|
|
Bijna een jaar geleden, op 18 februari 2009, formuleerde PVDA-voorzitter Peter Mertens reeds een blauwdruk voor een echt Plan B: “Maak van Opel een Europees overheidsbedrijf. Haal de beslissingsmacht weg uit de handen van de Amerikaanse directie van GM. Alleen dan worden sociale maatregelen mogelijk. Dan wordt het mogelijk de automobielindustrie de 21ste eeuw binnen te loodsen met aandacht voor het milieu en de omgeving.” ("En wat als Opel een overheidsbedrijf zou worden", 18/02/'09)
Zo'n overheidsbedrijf is levensvatbaar. Opel heeft een productiecapaciteit van twee miljoen wagens. Met tien assemblagebedrijven in zeven landen, tien Powertrain-afdelingen voor de ontwikkeling van nieuwe motoren en drie research- en designcenters is Opel leefbaar.
Natuurlijk, zelfs een Opel in overheidshanden kan de crisis niet oplossen. Maar dan worden wel sociale maatregelen mogelijk. Een overcapaciteit van honderdduizenden wagens per jaar los je niet in vijf minuten op. Maar een overheidsbedrijf kan wel jobs redden. Door het ritme van de band te verlagen tot een menselijk niveau. Door productieverminderingen te spreiden over alle Europese vestigingen. Dat is alvast beter dan tienduizenden mensen op straat te zetten.
Met een overheidsbedrijf wordt het mogelijk de automobielindustrie de 21e eeuw binnen te loodsen. De tijd van de olie- en geldverslindende verbrandingsmotoren is voorbij. Slecht voor het milieu en slecht voor onze portemonnee. Aandeelhouders en beursspeculanten liggen daar niet wakker van, maar een overheidsbedrijf kan die koe wel bij de horens pakken. Met investeringen in moderne wagens en openbaar vervoer, met energiezuinige en hybride motoren, met alternatieve brandstoffen.
Opel als overheidsbedrijf kan een einde maken aan het mismanagement van de laatste jaren en de asociale politiek van CEO's als Nick Reilly. Onder overheidscontrole kunnen capabele mensen worden ingezet om een openbaar automobielbedrijf te runnen. Ook mensen uit eigen huis. Autobouwers in plaats van bankiers.
Vroeger werkten er 12.000 werknemers bij Opel in Antwerpen. Jaren na elkaar hebben arbeiders en bedienden van GM Antwerpen zich uitgesloofd voor de rendabiliteit van hun bedrijf. In ruil voor werkzekerheid hebben ze de 10 urendag en het zaterdagwerk aanvaard. In naam van de competitiviteit leverden zij in op loon en eindejaarspremies. Toch daalde de tewerkstelling in Antwerpen van 12.000 naar 2.600 vandaag.
Opel Antwerpen definitief laten sluiten is ontoelaatbaar. Moderne, flexibele en ultraproductieve bedrijven als Opel met zijn onschatbare knowhow bij zijn werknemers kan men niet goedschiks uit handen geven. Kris Peeters moet stoppen met te hopen op mirakels. Hij moet Barroso, de voorzitter van de Europese commissie, overtuigen van dit plan.