Stadsbestuur laat culturele- en jeugdverenigingen aan hun lot over

De hoge energieprijzen en de losgeslagen inflatie raken niet enkel de gezinnen, de zelfstandigen, de KMO's en de stad als organisatie. Ook vele sociale, culturele, sport- én jeugdorganisaties moeten deze hogere kosten ophoesten. Toch worden hun werkingsmiddelen niet geïndexeerd. Hun opdrachten worden zwaarder, maar hun middelen steeds lichter. Mie Branders vroeg op de gemeenteraad van september 2022 aan de schepenen van Jeugd, Cultuur en Sociale Zaken om de verenigingen met de nodige indexering terug genoeg zuurstof te geven.

Doe hetzelfde met 10% minder middelen 

“Door het niet-indexeren zegt u tegen de sociale organisaties: doe hetzelfde met bijna 10% minder middelen. U zegt tegen de jongeren van Kras en Jes: we gaan het met 10% minder moeten doen. Als je niet wil blijven, dan mag je vertrekken. Als je ziek wordt, gaan we je niet vervangen. Als je zwanger wordt, gaan we niemand in je plaats laten komen. We gaan je tijdelijk contract niet verlengen. We gaan jullie het veld in sturen met minder middelen. We verwachten dat de problemen op het terrein zullen vergroten, maar jullie gaan gewoon hetzelfde doen met minder volk. Jullie gaan gewoon harder werken met wie er nog overblijft”, vatte Mie Branders het samen. Voor een grote organisatie als Kras zou een indexering 400 à 500.000 euro meer kosten aan de stad.

Schepenen van Jeugd, Cultuur en Sociale zaken houden tanden op mekaar

“Hoe denken de schepenen daar nu over”, vroeg Mie Branders zich af. “Zullen jullie in de aanpassing van het meerjarenplan de werkings- en investeringssubsidies voor deze verenigingen indexeren?  Of moeten de verenigingen deze kosten deels of volledig zelf ophoesten? Welke criteria zal u toepassen om te bepalen of verenigingen al dan niet extra financiering krijgen?”

Terwijl de medewerkers van de verenigingen de bui al zien hangen, en er heel veel onzekerheid is op de vloer, houden de schepenen de tanden op mekaar. De anders zo media-lievende Beels, Meeuws en Ait Daoud bleven zwijgen als vermoord. Het was schepen van Financieën Kennis, die hen uit de wind moest zetten. En dat deed hij volgens de gekende N-VA-formule, door een standaard antwoord te geven en niet in te gaan op de concrete vragen: “De stijgende energieprijzen en de snel opeenvolgende loonindexeringen zetten de financiële evenwichten van de stad onder druk. Bij de zesde aanpassing van de Meerjarenbegroting moeten we erover waken dat de stad financieel gezond blijft, ook om de verenigingen in de toekomst gezond te houden. Die oefening loopt nu. Het is niet verstandig om er nu al voorafnames op te doen.”

De politieke keuzes zijn geen deel van het openbaar debat op de gemeenteraad

Het is evident dat er scherpe keuzes moeten gemaakt worden. “Die zijn altijd politiek”, zei Mie Branders. “Ofwel gaan we Essentia, DHL en Amazon nog een beetje sponsoren.  Ofwel gaan we versterken op de menselijke rijkdom in onze stad en onze sociale, culturele, jeugd- én sportorganisaties een correcte verloning geven, aangepast aan de index. Dat is een politieke keuze.” Maar dat debat wenst het stadsbestuur niet in de gemeenteraad te voeren. Dat doen ze onder mekaar in het schepencollege. De oppositiepartijen mogen dan bij de begrotingsstemmingen commentaar geven. Tot zover het democratisch gehalte van de Grote Verbinding.