Gemeenteraad april 2014 : op zondag met de auto naar de crèche ?

Joachim

Verbaal vuurwerk op de laatste gemeenteraad voor de verkiezingen. De PVDA+ fractie strijdt voor duurzame mobiliteit, zondagsrust en de stedelijke kinderopvang.

Op zondag niet, schat

De laatste gemeenteraad voor de verkiezingen start met een geslaagde actie van vakbonden en winkelpersoneel. Zij protesteren tegen de mogelijke komst van meer zondagsopeningen in de binnenstad. Peter Mertens spreekt de actievoerders toe en geeft later een spitante interpellatie in de gemeenteraad. Uit een bevraging van Unizo blijkt dat een grote meerderheid van de winkeliers gekant is tegen (meer) zondagsopeningen. Zelfs hun kopman Karel Van Eetvelt zegt dat de zondag een belangrijke rustdag is. Ook het Nationaal Syndicaat van Zelfstandigen komt tot dezelfde conclusie : de winkeliers wensen geen zondagsopeningen. Maar de belangrijkste groep, het winkelpersoneel, werd niet eens bevraagd! De vakbonden zeggen dat 80% van het personeel niet wil werken op zondag. Op zondag willen ze bij hun familie zijn, of vrienden, of gaan voetballen, of uitslapen, of de Antwerp 10 miles lopen. Gezondheidsonderzoek op de werkvloer toont keer op keer aan dat rust en structuur essentieel zijn voor het fysisch en psychisch welzijn van het personeel. De 24-uurs-economie waaraan steeds meer werknemers worden overgeleverd, is nefast voor hun welzijn.

Het gaat niet enkel over het winkelpersoneel van de binnenstad. Met deze regeling wordt de deur opengezet naar meer 24-uurs-economie. Het begint met de winkels, maar alras zal blijken dat men afvalophaling wil op zondag, dat er politie en meer openbaar vervoer nodig is, dat ook winkels buiten het centrum op zondag open moeten enzovoorts.

Het laat schepen Kennis koud. Volgens zijn logica moeten de winkels op zondag open omdat de winkeliers anders geld verliezen aan de e-commerce (shoppen via internet) en de Nederlandse winkels die op zondag wel open zijn. Het is een koude logica die enkel de winsten van de winkelketens voor ogen houdt, niet het welzijn van het personeel. Maar het strafste is dat de winkeleigenaars zélf helemaal geen vragende partij zijn, zoals Unizo en het Nationaal Syndicaat van Zelfstandigen aangeven. Wat weer aantoont hoe verblindend de neoliberale waan van de N-VA kan zijn.

 

Kinderopvang verder privatiseren

De Antwerpse stedelijke kinderopvang behoort tot de beste van het land. Wie een plaatsje kon bemachtigen voor zijn of haar kind, is steevast enthousiast over de kwaliteit van de opvang en het niveau van het personeel. En dat is de logica zelve : de kinderverzorgsters zijn professioneel opgeleid en worden verder gevormd tijdens hun loopbaan. Ze genieten werkzekerheid op lange termijn; er is oog voor de pedagogische aspecten van de opvang; de middelen die per kindje besteed kunnen worden zijn ruimer; de voeding zit in de prijs inbegrepen; het onderhoud gebeurt professioneel en door de schaalgrootte kan er goed spelmateriaal aangekocht worden. Dat zijn allemaal redenen om verder te investeren in stedelijke kinderopvang.

Het enige probleem met de stedelijke opvang is dat er veel te weinig plaatsen zijn. Ouders die van deze uitstekende dienst gebruik willen maken, komen terecht op ellenlange wachtlijsten. Het ligt dan ook voor de hand om de stedelijke opvang gevoelig uit te breiden door te investeren in gebouwen en personeel.

Maar wat heeft bevoegd schepen Daoud nu ontdekt? Het kan zogezegd veel goedkoper en sneller als we het overlaten aan de privé. Volgens een audit van KPMG kan men snelst plaatsen creëren door subsidies te geven aan de private niet-inkomensgerelateerde groepsopvang (dat wil zeggen meer dan 8 kindjes en dagprijs niet afhankelijk van het inkomen van de ouders). Via twee subsidiereglementen schuift ze de komende 5 jaar zo'n 15 miljoen euro naar die specifieke vorm van kinderopvang.

Mie Branders haalt alles uit de kast om de gemeenteraad ervan te overtuigen dat het veel verstandiger en duurzamer is om dat geld te investeren in de stedelijke opvang. Dit stadsbestuur zou beter maatregelen nemen die ons op langere termijn verzekeren van voldoende en kwalitatieve openbare dienstverlening. Helaas wordt haar helder betoog niet gevolgd door de meerderheidspartijen.

 

Koning auto regeert de stad

Schepen Kennis maakt een mobiliteitsplan. Hij toonde reeds aan dat het bij hem niet per se bij plannen blijft. Zijn eerste beleidsdaad in 2013 was het schrappen van het geplande fietspad in de zeer fietsonveilige Generaal Lemanstraat. Ook de tramverlenging naar Ekeren werd dankzij N-VA-druk geschrapt : laat de Ekeraars maar met de auto komen. Het STOP-principe ging op de schop en --zijn laatste en tot heden strafste wapenfeit -- zijn de beweringen over fietsen op de Turnhoutse baan : hij wil daar liever geen fietsen meer zien, zodat auto's én bussen én trams vlotter naar de binnenstad kunnen.

Antwerpen niet kiest hiermee niet voor duurzame mobiliteit, terwijl de toekomst van onze steden ligt bij de fiets en het openbaar vervoer, niet de auto. Toonaangevende steden als Hamburg, Kopenhagen, Amsterdam en Gent zetten volop in op de fiets, terwijl Antwerpen ervoor kiest de klok terug te draaien en weer meer auto's en parkeerplaatsen in het straatbeeld wil. Hiermee kiest de stad niet voor verkeersveiligheid, niet voor gezondheid en niet voor een leefbare stad voor bewoners en bezoekers.

Een duurzame mobiliteit vereist investeringen in fietsinfrastructuur en openbaar vervoer en het ontmoedigen van autoverkeer in de stad. Dit stadsbestuur ijvert precies voor het tegenovergestelde.

De toekomst voor de Turnhoutsebaan is zeer precair. Voor fietsers en voetgangers is het nu reeds een huzarenstuk om veilig doorheen het verkeer te bewegen. Met de komst van het BAM-tracé zal er nog meer verkeer door de straat razen. Maar de Turnhoutsebaan is geen expresweg : het is een straat waar mensen wonen, naar concerten en voorstellingen gaan, hun boodschappen doen in de talloze winkels en hun kinderen naar school sturen. Deze straat herleiden tot een tweede Boomsesteenweg is onverantwoord. Het stadsbestuur zou veel beter werk maken van een leefbare en veilige stad, in plaats van autostrades aan te leggen middenin de woonwijken.