De inzet van private bewaking in de stedelijke musea is de afgelopen jaren verdrievoudigd, terwijl het stedelijk personeel werd afgebouwd. Dat blijkt uit cijfers die de PVDA opvroeg bij het stadsbestuur (N-VA & Vooruit). “Bovendien blijkt dat de ziekte-uitval bij de stedelijke bewakers niet uitzonderlijk hoger was in 2025 dan in andere jaren”, zegt PVDA-gemeenteraadslid Céline Gümüs. “Nochtans was dat de reden die schepen van Cultuur Lien Van de Kelder (Vooruit) in september gaf om de inzet van private firma’s te verantwoorden.” De PVDA spreekt van een politieke keuze om de bewaking in de stedelijke musea te privatiseren.
In september werd bekend dat stad Antwerpen in 2025 drie miljoen euro moest betalen aan privé-bewakingsfirma’s voor de stedelijke musea. Schepen Van de Kelder beweerde toen dat dat nodig was vanwege de vele zieken bij de bewakers in dienst van de stad.
“We hebben toen gezegd dat hier een luchtje aan hing”, zegt Gümüs. “Net als de vakbonden, die geen weet hadden van uitzonderlijke ziekte-uitval bij de stedelijke bewakers, vermoedden we dat het om een excuus ging. Het zogenaamd hoge absenteïsme leek gewoon een schaamlapje om privatisering van een stedelijke dienst goed te praten.”
De cijfers die de PVDA opvroeg bij het stadsbestuur lijken dat vermoeden te bevestigen. “Het aantal afwezigen wegens ziekte lag in 2025 niet merkbaar hoger dan voorgaande jaren”, weet Gümüs. “Tussen 2014 en 2025 waren er gemiddeld 24 werknemers langdurig afwezig wegens ziekte. In 2025 waren dat er 23. Dat is dus zeker niet uitzonderlijk hoog in vergelijking met andere jaren.” Het aantal mensen dat langer dan een jaar ziek is, is wel toegenomen, maar er is geen sprake van een spectaculaire stijging tegenover 2024.
Als je het procentueel bekijkt, stijgt het aantal bewakers dat langer dan een maand afwezig is wel. Maar dat heeft volgens Gümüs een andere oorzaak: “We zien dat de stedelijke bewaking de afgelopen jaren met bijna een derde werd afgebouwd. Van 144 voltijdse equivalenten (VTE) in 2020 naar 100.5 in 2025”, stelt ze. “Dat er verhoudingsgewijs meer personeel ziek uitvalt, ligt dus niet aan de hoeveelheid zieken, maar wel aan het feit dat er gewoon minder personeel is. Dat is een bewuste keuze van het stadsbestuur. Als men wil dat er voldoende bewakers zijn, is dit toch een vreemde manier om dat te verwezenlijken.”
Daar staat tegenover dat de inzet van private bewakingsfirma’s sterk gestegen is. “Het aantal externe bewakers is meer dan verdrievoudigd: van 11 VTE in 2020 naar 38 in 2025”, zegt Gümüs. “Er wordt dus een duidelijke keuze gemaakt. Men bouwt stedelijk personeel af ten voordele van de private sector. Dat dat nodig zou zijn vanwege hoge ziekte-uitval, is een flauw excuus”, gaat ze verder. “Dit stadsbestuur ziet stedelijk personeel als een last. Een kostenpost waarop bespaard moet worden. Het zou de schepen sieren om gewoon voor die ideologische keuze uit te komen in plaats van excuses te fabriceren.”
Dat er wel degelijk een probleem is met langdurig zieken bij de stedelijke bewaking, wil Gümüs niet zomaar onder de mat vegen. “Een vijfde van de stedelijke bewakers is langer dan een maand ziek. Dat is natuurlijk een probleem. Net zoals dat een probleem is bij andere stedelijke diensten zoals de stadsreiniging of de kinderopvang. Maar privatiseren is niet het antwoord. In plaats daarvan moeten we bekijken waar die ziekte-uitval vandaan komt en hoe we dat aanpakken. Dat kan door extra aanwervingen te doen, zodat de werkdruk daalt. Daar zijn wij al zeer lang vragende partij voor, maar vandaag doet men net het tegenovergestelde. Dat getuigt niet alleen van weinig respect naar je eigen personeel toe, het is bovendien ook nog eens duurder. We roepen de schepen dan ook op om andere keuzes te maken: zet in op versterking van de stedelijke bewaking in de musea, en zorg voor betere werkomstandigheden om de ziekte-uitval aan te pakken”, besluit ze.
Tijdens de gemeenteraad van april vroeg Gümüs de schepen om uitleg: hoe verklaart ze dat er in september werd gesproken over uitzonderlijk hoge ziekte-uitval, terwijl de cijfers dat tegenspreken? Daarnaast had ze het ook over een tijdelijke terugval van het aantal bewakers in stedelijke dienst. Maar ook hier vertellen de cijfers een heel ander verhaal, namelijk dat van een trend op de lange termijn, waarbij stedelijk personeel wordt afgebouwd ten voordele van private firma's.
Schepen Van de Kelder deed alsof haar neus bloedde. Het verzuim bij de stedelijke bewaking ging niet enkel over ziekte, maar ook over andere vormen van afwezigheden, zoals ouderschapsverlof, vertelde ze. Een andere reden voor de inzet van private bewaking, is volgens haar het feit dat de stedelijke musea vorig jaar vaker open waren.
Gümüs merkte terecht op dat beide zaken die de schepen aanhaalde, geen argumenten vormen voor de afbouw van stedelijk personeel. Wanneer er nood is aan meer bewaking omdat de musea vaker open zijn, zou je evengoed kunnen inzetten op extra aanwervingen binnen de stad. Dat is niet gebeurd, integendeel. Dat er veel afwezigheden zijn, komt natuurlijk mede doordat je met minder personeel zit. Op die manier kunnen afwezigheden bij ziekte of verlof minder goed worden opgevangen.
"Interne bewaking biedt een duidelijke meerwaarde die verder gaat dan louter het beveiligen van kunstwerken en het begeleiden van bezoekers", zei Gümüs verder. "Ze werken nauw samen met hun collega’s achter de schermen, bijvoorbeeld bij leveringen via de dienstingang of bij het coördineren van kunsttransporten. Het is essentieel om bewakingspersoneel te hebben dat niet alleen voeling heeft met wat er beschermd moet worden, maar ook met het gebouw zelf en de specifieke procedures, die per museum verschillen."
De afbouw van het stedelijk personeel in onze musea is dus een kwalijke zaak. Dat de schepen er niet eerlijk voor durft uitkomen dat het om een politieke keuze gaat, is dat ook.