*klik om te printen*
13 september 2008 18:45 | Leeftijd: 4 jaar
| Thema: Openbare Diensten, Syndicaal, Antwerpen, Rode Tornado

Nieuwe rechtspositie voor lokaal personeel: soepeler met minder sociale bescherming

Voor alle personeel van gemeenten en provincies komt er een nieuwe rechtspositie aan. Hierin zitten heel wat aspecten vervat die de loon- en arbeidsvoorwaarden bepalen voor wie werkt in de lokale besturen.


Klik op de afbeelding om de presentatie groter weer te geven. Ga verder of terug door de pijltjes links of rechts te gebruiken op de afbeelding.

Bepaalde zaken legt het nieuwe decreet op. Zo wordt voortaan elk personeelslid dat bevordert naar een hoger niveau, een minimale loonsverhoging gegarandeerd.

Maar voor andere domeinen laat de rechtspositie nog de keuze binnen gestelde grenzen. Er wordt dan ook overal druk onderhandeld met de vakbonden over het aantal dagen jaarlijkse vakantie, het toekennen van vergoedingen voor overwerk, nacht- en weekendwerk, enz.

De nieuwe rechtspositieregeling moet in alle lokale besturen rond zijn uiterlijk op 1 januari 2009.

Klik op de afbeelding om de presentatie groter weer te geven. Ga verder of terug door de pijltjes links of rechts te gebruiken op de afbeelding.

Het OCMW-personeel krijgt in navolging hiervan een gelijklopend nieuw statuut.

De balans : soepeler = minder zekerheid

Of dit een positief of negatief verhaal betekent, hangt uiteraard af van de verworvenheden die er zijn uit het verleden. Voorwaarden verschillen overal.

De vakbonden zijn verdeeld in hun beoordeling over de nieuwe rechtspositie. Voor het ACV overwegen de positieve zaken. ACOD en VSOA hebben een protocol van niet-akkoord getekend.

Wat een globale tendens is in de nieuwe krijtlijnen, op heel wat vlakken soepeler zijn.

Hoewel statutaire benoemingen in principe de regel blijven, wordt contractuele tewerkstelling gemakkelijker. In de realiteit is nu reeds de meerderheid van het personeel in de Vlaamse gemeenten niet meer vast benoemd. Dit is een achteruitgang voor de werkzekerheid.

Meer variatie in verloning

Hoewel loonschalen vast liggen en iedereen volgens dezelfde regels betaald wordt, geeft de nieuwe rechtspositie de mogelijkheid om individuele werknemers een functioneringspremie te geven of iemand bij te betalen voor een specifiek opdrachthouderschap.

Begon iedereen vroeger onderaan een loonschaal, wordt het nu mogelijk om dienstjaren uit de privé en zelfs als zelfstandige in te brengen en op die manier te starten aan een hoger loon.

Regels om aan te werven worden eveneens soepeler. Heb je geen diploma, wordt nu meer rekening gehouden met ervaring. Ook voor bevorderingsfuncties hoef je niet meer al in dienst te zijn.

Je krijgt dus meer flexibiliteit op vlak van contracten (minder vaste benoemingen), maar ook meer flexibiliteit in verloning.

Eigenlijk gaat de rechtspositie verder op een aantal tendensen die er reeds langer waren.

En voor het personeelslid dat beroep kan doen op meer voordelige regels, is dit geen negatieve zaak. Het was vb. een drempel om over te stappen naar een openbaar bestuur, als je al heel wat jaren in de privé werkte. Weinigen waren bereid om een groot stuk loon in te leveren hiervoor.

Maar deze versoepeling leidt wel naar meer verschillen tussen personeelsleden onderling én vooral tussen nieuwkomers en de personeelsleden die langer in dienst zijn. Deze laatsten hebben vaak wél heel wat jaren moeten wachten op een beter loon, hebben nooit hun dienstjaren bij een vorige werkgever kunnen verzilveren of konden niet bevorderen omdat ze geen vereiste diploma’s hadden.

Inleveren op jobkwaliteit

Wat voor iedereen negatief wordt, is de flexibiliteit op vlak van werkuren.

De nieuwe rechtspositie legt op dat er in de lokale besturen gemiddeld 38-uren per week moet gewerkt worden en dit binnen een referteperiode van vier maanden. De werkgever moet slechts overuren vergoeden, indien deze na vier maanden niet werden opgenomen.

