|
|

Dokter Dirk Van Duppen (PVDA) vindt in de resultaten van de Belgische gezondheidsenquête nieuwe argumenten voor toepassing van het kiwimodel.
Ook zegt 35 procent van de gezinnen het moeilijk te hebben om de bijdragen voor gezondheidszorg in het huishoudbudget in te passen. Vier jaar eerder lag dit nog 6 procent lager. Deze cijfers bevestigen wat de huisartsen van Geneeskunde voor het Volk in hun praktijken, die gelegen zijn in volkswijken, ervaren.
De resultaten van de nationale gezondheidsenquête geven nieuwe argumenten voor het behoud van de huidige groeinorm van 4,5 procent in de gezondheidszorg.
1) Deze groei is vooreerst noodzakelijk omdat ziek zijn voor vele mensen in toenemende mate onbetaalbaar wordt.
2) De gezondheidsenquête werd uitgevoerd in 2008 vlak voor het uitbreken van de financiële crisis. De gezondheidsenquête laat zien dat “slechte gezondheid vooral sociaal bepaald is”. We weten dat de economische crisis de komende jaren nog meer mensen ziek zal maken en dat de behoeften aan gezondheidszorg zullen stijgen.
3) Ten slotte zijn er de bijkomende kosten van de vergrijzing. Volgens de gezondheidsenquête is “het percentage personen dat aangeeft één of meerdere langdurige ziekten te hebben tussen 2004 en 2008 toegenomen van 23,8% tot 27,2%, deels ten gevolge van de vergrijzing. Het percentage van de bevolking dat beperkt is om hun dagdagelijkse activiteiten uit te voeren, als gevolg van langdurige aandoeningen, is tussen 2004 en 2008 gestegen van 13,7 % tot 17,1%.”
De resultaten van de gezondheidsenquête geven nieuwe argumenten voor het toepassen van het kiwimodel.
Over het geneesmiddelengebruik schrijft het rapport: “Het gebruik van voorgeschreven geneesmiddelen blijft stijgen: in 1997 rapporteerde 41 % van de bevolking het gebruik van een voorgeschreven geneesmiddel in de afgelopen 2 weken; in 2001 en 2004 was dit ongeveer 47 %; in 2008 is dit opgelopen tot 51 %. Het aantal gebruikers van niet-voorgeschreven geneesmiddelen is de afgelopen jaren dan weer sterk afgenomen: in 1997 rapporteerde nog 33 % van de bevolking het gebruik van een niet-voorgeschreven geneesmiddel in de afgelopen 2 weken, in 2001 was dit 27 %, in 2004 24 % en in 2008 22 %. De toename van het aantal gebruikers van voorgeschreven geneesmiddelen en de gelijktijdige daling van het aantal gebruikers van niet-voorgeschreven geneesmiddelen betekent dat het consumptiegedrag van geneesmiddelen meer en meer bepaald wordt door de voorschrijvers. De meest opmerkelijke stijging betreft de toename van het aantal gebruikers van cholesterolverlagers. Tussen 2004 en 2008 is het aantal personen dat cholesterolverlagers gebruikt met bijna 40 % gestegen van 6,5 % tot 9,0 %. Van alle 55-plussers neemt 30 % een cholesterolverlager. Ook het aantal gebruikers van nieuwere (en ook duurdere) middelen tegen hoge bloeddruk neemt toe.”
De Christelijke Mutualiteit berekende onlangs dat wanneer artsen goedkopere maar evenwaardige cholesterolverlagers voorschrijven, dit een besparing oplevert van 140 miljoen euro voor het RIZIV en 15 miljoen euro voor de patiënt. (CM 7/06) Deze cholesterolverlagers zijn dankzij het toepassen van een light-versie van het kiwimodel in België fors goedkoper geworden. Het kiwimodel bemoeilijkt bovendien de marketing van de farmaceutische industrie, die volgens onderzoek de belangrijkste verantwoordelijke is voor het steeds meer voorschrijven van vooral duurdere maar niet betere geneesmiddelen, zoals de gezondheidsenquête rapporteert. Bij het kiwimodel worden de beste geneesmiddelen gekozen op basis van objectieve wetenschappelijke criteria en studies en niet op basis van de marketingdruk van de farmaceutische bedrijven.
De resultaten van de gezondheidsenquête geven nieuwe argumenten tegen een splitsing van de gezondheidszorg
Op de meeste bevraagde onderwerpen geeft de gezondheidsenquête aan dat er, als je rekening houdt met de demografische en sociaaleconomische verschillen, geen betekenisvolle verschillen zijn tussen Vlaanderen, Wallonië of Brussel. Behalve voor het percentage van de bevolking dat zegt gezondheidszorg te hebben moeten uitstellen om financiële redenen. Voor België bedaagt dit 14 %, voor het Waalse Gewest: 14 %, het Vlaams Gewest: 11 % en het Brussels Gewest 26 %. Een doelmatige en toegankelijke zorg kan hier alleen verzekerd worden als we de solidariteit en niet de splitsing boven aan de agenda plaatsen.
Op dat vlak geeft de gezondheidsenquête van 2008 interessante nieuwe informatie: de solidariteit tussen regio’s en gewesten moet in beide richtingen gebeuren. Vergeleken met 2004 is dit percentage voor Wallonië licht gedaald, voor Brussel fors gestegen, maar voor Vlaanderen meer dan verdubbeld: van 5 % naar 11 %. Daarenboven weten we dat Brussel vergroent en Vlaanderen het sterkst vergrijst, waardoor de kost voor de vergrijzing de solidariteitsstromen tussen de gewesten snel van richting kunnen doen veranderen.