|
|
Samenvatting van mijn kritiek:
· Dit is een kwalitatieve stap in de internationale vermarkting en commercialisering van onze sociale gezondheidszorg
· Geld, middelen en know how, betaald door de Belgische belastingsbetaler gaan uiteindelijk naar verzorging van rijke olie-sjeiks
· Opvallende afwezigheid van prospectie naar Europese patiënten. Vermoedelijk omwille van vrees voor klacht wegens concurrentievervalsing vanwege buitenlandse concurrentiele ziekenhuisgroepen bij de Europese Commissie. Onze ziekenhuizen worden immers grotendeels door overheidsgelden betaald.
· Geeft meer aanduidingen voor de verontrustende commercialisering die het management van het Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA) op het oog heeft, bij de geplande sluiting van Sint-Erasmus en Stuivenberg, met een delocalisatie naar een ‘gezondheidsboulevard’ op Spoor Noord.
· Leidt noodzakelijkerwijze naar meer tweedeling in de gezondheidszorg
Vorig jaar werd ik tot mijn eigen verbazing uitgenodigd als “deskundige” op het gebied van “global healthcare and the citizen”door de British Council op de Belgo-British Conference die plaats had op 16 en 17 oktober op kasteel Hertoginnedal. Deze conferentie werd georganiseerd in samenwerking het Belgische Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Britse ambassade en medegesponsord door een aantal bedrijven, waaronder de farmabedrijven UCB en GSK. Het doel: “The Belgo-British Conference 2006 will explore the effects of globalisation on the lives of British and Belgian citizens. As in previous years, the Conference will draw participants from politics, journalism, media, academia, arts, science and business. The Belgo-British Conference is attended by high-level influencers and leaders of the future. This makes the Conference a unique opportunity for fresh, long-sighted thinking and high-level networking.”
Op deze tweedaagse stelde onderzoekster Sarah De Greef haar toen zopas gepubliceerd rapport voor ‘Dare & Care. Internationalisering van de Belgische Medische Sector’. Het is een witboek van de Belgische patroonsorganisatie het VBO, dat ze samen uitgaf met voorzitter Rudi Thomaes. De plannen om de Belgische ziekenhuissector te commercialiseren op internationaal vlak werden uit de doeken gedaan. Opnieuw tot mijn verbazing werd een citaat van Antwerps burgemeester Patrick Janssens uit zijn boek “Het beste moet nog komen…” centraal als quote gebruikt in dit VBO rapport. Onder de titel: ‘Op vakantie in een Antwerps ziekenhuis’ zegt Patrick Janssens: ‘We kunnen de gezondheidssector in Antwerpen verder uitbouwen tot een stevige economische pijler, met zorghotels, gezondheidsboulevards, vrijetijdsbesteding op ziekenhuissites….”
Vandaag, een jaar later, worden de eerste stappen van die commercialisering in praktijk gebracht. Een zogenaamde non-profitorganisatie www.healthcarebelgium.com onder voorzitterschap van VBO topman Rudi Thomaes groepeert elf Belgische ziekenhuizen. Zowel reeds gekende commercieel werkende privé-ziekenhuizen zoals Edith Cavellziekenhuis in Brussel, de Brusselse Europaziekenhuizen, Imelda-ziekenhuis in Bonheiden, Monica-groep in Antwerpen, maar ook de (semi) openbare ziekenhuizen zoals de vier Vlaamse universitaire ziekenhuizen en zelfs het (ex-OCMW) Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA).
Ze zijn al met Prins Filip op ‘handelsmissie’ geweest in de Golfstaten Bahrein en Qatar. Qatar gaat een medische attaché plaatsen op zijn ambassade in Brussel die de Arabische Sjeiks als patiënt in ons land zal moeten begeleiden. Ze willen verder op prospectie in Nigeria en in Rusland.
Opvallend is dat er in heel deze opzet geen sprake is van het rekruteren van Europese patiënten. Vermoedelijk is dat momenteel ook niet mogelijk binnen de huidige Europese wetgeving op de mededinging. Wanneer bijvoorbeeld ZNA ziekenhuis op die basis Nederlandse patiënten zou aantrekken, dan kan ieder beursgenoteerd Nederlands ziekenhuis straks klacht indienen bij de Europese Commissie voor concurrentievervalsing. ZNA wordt immers voor haar infrastructuur en werking zwaar gesubsidieerd door de Belgische overheid.