Binnen de openbare dienst is een werkdag wettelijk beperkt tot 11 uren en een werkweek tot 50 uren.

De nieuwe rechtspositie biedt dus de mogelijkheid om mensen flexibel in te zetten, met dagen tot 11 uren en weken tot 50 uren, zonder het uitbetalen van één enkel overuur. Zolang de planning maar zorgt dat na vier maanden de gemiddelde werktijd 38-uren per week bedraagt. Het personeel vreest in de toekomst nog meer ’s avonds en in het weekend ingezet te worden, zonder enige financiële compensatie en zonder vrijheid om meerprestaties te verletten op momenten dat men dit zelf kiest.

Sociale onrust groeit

Vanuit deze zorg weigerde het personeel van de dienst feestelijkheden bij de stad Antwerpen de voorbije weekends nog overuren te doen.

In andere diensten, zoals de bibliotheken en districten, vreest men de uitbreiding van avond- en weekendwerk, omdat dit voor de werkgever geen financiële meerkost betekent en er dus geen rem meer op staat.

Ook in andere besturen leveren heel wat werknemers in op vrije dagen en financiële vergoedingen.

Het totale plaatje betekent dan: meer werken in slechtere uurroosters met minder financiële compensatie.

Lokaal, maar ook Europees

Kan de nieuwe rechtspositie voor individuele personeelsleden heel wat voordelen bieden, als personeelsgroep dreigen de werknemers van de lokale besturen er toch op achteruit te gaan. De sociale bescherming, eigen aan werken in openbare dienst, wordt meer en meer uitgehold.

In die zin ontsnappen de gemeenten, provincies en OCMW’s niet aan de regels van Lissabon en de Europese patronale strategie.

De Europese Comissie stelt dat het erom gaat ‘de organisatie van het werk te moderniseren (…) door middel van maatregelen zoals het invoeren van soepele werktijden en werkroosters gebaseerd op jaarbasis, het vergemakkelijken van deeltijds werk en het heronderzoeken van de wetgeving die de tewerkstelling te strak beschermt en overdreven hoge afdankingvergoedingen oplegt’.

De rechtspositie voert soepele werktijden in op viermaandelijkse basis en zorgt voor minder strakke bescherming door afbouw van statutaire tewerkstelling en een soepeler switch van de privé naar de openbare dienst.

Waar men deze bescherming toch nog te strak vindt, staan verzelfstandiging van gemeentediensten en privatiseringen op de agenda.

In Antwerpen wordt op de gemeenteraad van 22 september 2008 zowel over de rechtspositie als over de verzelfstandiging van de rust- en verzorgingstehuizen gestemd.

Samen met de eis voor meer koopkracht, waarvoor op 24 juni ll. in heel Vlaanderen werd gestaakt, hebben de werknemers van de lokale besturen dus heel wat om voor op straat te komen.

Ze verdienen dan ook begrip en steun, al proberen hun politieke werkgevers via de media ons van het tegendeel te overtuigen.

A.C.O.D. mobiliseert haar leden

Op 22 september stemt de Antwerpse gemeenteraad over de nieuwe rechtsposititie van het stadspersoneel. Het A.C.O.D. roept haar leden op om massaal aanwezig te zijn.

Afspraak:

22 september 2008

18.45u aan het Stadhuis, Grote Markt, Antwerpen.

 

 

 


Reageren?

Melis, 18-09-08 09:02:
Een heel mooie duidelijke correcte weergave van wat zich momenteel afspeelt. Ik als werknemer bij de openbare dienst met 11 jaar anciëniteit voel dit hetzelfde aan.
pascal, 21-10-08 17:57:
Gaan de politiekers op \'t stadhuis die de nieuwe rechtspositieregeling goedgekeurd hebben, zich ook aan de 11/50 werktijd regeling houden? of mogen zij zoals gewoonlijk iets meer?
Van ons neemt men in elk geval de VRIJHEID af om onze GEPRESTEERDE OVERUREN op te nemen wanneer het voor ons goed uitkomt!
Bedankt!
Voeg hieronder uw mening toe

* - verplicht veld

*





*
*
This page can found at: http://antwerpen.pvda.be/nieuws/article/nieuwe-rechtspositie-voor-lokaal-personeel-soepeler-met-minder-sociale-bescherming.html