“Beetje ambitie aub: vier stedelijke werven in tijden van corona”

Op de gemeenteraad van november lag de aanpassing van het meerjarenplan van de Stad Antwerpen voor. PVDA-fractieleider Peter Mertens vroeg voor meer ambitie om de corona-pandemie en de impact hiervan op de stad te bestrijden op vier werven: die van het stedelijk personeel, de zorg, de jeugd en de armoedebestrijding.

Beste raadsleden,

 

De corona-pandemie zorgt voor de grootste crisis van de laatste halve eeuw en heeft onze samenleving grondig door elkaar geschud. De armoede is toegenomen. Jongeren hebben het moeilijk om hun plaats te vinden. De zorgverleners trekken de tweede golf in, en die weegt zwaarder dan de eerste. De horeca is toe, de kleine zelfstandigen lijden, de cultuur gaat kopje onder.

Een half jaar geleden, bij de eerste aanpassing van het meerjarenplan in mei, vroeg ik aan de schepen om de tijd te nemen in het najaar lessen te trekken en de werking in vraag te stellen op verschillende terreinen. Om bepaalde zaken anders te organiseren in deze diepe crisis. Dat werd toen bevestigd. “Nu houden we een technische aanpassing waar de impact van de coronacrisis nog niet in kon verwerkt worden, in het najaar gaan we dat wel kunnen doen.”

Wel, dat gebeurt vandaag niet. De meerjarenbegroting ademt geen ambitie om nu écht te schakelen, en een aantal lessen te trekken uit de eerste twee corona-golven. Er is meer van hetzelfde, er is business-as-usual. Op de commissies de afgelopen week waren er haast geen presentaties van schepenen om hun beleid te verdedigen, er is geen bevlogenheid, er heerst moeheid.

Vorige maand zei raadslid en spoedarts Kevin Verreecken in een emotioneel betoog: “We zijn als zorg door de hogere overheden Vlaanderen en Federaal in de steek gelaten. We moeten daar niet flauw over doen, maar de stad doet meer dan wat ze volgens haar bevoegdheden zou moeten doen.” 

De hogere overheden bleven inderdaad grotendeels in gebreke. Zowel federaal als Vlaams. Kijk maar naar het rapport van Amnesty International dat stelt dat de mensenrechten in de Woonzorgcentra zijn geschonden. Dat moest ook burgemeester De Wever vaststellen over de situatie gevangenen in het arresthuis van de Begijnenstraat: “onleefbaar”.

Enkel de ongelofelijke inzet van het personeel zorgt ervoor dat er geen rampen plaatsvinden. Richard Horton, hoofdredacteur van het prestigieuze medische tijdschrift The Lancet, zei vorige week: “Uw politieke systeem heeft tekortgeschoten. De meeste van die 14.000 Belgische coronadoden hadden vermeden kunnen worden.”

En wat doet de stad in dat alles? Het is goed dat we de 75-plussers opbellen om te vragen hoe het met hen gaat. Het is goed dat we een corona-testdorp hebben om de eerste lijn te verlichten. Het is goed dat het absurde boetesysteem van de LEZ tijdelijk on-hold is gezet. Maar het is niet goed dat er vandaag géén echte verschuivingen zijn in het beleid, en dus ook niet in de begroting. Dat is niet goed.

“Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen aan het budget”, zegt de schepen van Financiën. Wel, dat zegt alles. Corona heeft in onze stad een aantal pijnpunten bloot gelegd die wij als stedelijke gemeenschap niet langer kunnen negeren. De plaats van het stadspersoneel. De rol van de zorg in onze stad. De plaats van de jongeren. En de toenemende armoede. We zouden nu ambitie moeten tonen om daar vier werven rond op te zetten: om stedelijk personeel, zorgpersoneel, en jongeren te herwaarderen, en om de oorlog te verklaren aan de armoede.

 

Eerste werf: herwaardeer het stadspersoneel

Tot vandaag hebben 909 stedelijke ambtenaren een speciale noodopdracht verricht. Ze hielpen mee op triageposten, in de eerste lijn, bij opbellen van senioren, in de bewaking bij woonzorgcentra.

Het stadspersoneel is géén kostenpost waarop zo maar kan bespaard worden. Het stadspersoneel verdient ons respect, op alle vlak. En de Antwerpenaar verdient een sterk stedelijk personeelskader om ons door gezondheidscrisissen als deze te loodsen.

