PVDA Deurne vraagt meer ambitie voor armoedebestrijding, fietsveiligheid en inspraak

De Deurnese districtscoalitie van N-VA, sp.a en Open Vld presenteert haar bestuursakkoord ‘Ambitieus Deurne’. Wat vooral opvalt is het gebrek aan ambitie in armoedebestrijding, in het jeugdbeleid en in fietsveiligheid. Over samenleven in diversiteit spreekt het akkoord al helemaal niet. Kristof Vissers, Manal Toumi en Abdelaziz El Fadili, PVDA-districtsraadsleden in Deurne, schreven hun uitgebreide bedenkingen bij het bestuursakkoord neer.

Overkapping van de Ring en Zwembad Arena doodgezwegen

In het najaar van 2017 gingen wij de baan op in Antwerpen. Bijna 9000 Antwerpenaren gaven ons gedurende gemiddeld twintig minuten hun ongezouten mening over de stad. Ook in Deurne vroegen we de mening van 1589 inwoners over een veertigtal maatschappelijke thema’s. Armoedebestrijding, mobiliteit en verkeersveiligheid, en betaalbaar wonen waren veruit de belangrijkste thema’s. Onze PVDA-fractie heeft dit bestuursakkoord dan ook getoetst aan die thema’s en aan de ambities van dit bestuur om het verschil te maken op die thema’s.

Daarnaast vroegen we die 1589 Deurnenaars ook wat zij specifiek voor Deurne de belangrijkste uitdaging vonden. Het open houden van het Arena Zwembad én de volledige overkapping van de Ring zijn de belangrijkste prioriteit, allebei werden ze gekozen door meer dan een derde van de bevraagden.

Wij zien deze twee prioriteiten nergens in het bestuursakkoord terug komen. Letterlijk geen woord over het Arena Zwembad. Nochtans voerde sp.a de afgelopen jaren campagne om het zwembad open te houden. Jullie zitten nu aan het stuur, zowel hier als in de stad, maar ik zie noch hier noch in de stad ambitie om het buurtzwembad te behouden.

De overkapping van de Ring komt alleen terloops aan bod, zijdelings vernoemd als ondergrond voor het doortrekken van een groene slinger van Deurne naar Borgerhout. Maar als advies staat de overkapping er niet in.

En dat is opvallend, want die andere overkapping, die van de E313, die staat er wel in. Waarom is dat dan? Is de volledige overkapping van de Ring niet belangrijk voor dit college? Denken jullie dat die overkapping al afgeklopt en verworven is? Denken jullie dat we niet meer op die nagel moeten blijven kloppen?

Adviezen zonder ambitie en strijd 

Het is des te opvallender omdat er heel veel adviezen in dit akkoord staan. Adviezen over waterbussen, over Velo, over de driehoek rond het Sportpaleis, over de ingebruikname van de Noord-Zuidverbinding op de Ruggeveldlaan, over het bouwen van nieuwe sporthallen, dat allemaal wel. Maar dus niet over het Arena zwembad en niet over de overkapping van de Ring.

Maar er is ook een probleem met de adviezen die wél in dit bestuursakkoord staan. Ik vind nergens de ambitie terug om ze ook echt te realiseren. Met de PVDA hebben wij nooit onder stoelen of banken gestoken dat wij voorstander zijn om adviezen die de districtsraden stemmen bindend te maken. Maar zolang die adviezen niet bindend zijn moeten we zelf alles in het werk stellen om positieve antwoorden te krijgen van de hogere overheden.

Een groot aantal van de adviezen in het akkoord komen uiteindelijk terecht bij De Lijn en het Agentschap Voor Wegen en Verkeer. Over beide instanties wist districtsburgemeester Sekeris (N-VA) ons in de voorbij jaren te vertellen ‘dat er binnen die instanties niemand naar hem luisterde, dat het zelfs quasi onmogelijk was een deftige afspraak met hen te regelen’. Nochtans vallen beide instanties onder de bevoegdheid van een partijgenoot van de burgemeester.

