Drama Nieuw-Zuid: welke druk wordt op zo’n bouwprojecten gezet?

“Nieuw-Zuid moet kanteloment zijn voor een écht sociaal charter”. Peter Mertens interpelleerde burgemeester Bart De Wever op de gemeenteraad van 28 juni 2021.

Vrijdag 18 juni om 14u30 maakte onze stad een ramp mee. Een nieuwe school, die binnen enkele weken moest opgeleverd worden plotseling instortte op het ogenblik dat er meer dan 80 mensen aan het werk waren om het zo snel als mogelijk afgewerkt te krijgen.

Vijf mannen kwamen om het leven. Ik overloop hun namen. Mihail Balan. Carlos Dias Quiterio. Nicolae Ivanov. Christiano Rebelo Santo. Antonio Do Couto Doro.

Vijf makers van scholen. Vijf bouwvakkers. Vijf mensen. Mannen, echtgenoten, vaders, broers.

Zij kwamen hier om een school te bouwen, maar bekochten hun arbeid met hun leven. In plaats van een school vonden ze op Nieuw Zuid een graf. Naast hen belanden meerdere collega’s in het ziekenhuis. Maar ook wie er ongedeerd uitkwam draagt dit trauma zijn leven lang mee. 

Hulpdiensten, stadsdiensten, brandweer, politie, het is enorm wie zich die vrijdag, én de afgelopen dagen, met man en macht heeft ingezet om de mensen te helpen. Mijn diep respect voor alle hulpverleners.

En nu komt de tijd voor het onderzoek. Om precies aan te geven wat er is misgelopen. Die tijd moet er zijn.

Er schortte sowieso iets met de timing van dat project”

Ik heb de afgelopen week met heel wat bouwvakkers gesproken. Ook met enkelen die op de werf aan het werk waren. Ik sprak met Emil. Ik sprak met Saïd. Ik sprak met Ali, die ook in de krant zijn verhaal heeft gebracht. Er zijn een aantal signalen waar we als stad niet doof voor kunnen blijven. “Er schortte sowieso iets met de timing van dat project”, zegt Ali, een loodgieter die op de werf aan het werken was. “Die school moest én zou tegen 1 september klaar zijn. Daar deden de mensen van hoofdaannemer Democo ons élke keer weer aan herinneren. Het tempo op de werf lag dan ook verschroeiend hoog.” Ali zou naar eigen zeggen tot twee keer toe de veiligheidsproblematiek hebben aangekaart bij Democo, maar telkens bot hebben gevangen. “Om de trappen te beschermen wordt over de treden een tapijt gelegd. Maar die zat na verloop van tijd vol gaten en scheuren. Twee keer ben ik nét niet van de trap gedonderd nadat ik over die tapijt was gestruikeld. Toen ik vroeg om het probleem op te lossen, werd ik weggezet. “Zet een helm op”, klonk het botweg. Ook onveilig vond ik het feit dat er maar één in- en uitgang aan het gebouw was. Voor in totaal 90 arbeiders. Ook nu weer kreeg ik geen gehoor. Op de duur durfde ik bij Democo over helemaal niets meer klagen.” 

Onder de getuigenis van de loodgieter zijn er veel reacties van bouwbakkers die het verhaal bevestigen. Nogmaals, het onderzoek moet de oorzaak van het ongeval vastleggen.

Maar wij kunnen en moeten als stad wel een aantal vragen stellen over de werven in onze stad, die onder de verantwoordelijkheid van de stad vallen, of onder de verantwoordelijkheid van haar dochters, zoals AG Vespa. Deze ramp zou écht een kantelmoment moeten zijn.

Donderdag was er een herdenking van bouwvakkers, en van hun vakbonden. “Iedereen concurreert zich zot, en biedt bodemprijzen aan. Die bodemprijzen eisen hun tol, Peter”, zeiden de mannen van de bouw mij. “Iedereen staat onder enorme tijdsdruk, alles moest gisteren al klaar zijn, en men perst 61 minuten uit elk uur. Dan worden er al eens grenzen overschreden, van mensen, van kabels, van kranen, van stellingen. En controle is er vaak niet, of onvoldoende. En dat begint bij het begin, bij het ontwerp en bij de berekening.”

