Gewone mensen moeten de prijs van de oorlog niet betalen!

Maandagavond 28 maart vond er tijdens de Antwerpse gemeenteraad een debat plaats rond de oorlog in Oekraïne.
Fractievoorzitter Peter Mertens riep op om te zorgen dat de prijs van de oorlog niet wordt betaald door gewone mensen, maar door diegenen aan de top die er verantwoordelijk voor zijn. Lees hieronder zijn volledige tussenkomst.

Wij kunnen ons vinden in de motie die door collega Laenens naar voor is gebracht, zowel in de inhoud als in de toon. Er is inderdaad een lange en rijke traditie als handelsstad met een vrije en tolerante geest, er is ook het vreedzaam samenleven van heel veel verschillende mensen in onze stad, van verschillende afkomsten, overtuigen en gezindten.

Wij kunnen ons ook vinden in de wil van het Antwerpse stadsbestuur om op een goede en humanitaire manier vluchtelingen op te vangen, en zijn net als velen blij op de positieve respons van vele stadsgenoten om te helpen. Dat is nodig, ten aanzien van elk slachtoffer van elke oorlog.

Vandaag en gisteren nog, op Linkeroever, overheerst in de eerste plaats een houding van solidariteit met al diegenen die de oorlog in Oekraïne zijn ontvlucht, en dat is een sterk signaal. We mogen blij zijn dat dat signaal er is, en dat mensen niet tegen elkaar worden opgezet.

Tegelijkertijd zijn er heel veel vragen, dat weten we. Omdat de oorlog de derde crisis op rij is. De covidcrisis heeft het voor veel Antwerpenaren echt moeilijk gemaakt, en we zijn er nog steeds niet helemaal doorheen. Dan kwam de energiecrisis, met torenhoge facturen nog voor de oorlog. Een kwart meer mensen namen contact op met het OCMW, omdat ze hun energiefactuur niet meer kunnen betalen, terwijl een aantal grote spelers en speculanten woekerwinsten boeken. Daar komt vandaag ook de oorlogscrisis bij, met veel economische gevolgen, met sancties en tegensancties, met vluchtelingen die de oorlog en ellende ontvluchten.

De vrees bestaat dat de energieprijzen nog meer gaan stijgen, door speculatie, door de nieuwe contracten met Qatar, met Saudi-Arabië, of met het vloeibaar gas en schaliegas uit de Verenigde Staten. De vrees bestaat ook dat broodprijzen zullen stijgen, net als die van vele andere levensproducten, omdat Oekraïne en Rusland sleutelproducenten zijn van graan, tarwe, zonnebloemolie, enzovoort. Dat zal ook gevolgen hebben in Egypte, in Irak, in het Midden-Oosten dat heel afhankelijk is van het Oekraïense graan. Men vreest daar nieuwe hongersnoden, en dus ook opnieuw mensen die op de vlucht gaan voor honger en ellende.

Het debat rond de sancties is een complex debat. Wij hebben als partij vanaf de eerste moment gepleit om sancties te nemen die zich focussen op de tegoeden van de oligarchen zelf, door het pleiten van maatregelen die eindelijk de belastingparadijzen aan banden zouden leggen. In die zin hebben we initiatief genomen in het Europees Parlement, maar die maatregelen werden door het Europees Parlement verworpen. Nochtans zouden sancties echt de oligarchenkliek rond Poetin moeten treffen, en niet de gewone gezinnen, ginder niet en hier niet.

Natuurlijk is dat een complex debat, maar dat betekent niet dat het niet gevoerd moet worden. Gewone mensen die niet verantwoordelijk zijn voor de oorlog, moeten niet de prijs betalen.

In onze stad heb je het debat rond de diamantsector, en over de 30.000 mensen die in de diamant werken. Hoe kan je er voor zorgen dat de oligarchen geraakt worden, maar dat de mensen die in de sector werken niet het grootste slachtoffer zijn?

Dezelfde vraag stellen ook de 400 arbeiders van EuroChem. Die leven nu al weken in onzekerheid over hun job. Het bedrijf produceert meststoffen, maar is in Russische handen. Door de sancties zijn de rekeningen waarmee de lonen van de werknemers worden uitbetaald geblokkeerd. Het bedrijf kan ook geen grondstoffen meer ontvangen, waardoor de productie stil ligt. Eurochem ligt op de site van BASF. Een deel van de productie van BASF ligt daardoor ook stil, net zoals vrachtwagenbestuurders en scheepsverladers. Alle contracten met toeleveranciers zijn opgeschort.

Er zijn beloftes om de lonen de komende twee maanden nog uit te betalen. Dat zou goed nieuws zijn. Maar wij begrijpen heel goed de vraag van de arbeiders om snel hun productie te kunnen heropstarten, om ervoor te zorgen dat de knowhow aan boord blijft en de geschoolde arbeid en kennis het bedrijf niet verlaat. Het meststoffenbedrijf is van cruciaal belang voor de voedselvoorziening in België, Europa, en de rest van de wereld.

De vakbonden vragen dat de productie van EuroChem Antwerpen opnieuw op te starten “onder het toezicht van de overheid of een externe toezichthouder zodat duidelijk blijkt dat er geen geldstromen naar gesanctioneerde personen vloeien”. Dat is een redelijke en een concrete vraag. Het gaat om 400 mensen die ook hun facturen moeten betalen: hun huis, hun vervoer, de kinderen die naar school gaan. Zij hebben niet gekozen voor dit conflict, en zouden er ook niet de gevolgen van moeten dragen. Ik hoop dat het stadsbestuur mee zoekt hoe men de oproep vanuit de vakbonden en de arbeiders kan ondersteunen, om een snelle oplossing te zoeken.

De drie crisissen die elkaar opvolgen, de covidcrisis, de factuurcrisis en de oorlog, leiden allemaal tot een zekere verarming van de bevolking. Ik wil oprecht alle medewerkers van het OCMW en de stad bedanken die dag in dag uit klaar staan om de vele hulpvragen op te vangen. De werkdruk is groot, er is eigenlijk nog veel extra personeel nodig, maar de medewerkers staan klaar, dag in dag uit.

De drievoudige crisis zorgt voor moeilijke tijden, en we moeten ervoor zorgen dat de solidariteit niet omslaat in rivaliteit. Voorlopig overheerst de solidariteit, en dat is een goede zaak. Maar waar schaarste is, kan dat makkelijk omslaan in rivaliteit. Zijn er pistes vanuit de stad om met andere steden samen te pleiten voor een herfinanciering van de middelen van het OCMW, of om op een andere manier extra middelen te voorzien?