Collega’s, jullie zullen snel merken dat we ook de beperkte ambities in de adviezen bij hogere overheden niet zomaar cadeau krijgen. En wat ik dan van sp.a en schepen Vercammen had verwacht – u bent toch iemand die met beide voeten in de geschiedenis van de socialistische arbeidersbeweging staat – is dat u in dit bestuursakkoord minstens één verwijzing had kunnen neerpennen naar de manier waarop het district deze adviezen gaat ondersteunen. Hoe we die adviezen kunnen afdwingen; hoe we de bevolking van Deurne samen brengen; hoe we hen informeren; hoe we hen de straat op krijgen om die hogere overheden onder druk te zetten. Het staat er niet in, we hebben er het raden naar.

De enige adviezen waar hier de voorbije jaren naar geluisterd is, zijn adviezen die actieve steun kregen van grote delen van de bevolking. Kijk bijvoorbeeld naar de resultaten van Ademloos, StRaten-Generaal en Ringland. Dat we, zoals in de inleiding van het bestuursakkoord staat, ‘beter gehoord worden als we unanieme beslissingen nemen’ en dus ‘nog meer dan in vorige legislaturen een samenwerking tussen meerderheid en oppositie betrachten’; dat ‘de voorzitter van de districtsraad’ daar zelfs ‘een bemiddelende opdracht’ voor krijgt; dat getuigt van een ongelooflijke naïviteit in de krachtsverhoudingen tussen district en stad. Maar ook naïviteit in de politieke keuzes van het stadsbestuur en andere hogere overheden om rekening te houden met de wensen van deze districtsraad. Zonder de actieve steun van de bevolkingen gaan jullie heel weinig van deze adviezen, van jullie ambities, kunnen realiseren.

Ambitieus sociaal beleid begint bij concrete armoedebestrijding 

58 procent van de deelnemers aan onze bevraging zet armoede bij de top drie van de belangrijkste thema’s. Het is duidelijk, armoedebestrijding is dé topprioriteit voor de Deurnenaar. Toch zien we dat niet in dit bestuursakkoord. Het woord armoede komt één keer voor in het akkoord.

Wel staat er in dat er ‘dubbel zoveel geld aan sociaal beleid’ besteed zal worden. Maar die belofte wordt vooraf gegaan door een lange inleiding dat het toch vooral ‘geen evidente districtsmaterie is om te werken aan sociaal beleid, vermits dat een exclusieve stadsbevoegdheid is.’

2 x 0 = 0

Zonder concrete maatregelen is die belofte om dubbel zoveel geld te voorzien vooral een lege doos. Ik wil jullie een rekensom voorleggen: hoeveel is 2x0? Het dubbel van heel weinig is natuurlijk nog altijd weinig. En dat zien we ook in dit bestuursakkoord. Er staan geen nieuwe zaken in, geen concrete actiepunten.

Positief is dat het bestuur initiatieven zoals buurthuizen Dinamo en ‘t Pleintje verder wil uitbouwen. Zij hebben ervaring in budgetbegeleiding en kunnen in de toekomst een nog grotere rol spelen in armoedebestrijding. Ambitie in sociaal beleid zou betekenen dat het district in deze wijkhuizen bijvoorbeeld een ‘rechtenverkenner’ aanstelt (of een advies inschrijft om die rechtenverkenners daar vanuit de stad aan te stellen). ‘Rechtenverkenners’ bekijken samen met de mensen of ze wel alle sociale tegemoetkomingen krijgen waar ze recht op hebben.

Maar ambitie betekent ook dat je een buurtwerking op poten zet in op zijn minst enkele van de 18 andere Deurnese buurten. De noodzaak is dringend en groot: één op vier Deurnese kinderen groeit op in een kansarm gezin. Dat toont de ware grootte van onze armoedecrisis. We missen de ambitie om ook in die andere buurten een wijkhuis op te richten, om ook iets te doen aan de dringende noden van die buurtbewoners, om een effectief verschil te maken in het leven van vele Deurnenaars.