En dus moeten wij ons als stad ook afvragen of de planning die wij vooropstellen realistisch was? Iedereen heeft – terecht – gezegd dat we heel veel ‘chance’ hebben gehad dat de school niet open was, met 480 kindjes. Maar wat leren we hier uit? Misschien ook wel dat de druk die de opdrachtgever zet, van bij de start, te hoog is?

Werknemers halen aan dat de deadline om de school in gebruik te nemen hen totaal onrealistisch leek en een enorme druk zette op de planning en de werkorganisatie. Wat was de exacte deadline voor de oplevering? Welke discussies werden hierover gevoerd zijn tussen AG Vespa en Democo, en wat is er exact gebeurd om die deadlines toch te halen? Is er druk gezet om de school sneller dan verantwoord was, opgeleverd te krijgen? 

Nieuw-Zuid moet kanteloment zijn voor een écht sociaal charter

We moeten wachten op het onderzoek, een onderzoek dat tot op het bot moet gaan om de ware toedracht bloot te leggen. Maar dat kan heel lang aanslepen, omdat er natuurlijk veel partijen zijn betrokken: de hoofdaannemer, onderaannemers, architecten, studiebureaus, controle-organismen enzovoort. Daarover schrijft de krant De Tijd terecht: “Die discussies kunnen jaren aanslepen. Dat leidde in het verleden, zoals bij de gas-ontploffing van Gellingen, vaak tot pijnlijke situaties van slachtoffers die jaren later nog altijd niet volledig waren vergoed.”

Ook wij blijven met veel vragen zitten. Wat waren de gevolgen van onhaalbare deadlines voor de werken? Is er in het kader van de DBFM-projecten en publiek-private samenwerking bespaard op materialen en bouw? Waren er inspecties in de afgelopen maanden en wat wezen die uit? Wat hield het bouwheerschap van AG Vespa juist in en werden alle veiligheidsvoorschriften grondig nageleefd en gecontroleerd?

Maar vóór we alle antwoorden kennen, moeten we ook vooruit gaan om de veiligheid te garanderen. Het drama op Nieuw-Zuid moet een kanteloment zijn. Om nu écht een sociaal charter in te voeren dat preventief werkt. Daarvoor moeten we niet wachten. Dat kunnen we nu doen.

En als we heel eerlijk zijn, beste collega’s, hadden we dat in het verleden al moeten doen. Vijf jaar geleden, in april 2016, hebben wij samen met de sp.a het “sociaal charter” van de bouwvakbonden voorgelegd op de gemeenteraad. En we hebben dat nog eens opnieuw ingediend in september 2017.

In april 2016 ben ik samen met Yasmine Kherbache tussen gekomen om dat sociaal charter te verdedigen. Op de gemeenteraad zei ik toen, ik citeer letterlijk uit het verslag: “Ik wil de mannen en vrouwen bedanken die letterlijk deze stad groot maken. Ze bouwen de scholen voor onze kinderen, ze bouwen de appartementen en de huizen waarin we wonen, ze bouwen de infrastructuur bouwen die we elke dag gebruiken. Maar ze doen dat vaak in erbarmelijke omstandigheden. De feiten van sociale dumping zijn alarmerend, vooral ook omdat ze onder onze ogen gebeuren, ook onder verantwoordelijkheid van de stad Antwerpen. Het is dan ook bijzonder een goede zaak dat er eindelijk een charter voorligt vanuit de werknemersorganisatie om een einde te stellen. Tenminste, op het terrein waarop we als stad verantwoordelijk zijn. Ik reken er op dat dit charter vanavond unaniem wordt goedgekeurd.”

Dat is dus vijf jaar geleden. Maar het charter werd niet goedgekeurd. Niet in april 2017, en ook niet in september 2017.

Er zijn twee essentiële punten in dat charter die vandaag meer dan ooit actueel zijn:

  1. Ten eerste: de verplichting dat hoofdaannemer zich engageert voor de toepassing van alle veiligheidsvoorschriften, ook voor onderaannemingen. Zo staat in artikel 1 van dat charter. Uit de eerste verhalen van bouwvakkers en loodgieters die op de werf aanwezig waren, blijkt dat dit mogelijk niet is gerespecteerd.

