Recht op gezondheid

Enquête

De gezondheidszorg is de grootste ‘zorg’ van de Antwerpenaren: 53 procent van de ondervraagden kruiste dit thema aan als hun grootste bekommernis. Daarbij schuiven liefst 41 procent van de ondervraagden gratis geneeskunde zoals bij de groepspraktijken van Geneeskunde Voor Het Volk naar voor als eerste punt’ Maar ook ‘het openhouden van ziekenhuizen zoals Sint-Erasmus en Stuivenberg’ staat bij 26 procent als eerste aangestipt.

Vaststellingen

Eén. De sociale ongelijkheid heeft een weerslag op de gezondheid.

De levensverwachting van iemand uit de lagere sociale klasse is drie tot vijf jaar lager dan de levensverwachting van iemand uit de hogere klasse. De verwachting in goede gezondheid te blijven ligt voor een arbeider of werkloze zelfs achttien à vijfentwintig jaar lager dan voor een hoog opgeleide met een goede baan. Werksituatie, huisvesting en inkomen bepalen dus veel als het op gezondheid aankomt.

De gezondheidszorg wordt door privatisering en commercialisering meer en meer een koopwaar i.p.v. een basisrecht.

Dat versterkt de sociale ongelijkheid op het vlak van gezondheid nog.

Twee. De gezondheidszorg is duur.

Grote steden als Antwerpen kennen een toename van jonge gezinnen met een lager sociaal profiel. Vandaag al groeien in één op vier van de Antwerpse gezinnen de kinderen op met periodes van armoede. Daarnaast is er de vergrijzing. De crisis maakt het plaatje compleet: een groeiende groep kan de gezondheidszorg niet meer betalen.

  • Eén Antwerpenaar op zeven – 14 procent – stelt gezondheidszorg uit om financiële redenen. Voor Vlaanderen is dat gemiddeld 11 procent, en dat was vier jaar geleden maar 5 procent.
  • De Antwerpenaar stelt omwille van financiële redenen een bezoek aan de tandarts (48%), de huisarts (34%) en de specialist (34%) het meeste uit. Daarna komt uitstel van aankoop van geneesmiddelen (16%). We zien twee grote problemen. Ten eerste zijn er te weinig betaalbare tandartsen. Je kan weldra opnieuw aan iemands gebit zien uit welke inkomenscategorie hij/zij komt. En ten tweede is er het probleem van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van huisartsen.
  • Het hoogste percentage Antwerpenaren dat zegt geneeskundige zorg uit te stellen omwille van financiële redenen, zien we bij alleenstaande ouders (29%), bij mensen die arbeidsongeschikt zijn (39%), bij werkzoekenden (37%) en bij mensen zonder diploma (28%).

Drie. Het ziekenhuisaanbod wordt afgebouwd.

De vroegere OCMW-ziekenhuizen werden in 2004 verzelfstandigd tot het ZiekenhuisNetwerk Antwerpen (ZNA), met als gevolg dat de stad niet meer financieel verantwoordelijk is voor de tekorten Die worden voortaan verhaald op het personeel en op de patiënten. Dit zijn de gevolgen voor de patiënten: 