Als je dan toch adviezen neerschrijft in een bestuursakkoord waarvoor je eigenlijk ‘afhankelijk bent van anderen’, dan kan je die adviezen best een beetje ambitieus maken. Eén extra sociaal restaurant voor een district van bijna 80.000 inwoners en een onderzoek naar één bijkomende bibliotheek is behoorlijk mager als je wil wegen op de bestrijding van armoede… Waarom staat er geen voorstel in rond de betaalbaarheid van huisvesting? Weet u dat in Deurne slechts 4% van alle woningen sociale huisvesting is? Welke impact op sociaal beleid zou een advies hebben om in elk nieuw bouwproject minstens één derde sociale woningen te voorzien? Dat zou in ieder geval veel effectiever zijn om de armoede in ons district te bestrijden.

Inspraak en participatie zijn meer dan communicatie van bovenaf

Meer dan drie kwart van de Deurnenaren vindt dat de stad en het district échte inspraak moeten organiseren voor ze nieuwe projecten opstarten. Nog een resultaat uit onze grote bevraging. Die hoge score verraadt natuurlijk heel wat ontevredenheid over de huidige inspraak in deze stad. Bewoners kunnen pas hun zegje doen nadat alles al lang beslist is, nadat alles al in kannen en kruiken is.

De krijtlijnen van grote projecten liggen vaak al lang vast vooraleer het bestuur met de burger ‘communiceert’. Daarna start het district nog wel ‘participatietrajecten’ op, al of niet afgesloten met een ‘charter’. Maar in de regel zijn die trajecten vooral eenrichtingsverkeer, van de stad naar de bewoners, en is er nog weinig échte ruimte voor veranderingen vanuit de buurt.

Ook in dit bestuursakkoord zien we duidelijk die top-down visie, waarin er vanuit gegaan wordt dat betrokkenheid van de burger begint bij ‘goed doordachte communicatie’. Het hoofdstuk ‘Van informatie tot participatie’ gaat hoofdzakelijk over communiceren, over informatie geven. Het gaat veel minder over samen ons district maken of over samen beslissen.

Daar waar het wel gaat over participatie, lijkt die participatie alleen gereserveerd te zijn voor mensen die zich kunnen organiseren. Mensen die in adviesraden zitten, mensen die in buutcomités of bewonersgroepen zitten. Mensen die in verenigingen zitten.

We zien hier geen nieuwe initiatieven om ook niet-georganiseerde bewoners inspraak in het beleid te geven. En daar zijn nochtans heel wat mogelijkheden voor: via internetenquêtes, via inspraakbijeenkomsten, via plaatselijke referenda of via de herinvoering van het vragenuurtje.

Maak de verkeersassen fietsveilig

32% van alle Deurnenaren zet mobiliteit in de top drie van belangrijkste thema’s. Maar op onze open vraag wat mensen het eerst zouden aanpakken, was ‘werken aan fiets- en verkeersveiligheid’ het meest voorkomende antwoord.

Op vlak van mobiliteit zien we een aantal goede initiatieven. Het advies voor volwaardig openbaar vervoer op de Noord-Zuidverbinding is een goeie zaak. De introductie van de waterbussen en de uitbreiding van het Velo-systeem vinden wij ook een goeie zaak. Maar ook hier blijft de vraag hoe we er als district voor gaan zorgen dat die adviezen echt serieus genomen worden door de hogere overheden.

Maar wat betreft fietsveiligheid vinden we dat dit bestuursakkoord niet ambitieus genoeg is. De geplande fietsstraten in de Cornelissenlaan, de Peter Benoitlaan en het kleine stukje op de Boterlaarbaan zijn zowat de meest autoluwe straten van heel Deurne. Daar fietsstraten van maken is dus vooral goed om het fietsvriendelijk blazoen van het district op te poetsen, maar gaat weinig echte impact hebben op de fietsveiligheid.