  2. Ten tweede: naast de organisatie en de toepassing van de veiligheidsregels stelt het charter tegen sociale dumping ook dat er op elk ogenblik duidelijk moet zien over wie er werkt, voor welk bedrijf. Dat was ook niet het geval. Zelf zei u dinsdag in de pers mijnheer De Wever het volgende: “Het was een kluwen van (onder)aannemers, nationaliteiten en identiteitspapieren. Niemand had echt overzicht. Zo is er uren gezocht naar een vermiste die uiteindelijk in het ziekenhuis bleek te liggen”. Wel, de verplichting in een register te voorzien stond letterlijk in het charter dat in april 2016 en in september 2017 hier op de gemeenteraad voor lag. Maar het is hier van tafel geveegd.

De standpunten van de vakbonden zijn niet het evangelie”

Wat was het antwoord toen op ons voorstel? “Mijnheer Mertens, ik zou u er graag op willen wijzen dat de standpunten van de vakbond niet altijd het evangelie zijn. Al weten we dat U partij dat wel graag zou willen natuurlijk. U hebt geen concrete aanwijzingen voor malversaties op onze werven. Dit is het zoveelste perfide spelletje van de PVDA die via de vakbonden het land wil destabiliseren.” Ik verzin dat niet. Dat was letterlijk het antwoord van toenmalig N-VA-fractieleider Carine Leys op de gemeenteraad van 25 september 2017, toen wij het charter voor de tweede keer voorlegden.

De standpunten van de vakbonden zijn niet het evangelie”, zei men toen. En dat ging over een sociaal charter waarin de hoofdaannemer zich zou engageren voor de veiligheid op het werk. En dat ging over een sociaal charter waarin verplicht werd dat er een verplicht register zou komen voor wie wanneer voor welke firma aan het werk was. Dat was allemaal het evangelie niet, zei men.

Wat hebben dan de vermaledijde vakbonden vervolgens gedaan? Hebben zij het land gedestabiliseerd, zoals mevrouw Leys van de N-VA zei? Neen, dat hebben ze niet gedaan. Wat hebben ze wel gedaan? Ze hebben toen maandenlang onderzoek gedaan op de werven onder toezicht van de stad, en hebben vervolgens telkens aangetekende brieven gestuurd met de concrete overtredingen. Daar is niets mee gebeurd. Maar het charter is wel van tafel geveegd. Bouwvakkers van de Algemene Centrale hebben daarop een struisvogelei aan het stadsbestuur bezorgd, omdat het stadsbestuur haar kop in het zand bleef steken. 

Het charter tegen sociale dumping ís een antwoord op een losgeslagen markt van bouwbedrijven waar een kat haar jongen niet meer in terugvindt.  En waar maximale winst de veiligheid, de arbeidsvoorwaarden van alle werknemers ondermijnt. Destijds was de reactie van het stadsbestuur: er is geen probleem. Vandaag vragen wij opnieuw een engagement van de stad en een strikt kader voor opdrachtnemers. 

Het charter is niet enkel een kader om de sociale dumping aan te pakken en de veiligheid te verhogen voor elke bouwvakker. Het vraagt ook voldoende personeel te voorzien voor de strijd. Daarom vragen wij het stadsbestuur ook een vraag te richten aan de federale overheid om het aantal inspecteurs voor de bouwwerven in Stad Antwerpen onmiddellijk te verhogen. 

We hebben gezien dat de stad haar hulp heeft aangeboden voor de families van de slachtoffers van Moldavische achtergrond in het voorschieten van de kosten voor repatriëring, vliegtuigtickets, begrafeniskosten. Dat is een goede zaak. Wij hopen dat die stappen gezet worden naar alle slachtoffers. Wij hopen ook dat slachtofferhulp contact neemt met alle 88 arbeiders die op de werf aanwezig waren, en dat verantwoordelijke AG Vespa en Democo de gegevens daarvoor aan verantwoordelijke diensten, waaronder CAW Slachtofferhulp, bezorgen.

Tot slot hoop ik echt dat het drama van Nieuw-Zuid écht een kantelmoment zal zijn, voor de bouwwerven in onze stad, en in ons land. Wij kunnen daar alvast preventief aan bijdragen door een preventief sociaal charter in te voeren. Ik dank u.

Doe je mee?