Maar, je kan het stadspersoneel geen bloemetje geven met de ene hand, terwijl je met de andere hand een besparingsdieet oplegt. De stad wil vasthouden aan haar plan om 105 miljoen euro te besparen op personeel, en tegen 2024 één op twaalf werknemers te laten verdwijnen. Volgens de stad moet 8,24% van het personeel eraf, dat staat gelijk aan 571 voltijds equivalenten (FET). Dat zou allemaal opgelost worden met ‘optimalisaties’ en ‘digitalisering’. Maar deze crisis heeft duidelijk gemaakt dat je met digitalisering niet alles kan oplossen en dat mensen snakken naar concrete hulp.

Het stadsloket van linkeroever kan niet meer bediend worden, ook door corona-uitval, en dus stuurt men iedereen maar op de tram naar het centrum. Maatschappelijk assistenten van het OCMW zeggen ons dat ze nog maar één kwartier per klant hebben, terwijl de mensen net meer behoefte hebben om heel hun verhaal kwijt te kunnen. De vuilkar is afgeslankt, en als er dan nog een corona-uitbraak komt kunnen de rondes natuurlijk niet gereden worden. In plaats van willens nillens het hongerdieet op het stadspersoneel door te zetten, zouden we dat nu in vraag moeten stellen.

En we zouden er ook voor moeten zorgen dat al die mensen die de stad recht houden, en die zijn blijven doorwerken als zorgkundige, verpleegkundige, politieagent, straatveger, leerkracht, vuilnisophaler, opvoeder, noem maar op… niet alleen een eenmalige consumptiecheque krijgen, maar ook structureel een betere verloning, in het bijzonder voor de E-niveaus, maar ook voor de D en C-niveau’s.  Wij zijn van mening dat 14 euro per uur als startloon het absolute minimum zou moeten zijn.

 

Tweede werf: help de zorg en de eerstelijn

Richard Horton, de hoofdredacteur van het medisch tijdschrift The Lancet, gaf onlangs enkele cruciale stappen om uit deze pandemie te geraken. “Huisartsen, apothekers, lokale gezondheidscentra: zij moeten lokale brandhaarden opsporen. Als we daar lokaal in slagen, hebben we geen lockdown meer nodig.”, zei hij. Dat wil zeggen dat de lokale zorg cruciaal is, en dat stedelijke overheden daar een essentiële rol in spelen.

Het gaat om tester, tracen, isoleren en verzorgen. Wij hebben hier met onze twee Antwerpse praktijken van Geneeskunde voor het Volk in Deurne en in Hoboken mee het voortouw opgenomen. We hebben onmiddellijk onze diensten aangeboden om te helpen testen in woonzorgcentra. Wij zijn vanuit onze praktijken gestart met contact-tracing. We zijn gestart met het opleiden van vrijwilligers als lokale tracer, als eerste. En dat werkt. In de eerste golf konden we rekenen op stadspersoneel in de ondersteuning voor de poets, voor het onthaal van onze praktijk. En dat is goed. De stad heeft ook het testdorp ingericht en de telefoon om de eerste lijn te ontlasten. Maar het moet meer zijn.

In de zorg vraagt iedereen: extra handen. Na negen maanden crisis is er nog geen enkel extra hand aan het bed, en deze tweede golf weegt veel zwaarder dan de eerste. De stad kan daar mee helpen. Hoe gaan wij een derde golf vermijden? Dat kan als we als stad ook mee contact-tracers opleiden, en corona-coaches die in de eerste lijn kunnen worden ingeschakeld. Wij begrijpen niet dat in de stad in deze tweede golf de stedelijke ondersteuning voor poets en onthaal heeft afgeschaft. Die zijn nu meer nodig dan ooit, en de eerstelijnsgezondheidscentra hebben die extra ondersteuning echt nodig. Ook daar zouden we in de meerjarenbegroting een andere prioriteit moeten zien.

 

Derde werf: geef de jeugd een plaats in de stad

Antwerpen is een jonge stad, en steden zijn altijd bruisende omgevingen voor jongeren geweest. Jongeren zijn sociale dieren, sociale wezens, hebben nood aan contact, aan sport en spel, aan ravotten en veilige plaatsen. Covid-19 is ook voor hen een ramp, en we moeten dat durven zeggen.

Vandaag hebben veel jongeren het moeilijk. Korte dagen, weinig contact, weinig plaats, weinig ontspanningsmogelijkheden en voor velen ook… het gebrek aan perspectief.