Tezelfdertijd zien we dat dit nieuwe bestuur geen initiatief meer gaat nemen om de situatie op het heraangelegde stuk van de Herentalsebaan te veranderen en verbeteren. De fietsers worden er op dit moment van hun sokken gereden. En als het de fietsers niet zijn, dan wel de voetgangers. Het is eigenlijk nog erger, impliciet staat in dit bestuursakkoord dat het college de Herentalsebaan nu fiets- en voetgangersvriendelijk vindt… En dat we fase 2 op dezelfde manier gaan aanpakken. Ik kan nu al beloven dat dat op heel veel verzet gaat stoten, verzet van ons, verzet van de buurt, verzet van belangenverenigingen.

Geef jongeren verantwoordelijkheid en vertrouwen

Geven we onze jongeren wel genoeg inspraak en gebeurt dit op de juiste manieren?

Op onze jongeren moeten we vertrouwen door naar hen te luisteren en hun mening te waarderen. Dit laten we merken door hen inspraak te geven. In het bestuursakkoord van het district Deurne staan inderdaad enkele regels over ‘de jongeren meer inspraak geven’ en hen te laten participeren in het beleid, maar behalve de ‘jeugdtoets’ die ingesteld zou worden voor de jeugdraad staan daar geen concrete zaken in die uitleggen, hoe we deze jongeren nu meer inspraak gaan geven. Wij denken dan aan het concrete initiatiefrecht. Waarom zouden de jongeren van de jeugdraad geen initiatiefrecht kunnen krijgen op de districtsraden? Zo kunnen ze zelf vragen indienen en punten op de agenda zetten.

Jongeren zijn voortdurend bezig met internet en sociale media. We hebben tegenwoordig de drang om alles te digitaliseren, kunnen we die drang nu ook gebruiken waar het moet? Namelijk bij de jongeren. Waarom creëren we geen digitaal platform waar jongeren heel laagdrempelig vragen op kunnen stellen en ideeën kunnen indienen?

Maar we hebben daarnaast als district ook de plicht om jongeren niet alleen over het algemene districtsbeleid meer inspraak en vertrouwen te geven, maar ook over de uitwerking van het jeugdbeleid zelf.

We zouden jeugdmonitoren moeten opleiden die op hun beurt verantwoordelijk worden gesteld voor de animatie en de goede gang van zaken op hun buurtpleinen. Een voorbeeld hiervan zien we in Borgerhout waar ze het concept van PleinPatrons hebben uitgevonden, een project met hele goede resultaten. De jongeren kregen verantwoordelijkheden en we zien dat ze er heel goed mee omgaan. Zo ontstaat er ook een vertrouwensband tussen deze jongeren en de buurt. Dergelijke projecten zouden we meer moeten stimuleren.

In het bestuursakkoord van Deurne staat er al redelijk wat over het aanbod van het district voor kinderen. Verschillende criteria worden daar aangehaald: gevarieerd, kwaliteitsvol en betaalbaar. Maar waarom maken we het aanbod niet gewoon gratis? Waarom organiseert het district geen gratis open aanbod? We moeten steeds uitgaan van een zo laag mogelijke drempel, zodat echt ieder kind, iedere jongere de kans krijgt om mee te doen en niemand buitengesloten wordt.

Voor georganiseerde jeugdverenigingen, genre Chiro en scouts is er veel aandacht en zijn er middelen. Maar we vrezen dat het jeugdwerk met ongeorganiseerde jongeren een stiefkindje blijft. Jeugdwerk is van cruciaal belang. De nieuwe coalitie wil graag de jeugdhuizen terug op de kaart zetten, maar zonder concrete initiatieven: waar zal het bestuur gaan zoeken naar ruimte, middelen en infrastructuur voor instuifmogelijkheden van jongeren? Intenties om jongeren een plaats te geven zijn er al lang, we hebben nu concrete oplossingen nodig.

