoer: zo zal het Zuidstation verder worden afgewerkt, komt er een treinstation op Linkeroever, en gaat men inzetten op het verbeteren van “overstappunten”, waar je van de ene vervoersmodus op de andere overstapt. Maar de grote infrastructuurprojecten waar in het bestuursakkoord over gesproken wordt zijn nergens te bespeuren.

Het stadsbestuur verschuilt zich graag achter het excuus dat die bevoegdheid bij de Vlaamse regering ligt. Ze vergeten daarbij gemakshalve dat ook op dat niveau N-VA & Vooruit samen besturen. Meer nog, we hebben eindelijk een Antwerpse minister van Mobiliteit (Annick De Ridder). Daarmee zouden volgens schepen Kennis alle mobiliteitsproblemen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Maar ook in de Vlaamse financieringsplannen zijn zaken als de tramverbinding over de Bisschoppenhoflaan of een busverbinding naar de haven niet opgenomen. De stad zou het heft in eigen handen kunnen nemen en bepaalde projecten prefinancieren. Daarbij schiet de stad de middelen voor nieuwe infrastructuur voor aan De Lijn, om de boel sneller vooruit te doen gaan. Dat deed ze in het verleden bijvoorbeeld bij Brabo 2, waarbij een nieuwe tramlijn tot aan het Eilandje werd aangelegd.9 Ze doet dat vandaag ook bij de omstreden keerlus in Deurne Zuid; de stad legde daarvoor al minstens zes miljoen euro op tafel. Ook andere maatregelen die het aanbod van ons bestaande openbaar vervoer zouden kunnen verbeteren, zoals beter afgestelde verkeerslichten of het aantrekken van extra chauffeurs, staan niet gebudgetteerd. 

De begrotingsgesprekken hebben dus duidelijk gemaakt dat de verkiezingsbeloftes rond mobiliteit en wonen niet waargemaakt zullen worden. Ook bij andere bevoegdheden gaan de budgetten weliswaar de hoogte in, maar moet dat met een stevige korrel zout genomen worden. 

Jeugd & Cultuur

Het stadsbestuur kondigde bijvoorbeeld aan dat de budgetten voor jeugd en cultuur sterk worden verhoogd. Dat is ook echt nodig, want op beide gebieden is de vorige legislatuur door datzelfde stadsbestuur stevig bespaard.

De voorganger van Schepen van Jeugd Bachar (Vooruit) was zijn partijgenoot, Jinnih Beels. Die besloot in 2022 stevig in de budgetten te snoeien. De energiecrisis woedde volop en de inflatie was torenhoog. Het stadsbestuur schoof de rekening naar de Antwerpenaar door. Toenmalig schepen van Jeugd Beels deed dat door te besparen in het jeugdwerk. Terwijl er de inflatie tegen de 10% liep, besloot ze de budgetten voor jeugd maar met 2% te indexeren. Een besparing van twee miljoen euro per jaar. Van de 160 voltijds equivalente jeugdwerkers in de stad Antwerpen, moesten er 25 tot 30 van af. Dat was toen 15% van het professionele jeugdwerk in de stad.10 Omdat die middelen jaarlijks terugkeren en nooit zijn rechtgezet, betekent dit dat er intussen cumulatief al ongeveer 8 miljoen euro minder naar jeugd is gegaan. Schepen Bachar heeft de budgetten voor jeugd verhoogd met zo’n 9.5 miljoen. Dat is een goede zaak, maar het gaat dus vooral om het rechtzetten van de besparingen van zijn voorganger. 

Dezelfde tendens valt te zien op vlak van cultuur. Schepen Lien van De Kelder gaat het budget voor cultuur optrekken met tien miljoen deze legislatuur. Dat is uiteraard een goede zaak. Ze draait daarmee alvast een besparing van haar voorganger terug. Onder Schepen Nabilla Ait Daoud werden vorige legislatuur de projectsubsidies voor startende kunstenaars afgeschaft. Een besparing van 720.000 euro per jaar. Daarnaast werd ook beslist om de werkingsmiddelen voor culturele organisaties niet te indexeren. Door de torenhoge inflatie en energieprijzen had dat grote gevolgen: organisaties konden de stijgende kosten niet meer dekken en moesten besparen.