  • Moeilijker toegang. Dertien jaar geleden telde onze stad naast het revalidatieziekenhuis Galifort nog zes volwaardige OCMW- ziekenhuizen: Hoge Beuken, Middelheim, Elisabeth, Erasmus, Stuivenberg, en Palfijn. Een sterk netwerk van tweedelijnszorg dicht bij de mensen. De neoliberale hervormingen bouwden dat zorgweefsel af. De laatste jaren gaat het snel. Nadat ze in 2003 eerst Sint-Elisabeth in de binnenstad en eind vorig jaar Sint-Erasmus als acute ziekenhuizen hebben gesloten, gaat nu ook Stuivenberg volgen. Deze drie ziekenhuiscampussen zijn of waren centraal in de woonwijken ingebed. Het stadsbestuur van sp.a, CD&V en N-VA wil op termijn naar drie grote mastodontziekenhuizen. De buurtziekenhuizen worden verder afgebouwd. Maar voor patiënten, hun familie en hun huisartsen is het essentieel dat er een volwaardig ziekenhuis is in de buurt, waar ze vlot naartoe kunnen.
  • Hogere kosten. De ZNA-ziekenhuizen geven de commerciële invulling de nadruk. Ze drijven een kostenbeheersing door en beschouwen patiënten als ‘klanten’. Gevolg: snelle afhandeling, voorrang aan technische interventies, zonder integrale zorg. Om commerciële redenen beslisten de ZNA-ziekenhuizen in april 2011 deconventionering toe te laten. Deze deconventionering – het niet meer werken aan de vastgelegde tarieven – zorgt voor supplementen van twaalf procent in de radiologie. Voor een routine rugscan moet de patiënt in de ZNA-ziekenhuizen 30 euro zelf betalen. Vroeger was dat 10 euro. 
  • Hogere drempels. Eerst centen daarna pas zorg, want je betaalt waarborgen tussen 25 (met SIS-kaart en identiteitskaart) en 100 euro (zonder SIS-kaart en identiteitskaart). Dat is de huidige standaardprocedure in de ZNA-ziekenhuizen. Zo is in heel Antwerpen de toegankelijkheid voor medische zorg in de ziekenhuizen afgenomen.

Vier. Er is een tekort aan huisartsen.

Antwerpen kampt met een tekort aan huisartsen, vooral in bepaalde wijken. Vandaag telt de stad 449 actieve huisartsen voor 505 000 officiële inwoners. Dit betekent: één huisarts per 1125 inwoners.

449 actieve artsen is nog een overschatting want de artsen van Zwijndrecht zijn inbegrepen en veel artsen werken niet fulltime omwille van familiale redenen of ze combineren hun praktijk met onderzoek, lesgeven, werk als sportarts of voor Kind en Gezin… En zestig procent van de Antwerpse huisartsen is ouder dan vijftig jaar.

Vijf. Er zijn te lange wachttijden voor psychologische hulp.

In Antwerpen zijn de wachttijden voor een betaalbare psycholoog veel te lang. Voor een begeleiding in de psychiatrische thuiszorg loopt de wachttijd op tot twee jaar. 

De visie van de PVDA+

Het recht op gezondheid is veel breder dan het recht op geneeskundige verzorging. Preventie, in de ruime betekenis, is gebaseerd op een goede sociale zekerheid, een gezond leefmilieu, een betere bescherming op het werk en degelijke woningen. Als de stad op die terreinen goed voor haar inwoners zorgt, is dat de beste preventieve gezondheidszorg. De PVDA wil extra aandacht voor een fatsoenlijke job voor iedereen, voldoende gezonde en betaalbare woningen, een goede luchtkwaliteit door de overkapping van de ring, meer publiek groen, meer speelpleintjes, gezonde voeding voor iedereen met meer sociale wijkrestaurants en drinkfonteintjes in scholen, wijken en openbare gebouwen, veilige wandel- en fietspaden, en toegang tot sport voor iedereen. In een groeiende stad met veel geboortes moeten de centra van Kind en Gezin een centrale rol krijgen. Hun project ‘huis van het kind’ behelst medische controle en preventie, opvoedingsondersteuning en huistaakbegeleiding. De stad moet dergelijke projecten ondersteunen, logistiek en met personeel.

In de Antwerpse praktijken van Geneeskunde Voor Het Volk verzorgen we 7350 patiënten in twee multidisciplinaire gezondheidscentra die gratis gezondheidszorg verstrekken. Elke dag worden we geconfronteerd met mensen die op zoek zijn naar een huisarts.

De PVDA geeft prioriteit aan de eerstelijnsgezondheidszorg. De huisarts kent de patiënt het beste. Hij/zij beheert het medische dossier, is de vertrouwenspersoon en is het best geplaatst om de patiënt, indien nodig, door te verwijzen naar een specialist.