Jongeren hebben er ook zeker alle baat bij dat we het jeugdwerk meer ondersteunen in hun werking en op een structurele wijze betrekken bij het beleid. Deze jeugdwerkers zijn namelijk degenen die op het terrein staan en zij kennen de jongeren in hun buurt, zij weten wat de noden zijn en waar het beleid aangepast moet worden.

Wij steunen het idee voor een maximaal gedeeld gebruik van het bestaand patrimonium. De schoollokalen openstellen na de schooluren, dat is een goed idee. Het district moet dat in samenspraak met JES en KRAS doen. Enkel zo zullen we met dat initiatief niet alleen kinderen maar ook jongeren bereiken. Zo kunnen we voor hen in elke wijk een lokaal aanbieden waar ze samen kunnen komen.

We willen ook het belang onderstrepen dat het district specifieke aandacht moet geven aan de noden van meisjes. Zij moeten zich ook kunnen vinden in het aanbod van het jeugdwerk en van het district.

Samenleven in diversiteit, onbestaande volgens het bestuursakkoord

In de vorige coalitie was samenleven nog een bevoegdheid van een schepen uit het college. Het vorige bestuur had in ieder geval nog de ambitie om een diversiteitsraad op te richten in Deurne. Niet dat die raad ooit is samen gekomen, maar de intentie was er wel. Wanneer we dit akkoord lezen lijkt diversiteit in Deurne helemaal niet te bestaan. Welgeteld één keer lezen we de ambitie om meer aandacht te besteden aan het diverse karakter van ons district: de schepen van seniorenbeleid wil de seniorenraad diverser maken.

Nochtans is ons district heel divers. Blijkbaar heeft het districtsbestuur dat nog niet opgemerkt aangezien er geen aandacht wordt gegeven aan dit thema. We moeten als district tonen dat we fier zijn op onze diversiteit met concrete initiatieven. We kunnen de verschillen die bestaan op een positieve manier in de verf zetten. Het kan hier gaan om de etnische culturele diversiteit, maar ook om diversiteit in gender, seksuele geaardheid en personen met een beperking. Dit kunnen we doen in ons straatbeeld, in campagnes en in de communicatie van het district. Net zoals het hele district regenboogkleuren kreeg tijdens de Pride Parade moeten we meer van dergelijk initiatieven nemen.

Bij het bekijken van dit bestuursakkoord lijken ook racisme en discriminatie nauwelijks te bestaan. Nochtans zijn racisme en discriminatie feitelijke realiteiten en verhinderen ze dat iedereen zich goed voelt in zijn of haar buurt.

In deze hele tekst worden er nauwelijks twee regels aan racisme en discriminatie gewijd: het districtsbestuur wil initiatieven voor vorming organiseren aan leerlingen en leerkrachten over racisme en discriminatie, gender en LGBT+ en mensen met een beperking. Andere initiatieven staan er niet in het akkoord, buiten onze scholen lijken racisme en discriminatie niet te bestaan. Wij denken daar anders over en stellen enkele concrete initiatieven voor:

* We voegen een antidiscriminatiecharter toe aan het subsidiereglement voor verenigingen.

* We promoten als district actief de internationale dag van de strijd tegen racisme.

* We nemen initiatieven om positieve contacten tussen politie, wijkbewoners en jongeren op buurtvergaderingen te bevorderen.

Dit zijn maar enkele voorbeelden van hoe wij als district ervoor kunnen zorgen dat we de diversiteit van onze bevolking als een troef beschouwen en dat we racisme en discriminatie op alle vlakken kunnen tegengaan en verminderen. Het is dus heel jammer dat hier geen aandacht aan besteed is in het bestuursakkoord.

 

(Auteurs: Kristof Vissers, Manal Toumi en Abdelaziz El Fadili)


Schrijf als eerste een reactie

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.

Dit is jouw beweging