In de zomerperiode heeft de stad de kans gemist om werk te maken van vele kleinschalige jongerenactiviteiten. Dat kan nu wel. Die gasten moeten naar buiten kunnen gaan en op een veilige plek vrienden ontmoeten zoals dit ook op school gebeurt.

Investeer dus in veilige ruimtes voor jongeren deze winterperiode. De komende weken is er een grote nood aan studieplekken voor scholieren. Vele scholieren zijn kleinbehuisd in Antwerpen. We horen verhalen van scholieren die de slaapkamer en studiekamer delen met broers en zussen. Eén op drie van de scholieren heeft last om zo te studeren. Daarom dat wij vragen om NU werk te maken van de brede scholen, zodat scholieren die nood hebben aan studieruimte ‘s avonds en in het weekend in alle rust in schoolruimtes kunnen studeren, zonder dat daar leerkrachten voor moeten opdraaien. Men kan dat organiseren met stedelijk personeel die een noodopdracht willen uitvoeren, en met ouders en vrijwilligers die jongeren mee willen ondersteunen.

Een tweede punt voor de jongeren is de gratis Wifi. Deze pandemie maakt heel goed duidelijk hoe belangrijk internet is. Voor ons sociaal leven. Voor ons economisch leven. Voor het onderwijs. Internettoegang is een basisbehoefte geworden. En dus moeten we zorgen dat iedereen mee is. Door bij te springen in de aankoop of uitleen van tablets of laptops voor scholieren. Maar ook door de stad om te bouwen tot gratis Wifi-zone. Niet alleen in de bushokjes, maar overal. In de Antwerpse haven investeert de stad Antwerpen terecht in het ontwikkelen van het nieuwe 5G-netwerk ‘Minerva’, maar dat mag geen excuus zijn om de inwoners in de binnenstad niet te bedienen.

 

Vierde werf: verklaar de oorlog aan de armoede

De laatste werf is het aanpakken van de armoede. Tijdens de eerste golf zagen we een verdubbeling van het aantal nieuwe OCMW-aanvragen. Ook loopt het storm voor bedelingen in voedselhulp. De stad verwacht dat de werkloosheid in de stad nog eens met 10 procent zal toenemen.

De ongelijkheid wordt groter dan ooit. Tegelijk zijn er veel Antwerpenaren die wel recht op tegemoetkoming en ondersteuning hebben, maar de sleutel niet vinden om daar beroep op te doen. 

In het stadsbestuur werd een pro-actieve aanpak beloofd. En dat is nu nodig, midden van deze gezondheidscrisis die ook een ongelijkheidscrisis is. Als PVDA willen wij dat er werk wordt gemaakt

van automatische rechtentoekenning. Ga op zoek naar de mensen die in de problemen komen en help hen hun rechten uit te putten. Richt laagdrempelige wijkpunten op waar mensen met hun problemen en paperassen naartoe kunnen om hen te helpen, naar het voorbeeld van koffie en papieren van samenlevingsopbouw. Het project “geïntegreerd breed onthaal” waarbij er een samenwerking is tussen OCMW, mutualiteiten en CAW en waarbij er enkele onthaalpunten ondersteund worden vormt een opstap maar blijft in de nog te weinig ambitieus.

Een essentieel punt blijft betaalbaar wonen. Daar hebben we op vorige gemeenteraad opnieuw over gesproken, zoals bijna op alle gemeenteraadszittingen. De ambitie blijft veel te laag, veel te ver onder de nood. Tijdens de kiescampagne pleitte men nog voor 10.000 nieuwe sociale woningen, nadien werden het er 5.000, en vervolgens 2.500 nieuwe en 2.500 gerenoveerde. Maar zelfs dat lijkt niet te lukken. De corona-pandemie noopt om die discussie opnieuw op te pakken, en de ambitie bij te stellen.

 

Keuzes maken

Stadspersoneel, zorg en jongeren herwaarderen, en meer ambitie in de strijd tegen armoede dat zijn keuzes die je moet maken.

Dat zijn vier pijnpunten waarop het beleid moet bijsturen. Dat kan men niet aanpakken met alleen maar een stedelijke corona-pot van 50 miljoen euro voor de komende vijf jaar, dat is nauwelijks een halve percent van het hele exploitatiebudget. Van die pot blijft nog 17 miljoen euro over. Het zal meer moeten zijn dan dat.