Vier vragen bij het fusiedecreet voor de haven

Vandaag werd de fusie van de havens van Antwerpen en Zeebrugge goedgekeurd in het Vlaams parlement. Alleen de PVDA stemde tegen. “Wij zijn niet akkoord met het gebrek aan transparantie en democratie, vragen meer zekerheid voor de werknemers en maken ons zorgen over de mogelijk privatisering van onze havens”, zegt volksvertegenwoordiger Jos D’Haese. “Wij zijn niet principieel tegen de fusie, maar hoe die nu bedisseld wordt, daar zijn we het niet mee eens.”

Lees hieronder de volledige tussenkomst van Jos D'Haese in het Vlaams Parlement

Collega’s,

Het belang van de havens voor de economie en de welvaart in ons land kan niet onderschat worden. Op de vorige plenaire vergadering hebben wij daarom een eerder technisch havendecreet mee goedgekeurd. Ook het belang van deze fusie kan niet onderschat worden. Maar we zijn het niet eens met de manier waarop die fusie hier tot stand komt. Op vier vlakken.

  1. Er is besloten om over te gaan tot een havenfusie na een “robuustheids- en complementariteitsonderzoek”. Daarin staan de redenen waarom een havenfusie een goed idee zou zijn. In de toelichting van dit decreet wordt daar expliciet naar verwezen. Dan is het problematisch dat dit onderzoek dat aan de basis ligt van de havenfusie nooit met het parlement gedeeld is, ondanks mijn vraag daarnaar. Er wordt gezegd dat dit onderzoek aangetoond heeft dat 1 + 1 in dit geval gelijk is aan 3, maar dat kunnen we niet nagaan en moeten we dus gewoon geloven. Dat getuigt van een gebrek aan transparantie.

  2. Daarnaast vinden wij het problematisch dat er in de toekomstige Raad van Toezicht en in de Directieraad geen plaats voorzien is voor kritische stemmen. In het verleden, tot 2018, waren leden van de oppositie en vakbonden daar in Antwerpen in vertegenwoordigd. Het feit dat zij er sinds 2018 uit geweerd zijn is een democratisch deficit dat via dit decreet niet rechtgezet wordt.

  3. Een derde punt dat ik wil maken is dat er een risico bestaat op de privatisering van de haven. Het aandeelhouderschap ligt momenteel in handen van de Stad Antwerpen en Stad Brugge. Via dit decreet blijven zij aandeelhouders van de toekomstige ‘Haven van Antwerpen-Brugge’ maar het decreet voorziet niet dat het aandeelhouderschap beperkt blijft tot deze twee openbare spelers. Dat zet de deur open voor een privatisering zoals die bijvoorbeeld heeft plaatsgevonden voor de haven van Piraeus in Griekenland.

  4. Tot slot een bedenking over de impact voor het personeel. Wat betreft het statutaire personeel zijn er een aantal bepalingen die de overgang van de Maatschappij van de Brugse Zeehaven regelen. Wat betreft het contractuele personeel staat er in het decreet slechts 1 zin: “Het contractuele personeel van de Maatschappij van de Brugse Zeehaven wordt overgedragen” Het is daarbij niet duidelijk of dit gaat over AL het contractueel personeel. De vraag is dan of er kan gegarandeerd worden dat er geen naakte ontslagen zullen vallen? Het is niet duidelijk of alle functies blijven bestaan en zoniet, wat er gebeurt er voor personeelsleden wiens post verdwijnt? Daarover staat niets in het decreet.

Gezien het gebrek aan transparantie, het onvoldoende inbouwen van democratische mechanismen, de open deur richting privatisering en de onduidelijkheid voor het personeel zullen wij dit decreet niet steunen.