Het is dus positief dat het stadsbestuur op deze besparingen moet terugkomen. Er komt ook extra budget voor kunstencentra en atelierruimte, iets waar de PVDA al lang voor pleit. Tegelijkertijd zien we wel dat kunst en cultuur vooral blijven dienen voor citymarketing. Schepen Van De Kelder focust op haar “vlaggeschepen”: grote instellingen met een internationale uitstraling. Cultuur die dicht bij de mensen staat en eerder laagdrempelig is, kan op minder goodwill rekenen. Zo bespaart het stadsbestuur bijvoorbeeld 225.000 euro per jaar op de Geitestoet in Wilrijk, een breed volksfeest dat al jaren traditie is in het Geitendorp. Wie wil genieten van cultuur zal ook genoeg in zijn portemonnee moeten hebben zitten: het voordeeltarief, waarmee mensen die het financieel moeilijk hebben culturele activiteiten of kunstonderwijs kunnen terugbetaald krijgen, wordt afgeschaft. Met een geplande ‘optimalisatie’ van de prijzen voor musea in het voorjaar lijkt ook de deur op een kier te staan voor prijsverhogingen zoals we die op andere beleidsdomeinen ook zagen. 


Sociale zaken

Hoewel schepen van Sociale Zaken Van Baren bespaarde op de werkingsmiddelen van tientallen organisaties, wil ze van het woord “besparingen” niet weten. “Er gaat 24 miljoen euro extra per jaar naar sociale zaken”, verklaarde ze trots op de gemeenteraad. Maar klopt dat cijfer wel? Ook hier is het belangrijk te kijken op welke manier men met de middelen omgaat. 

Een eerste kanttekening: er is geen sprake van 24 miljoen euro extra per jaar. Dat zou willen zeggen dat het bedrag dat de stad uitgeeft aan sociale zaken tijdens deze legislatuur zou vermeerderen met 144 miljoen euro. Dat valt echter nergens op te maken uit de cijfers. Tegenover vorige legislatuur komt er weliswaar 54 miljoen extra budget bij, maar dat is een eenmalige verhoging. Bovendien valt dat vooral te verklaren door de aanwerving van extra personeel om de beperking van de werkloosheid in de tijd op te vangen, waarvan de kost geschat wordt op 59 miljoen euro.  

Bovendien is de opschepperij van de schepen over de extra budgetten wel heel cynisch. Het zijn de partijgenoten van het stadsbestuur die op federaal niveau met de beperking van de werkloosheid in de tijd voor een enorme toenemende druk op het OCMW zorgen. De armoede in de stad zal daardoor toenemen. Aan de andere kant zet ze het mes in werkingsmiddelen voor allerlei sociale organisaties die dagelijks op het terrein actief zijn. Maar liefst drie miljoen wordt er bespaard. Daardoor moeten heel wat waardevolle projecten worden stopgezet. Projecten die mensen in armoede een stem geven, hun rechten helpen opnemen, op een menswaardige manier naar leefbaar werk toeleiden.Er wordt bespaard op kwetsbare mensen en hun begeleiders. Mensen die elke dag het beste van zichzelf geven, in een stad waar een armoedeprobleem is, waar een wooncrisis is. Die mensen verdienen respect voor het werk dat ze dag in, dag uit doen, geen besparingen.

 

4. Terugplooien op de "kerntaken"

Het stadsbestuur gebruikt de “moeilijke budgettaire situatie” als excuus voor de talloze besparingen (op personeel, op het middenveld) en prijsverhogingen. We moeten teruggaan naar onze kerntaken, klinkt het dan. 

Maar wat zijn die kerntaken dan juist? Betaalbaar wonen, degelijk openbaar vervoer, sterke openbare dienstverlening of sociale organisaties die mensen in armoede helpen vallen daar blijkbaar allemaal niet onder. Maar welke zaken dan wel? 

Een van de belangrijkste taken die het stadsbestuur voor ogen heeft, is citymarketing. Dat is een neoliberaal proces waarbij een stad zichzelf benadert en promoot als een competitief “product” op een internationale markt, met de focus op het aantrekken van kapitaal, toerisme en private investeringen, vaak via branding, evenementen en vastgoedontwikkeling. 

Om die “kerntaak” te vervullen, gaat het stadsbestuur zeer ver. Denk maar aan de vele prestigeprojecten van de afgelopen jaren. Ook deze legislatuur is daar weer geen gebrek aan. Zo gaan we maar liefst 45 miljoen aan Vlaams geld steken in het culinair centrum Smaakhaven, op de kaaien. Daar komt nog eens 40 miljoen aan stedelijke middelen bovenop om een ondergrondse parking voor de bezoekers van Smaakhaven. Dat is meer dan tien keer het bedrag dat wordt bespaard op het sociaal werk. 