Het is verontrustend dat een ziekenhuis met een duidelijk sociale missie zoals ZNA mee stapt in dergelijke constructie. Vermarkting en commercialisering worden meer en meer een leidraad in de strategie van het management. Begin dit jaar werd topvrouw Mimi Lamote, bekend voor haar herstructureringen bij C&A en E5-mode, aangesteld als topmanager van ZNA. Eén van haar kerntaken bestaat in de planning, uitvoering en optimalisatie van infrastructuurwerken, waaronder de nieuwbouw van een acuut ziekenhuis. Dit naast de interne- en externe communicatie, human resources-beleid enz. (Persbericht ZNA 24 januari 2007). Met deze benoeming bevestigt ZNA nogmaals haar plannen om Sint-Erasmus en Stuivenberg te willen sluiten en een nieuwe “gezondheidsboulevard” te bouwen op Spoor Noord. Voor Lamote is de Berlijnse ziekenhuisgroep Vivantes hét voorbeeld. Dit netwerk van negen voordien openbare ziekenhuizen werd eerst verzelfstandigd en tenslotte geprivatiseerd. De groep is nu volledig op commerciële leest geschoeid. In haar voorstellingsbrochure kan de patiënt een kleine of grote ‘check-up’ aanvragen, prijskaartje: tussen de 750 en 2900 euro. Eén op de vier banen sneuvelden. De verzorging van de gewone patiënten ging snel achteruit. De toestand werd zo dramatisch dat de voorzitter van de ondernemingsraad, Volker Gerhardt, eind 2004 ontslag nam met als motief:“ De herstructurering van Vivantes is gedoemd om te mislukken en leidt naar slechtere verzorging van onze patiënten en vermijdbare overlijdens. Reeds lang staat de patiënt niet meer in het middelpunt van de verzorging, maar wel de bedrijfseconomische resultaten”
In een persbericht van ZNA van 11/5/2007 klinkt eenzelfde commerciële taalgebruik: “De realisatie van een centrumziekenhuis en een gezondheidsboulevard op Spoor Noord zal op termijn onderwerp uitmaken van een pps-project (publiek-private samenwerking).
Het centrumziekenhuis en de gezondheidsboulevard maken deel uit van het Zorgstrategisch Plan van ZNA. De boulevard zou naast het ziekenhuis ook andere zorgfuncties en een aantal commerciële functies bundelen. Er wordt een vastgoedvennootschap opgericht, die zal instaan voor het dagelijks beheer van het ziekenhuispatrimonium en om een pps-project uit te werken “
Het werk van Healthcare Belgium brengt de marktlogica ook in onze sociale ziekenhuizen. Men is vooral geïnteresseerd in de hoog gefortuneerde buitenlandse patiënten. De komende prospectie missies naar Nigeria en Rusland zullen allicht niet bedoeld zijn om de arme en behoeftige Nigerianen of Russen aan te trekken.
Het is onaanvaardbaar dat investeringen in gebouwen, medische infrastructuur en know how betaald door de Belgische belastingsbetaler of uit de Sociale Zekerheidskas, gebruikt wordt om superrijke olie-sjeiks te hier te kunnen behandelen. Terwijl in een recent onderzoek van privé-verzekeraars 9% van de Belgen rapporteert medische zorgen te hebben moeten uitstellen om financiële redenen en terwijl duizenden patiënten zich in de schulden moeten steken om hospitaalfacturen te kunnen betalen. De interne ethische code die Healthcare Belgium hanteert is weinig geloofwaardig. Een specialist die 300 of 400% supplementen kan binnenrijven door behandeling van deze buitenlandse rijken, zal wel weten waaraan hij zijn expertise, tijd en energie zal moeten besteden.
Healthcare Belgium zal de tweedeling in de zorg alleen maar verergeren, met als gevolg nog meer SiCKO toestanden in België.
Dr. Dirk Van Duppen