De stad moet ZNA uitbouwen tot een bastion van sociale geneeskunde. De stad heeft nog altijd, ondanks de verzelfstandiging, grote invloed en bevoegdheid bij het beleid van de ZNA-ziekenhuizen en hun specialisten. ZNA moet de conventionering verplicht opleggen aan de specialisten. Het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) kan als model dienen. Daar is er verplichte conventionering. Het grootste deel van de specialisten werkt er in gesalarieerd verband (zoals vroeger de statutaire OCMW-specialisten) en besteedt tachtig procent van z’n werktijd op UZA en slecht twintig procent in zijn privépraktijk. Als dat voor de professoren en academische specialisten van een derdelijnsziekenhuis kan, dan moet dat ook voor de ZNA-ziekenhuizen kunnen. Door de privépraktijk van specialisten thuis te beperken komt er meer ruimte voor consultaties in de poliklinieken van ZNA. Dan worden de wachtlijsten drastisch ingeperkt en kunnen patiënten ook voor betaalbare zorg snel geholpen worden.

Vroeger al deden ZNA en UZA voor bepaalde geneesmiddelen gezamenlijke aankopen via aanbestedingen, met forse prijsdalingen tot gevolg. ZNA kan een sleutelrol spelen bij gezamenlijke aankopen door alle Antwerpse ziekenhuizen. In het Jaarverslag 2006 schreef de ZNA-directie: ‘Door gezamenlijke aankoop van allerlei soorten producten en door vast te leggen dat ZNA voor een afgesproken periode bepaalde producten alleen bij een bepaalde leverancier zal kopen, kon ZNA bij 52 leveranciers gunstige prijzen bedingen, wat op één jaar acht miljoen euro opbracht. Mede daardoor werd het verlies van –14,6 miljoen euro in 2004 teruggebracht naar –5,3 miljoen euro in 2005.’ Door een consequente toepassing van het kiwimodel moet het mogelijk zijn de supplementen op medisch materiaal voor de patiënt weg te werken. Deze supplementen vormen volgens een studie van de CM een belangrijke reden waarom patiënten zich vandaag in de schulden moeten steken om hun ziekenhuisfactuur te kunnen betalen.

Betere uitbouw van sociale en geconventioneerde tandartsenpraktijken binnen alle ZNA ziekenhuizen om het tekort op dat vlak op te vangen.

Iedere Antwerpenaar die dat nodig heeft, moet vlot toegang hebben tot betaalbare en kwaliteitsvolle psychologische en/of psychiatrische hulp. De stad moet samen met de CAW’s, de CGGZ’s van Antwerpen een actieplan opstellen om de wachtlijsten voor psychologische begeleiding weg te werken Er moeten structureel financiële maatregelen komen zodat de betaalbaarheid en toegankelijkheid gegarandeerd zijn.

De voorstellen van de PVDA+

  1. Het stimuleren en uitbouwen van wijkgezondheidscentra, naar het model van Geneeskunde Voor Het Volk. Een gezondheidscentrum in elke wijk, met gratis en kwaliteitsvolle zorg.
  2. De raadplegingen bij de huisarts moeten gratis zijn, ofwel door het forfaitsysteem, door volledige terugbetaling door het ziekenfonds, of door veralgemening van de derdebetalersregeling.
  3. Opnieuw uitbouwen van ZNA tot een net van zes volwaardige buurtziekenhuizen, met toegankelijke en kwaliteitsvolle gezondheidszorg.
    1. Heropenen van Sint-Erasmus als volwaardig ziekenhuis, en behoud van Stuivenberg.
    2. Verbod op ereloonsupplementen en verbod op deconventionering van alle ZNA-specialisten tijdens hun werktijd voor ZNA.
    3. Afschaffing van de verplichte waarborgregeling in de ziekenhuizen.
    4. Toepassing van een veralgemeende derdebetalersregeling. 
    5. Al het medische materiaal, (wegwerpmateriaal, contraststoffen, toestellen, implantaten, prothesen, geneesmiddelen...) moet door de ZNA-ziekenhuizen gezamenlijk via openbare aanbesteding (kiwimodel) worden aangekocht.
  4. Uitbouw van toegankelijke en betaalbare tandartspraktijken.
  5. Uitbouw van toegankelijke en betaalbare wijkcentra van Geestelijke Gezondheidszorg.
  6. Ondersteuning van specifieke projecten van Kind en Gezin ter bestrijding van de gevolgen van armoede op de gezondheid van Antwerpse kinderen.
  7. Sport voor iedereen.