Een andere “kerntaak” van het stadsbestuur, is de eigen portemonnee. De uittredingsvergoedingen van de schepenen voor het einde van de legislatuur, goed voor een half miljoen, staan alvast gebudgetteerd. Ook de dienstwagens van de schepenen, ook goed voor een half miljoen, zijn alvast besteld. 

Nog zo’n cruciale taak van het stadsbestuur: recepties organiseren. Niet voor eender wie natuurlijk. Al zeker niet voor de mensen van het middenveld of het eigen stadspersoneel, als goedmakertje voor de besparingen. Nee, een receptie voor militaire attachés in… Parijs. Daarmee wil het stadsbestuur zoveel mogelijk schepen naar the Tall Ships Races krijgen volgend jaar. Ons niet gelaten, maar hoe krijg je uitgelegd dat champagne drinken met enkele admiraals in Parijs wél een kerntaak is van de stad, en een project als Wonen met Kansen niet? 

 

Een begroting is een kwestie van keuzes     

Antwerpen is een rijke stad. De budgetten die rondgaan zijn gigantisch, en er is wel degelijk geld genoeg. De vraag is alleen hoe dat geld gebruikt wordt. Dat is een kwestie van politieke keuzes. Dit stadsbestuur kiest vandaag meer dan ooit voor een beleid dat van Antwerpen een stad voor de rijken maakt. Voor wie een dikke portemonnee heeft is het in ‘t stad goed toeven. De gewone Antwerpenaren staan intussen te wachten op een bus die niet opdaagt. Ze zijn wanhopig op zoek naar een appartementje op een oververhitte woningmarkt. Ze betalen zich blauw aan een zwembeurt, een sportkamp, of een parkeerplek terwijl de stedelijke dienstverlening tegelijkertijd steeds verder wordt afgebouwd. Intussen plooit het stadsbestuur zich terug op haar zogenaamde kerntaken. 

De PVDA ziet andere kerntaken voor een stadsbestuur. Dat moet er in de eerste plaats zijn voor haar inwoners. We moeten zorgen dat iedereen in Antwerpen een dak boven zijn hoofd heeft, zonder zich daar blauw aan te betalen. Dat we door degelijk en betaalbaar openbaar vervoer vlot op ons werk, op school of op de sportclub geraken. Een stad waar je je bovendien niet blauw moet betalen om te sporten, te parkeren, of op kamp te gaan met de jeugdwerking. Een stad met een sterke openbare dienstverlening en respect voor haar eigen personeel. Dat zijn de kerntaken waar wij op zullen blijven hameren. 


Bronnen:

1) https://www.plan.be/nl/data/indexcijfer-der-consumptieprijzen

2) de index i-2021 wordt gebruikt voor prijzen van overheidsopdrachten in de bouw te herzien, en die index is sinds november 2020 gestegen met maar liefst 44,6%. https://economie.fgov.be/nl/themas/ondernemingen/specifieke-sectoren/bouw/prijsherzieningsindexen/mercuriale-index-i-2021 

3) presentatie van Woonhaven op de commissie wonen van 25 maart 2025: https://streamingstadhuis.antwerpen.be/SitePlayer/raadzaal?lang=nl&session=683 

4) https://www.matexi.be/nl/nieuws-en-artikels/matexi/nieuwbouw-kostprijs 

5) https://www.gva.be/regio/antwerpen/regio-antwerpen/antwerpen/district-antwerpen/linkeroever/grootste-private-project-voor-budgethuren-in-vlaanderen-gelanceerd-op-linkeroever-verkleint-dit-kortingsysteem-de-crisis-op-de-huurmarkt/117367870.html 

6) https://antwerpen.pvda.be/nieuws/betaalbare-fierens-appartementen-zijn-veel-te-duur 

7) https://antwerpen.n-va.be/nieuws/stad-realiseert-20-nieuwe-budgethuurwoningen-in-de-oudemansstraat?utm_source=chatgpt.com 

8) https://ebesluit.antwerpen.be/zittingen/25.0113.4585.9073/agendapunten/25.0610.6409.1906;jsessionid=71C2EC5D5FAF96643CCDC7FDA1547235 

9) https://omgeving.vlaanderen.be/nl/stadsprojecten-brabo-2-en-oosterweelverbinding 

10) https://www.gva.be/regio/antwerpen/regio-antwerpen/antwerpen/ook-antwerpse-jeugdwerkers-zelf-ongerust-over-aangekondigde-besparingen-in-hun-sector-we-gaan-veel-jongeren-kwijtspelen/26069327.html