Waarom Antwerps stadsbestuur daklozenzorg aan bewakingsmultinational toevertrouwt

De Antwerpse OCMW-raad van 27 april beslist wie de projecten van daklozenzorg voortaan mag uitbaten. Het gaat over het daklozeninloopcentrum De Vaart, het Zorghostel voor daklozen en het Zorgteam (verpleegkundige zorgen voor daklozen). Het OCMW-bestuur wil de eerste twee projecten en mogelijks alle drie toewijzen aan de bewakingsmultinational G4S, meer bepaald diens afdeling G4S Care.

Wat voorafging

Een jaar geleden kondigde de Antwerpse Schepen voor Sociale Zaken Duchateau (N-VA) aan dat hij de sociale zorg wil vermarkten. Voortaan zou iedereen, ook commerciële bedrijven, kunnen bieden op projecten van daklozenzorg, verslaafdenzorg en buurtwerk. Toen eind 2016 het daklozencentrum De Vaart in handen dreigde te komen van bewakingsmultinational G4S, rees daartegen breed protest onder het motto ‘Sociaal werk is niet te koop’. Na een klacht bij de provinciegouverneur - van onder meer de PVDA - moest de schepen alle openbaar gemaakte projecten intrekken, omdat hij het juiste democratische beslissingsniveau niet had gerespecteerd. Maar hij koos ervoor die projecten opnieuw uit te schrijven, na goedkeuring door de meerderheid van de OCMW-raad (N-VA, Open Vld en CD&V).

Vandaag dreigen niet minder dan drie projecten van daklozenzorg in handen te komen van de bewakingsmultinational. En dit ondanks een leugenachtige voorstelling van een offerte. G4S is er erg op gebrand om voet aan wal te krijgen in de zorg, en heeft daar blijkbaar de juiste connecties voor.

Daklozenzorg vereist vertrouwen en dus continuïteit

Het daklozencentrum De Vaart wordt al meer dan achttien jaar uitgebaat door de vzw Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW). Het Zorgteam is uit de grond gestampt door sociaal werkers van deze vzw die een behoefte aan verpleegkundige zorgen ervaren bij hun doelgroep. Als de uitbater verandert, verliezen de dakloze mensen hun vertrouwde hulpverlener die hen soms al meer dan tien jaar begeleidt. Bij het Zorgteam komt de in de loop der jaren opgebouwde samenwerking met een hele groep huisartsen in het gedrang. Het CAW heeft voor deze projecten eveneens een projectvoorstel ingediend maar dat haalde het niet bij het Antwerpse OCMW-bestuur.

Liegen over partnerschap met een academisch expertisecentrum

Het is sterk dat het OCMW voor G4S Care kiest, want het projectvoorstel van G4S Care voor De Vaart roept heel wat vragen op. In het projectvoorstel (28 februari 2017) zet G4S Care in de verf dat het als partner deel uitmaakt van het expertisecentrum in daklozenzorg Impuls van de Radboud Universiteit Nijmegen. Het wijdt daar zelfs een hele pagina aan. Er staat bijvoorbeeld: “Vanuit het partnerschap van G4S Care en De Wooncompagnie met Impuls, Onderzoekscentrum Maatschappelijke Zorg van de Radboud Universiteit Nijmegen, wordt Krachtwerk als krachtgerichte, herstelondersteunende methodiek voor de dak- en thuislozen uitgerold.” Of nog: “In de Academische werkplaats Opvang en Herstel onder leiding van Prof. Dr. Judith Wolf, zijn de krachten van veertien organisaties voor maatschappelijke opvang, waaronder G4S Care en De Wooncompagnie, en Impuls gebundeld.” Maar als we contact opnemen, wil dit expertisecentrum dit partnerschap niet bevestigen. Toch tilt het Antwerpse OCMW hier niet zwaar aan. In het besluit om de uitbating van De Vaart aan G4S Care toe te wijzen (18 april 2017) zegt dit OCMW: “Specifiek met het onderzoekscentrum maatschappelijke zorg ‘Impuls’ in Nijmegen, heeft G4S Care een gedocumenteerde intentie om samen te werken, wanneer G4S Care het project toegewezen zou krijgen.” Het zou dus gaan om intentie en niet om een partnerschap, met een onzekere juridische waarde. Er wordt gezegd dat G4S Care de verantwoordelijke Judith Wolf onder druk heeft gezet om alsnog iets op papier te zetten.   

Geen engagement tot samenwerking

Bovendien beweert het projectvoorstel van G4S dat het de afgelopen maanden contact heeft gehad met diverse partners die met het cliënteel van De Vaart aan de slag willen gaan. Het noemt zelfs acht partners op, maar wanneer deze mensen gebeld worden, verklaren zij formeel dat er geen contacten in die zin geweest zijn. Ze geven wel aan dat de cliënten van De Vaart uiteraard niet zullen worden geweerd uit hun werking. In het projectvoorstel van G4S Care is er geen enkele engagementsverklaring voor samenwerking met partners uit het Antwerpse middenveld. Er is nochtans ruim wetenschappelijk bewijs dat samenwerking cruciaal is om kwalitatieve sociale zorg te organiseren (http://sociaal.net/analyse-xl/sociaal-werkers-en-armoede/). De problemen waar dakloze mensen mee kampen, manifesteren zich immers op diverse domeinen. In het projectvoorstel van de vzw CAW staan liefst vier ondertekende engagementsverklaringen van sociale partners.

Onvoldoende personeel

Het projectvoorstel van G4S Care voor De Vaart lijkt zeer blits, maar door de krappe personeelsbezetting tegelijk zeer ongeloofwaardig. Zowat alle termen die in het sociaal werk circuleren komen er aan bod: persoonlijke opvolging, emancipatie, empowerment, zelfredzaamheidsmatrixen, risico-taxatie-instrumenten, eigen-kracht-conferenties, critical-time-interventies, vijf begeleide kookactiviteiten per week, drie groepsactiviteiten per week, een elektronisch badgesysteem voor de daklozen, begeleiding en omkadering van minimum 30 vrijwilligers. Maar dat alles moet waargemaakt worden door … 5,5 voltijds equivalenten die het centrum zeven dagen op zeven moeten openhouden. Meteen ook hét knelpunt van andere commerciële zorginstellingen zoals rusthuizen en het Forensisch Psychiatrisch Centrum in Gent.

Een juryrapport zonder jury

De procedure die het Antwerpse OCMW hanteert om de beste partner te kiezen, is erg ondoorzichtig. Ze werkt zonder jury en vraagt geen advies aan externe experten. De eigen administratie zou een advies gegeven hebben, maar dit is geheim. Er is alleen een puntentelling, die de OCMW-raad van 30 maart 2017 te zien krijgt. En daarin wordt G4S Care als beste kandidaat naar voren geschoven. De OCMW-voorzitter zegt dat de raadsleden zelf jurylid mogen spelen. De meerderheid (N-VA, Open Vld en CD&V) stemt vervolgens in om de onderhandelingen met G4S Care op te starten. Dat moet leiden tot een contract waarover de OCMW-raad van 27 april zich dan mag uitspreken.

Dat er geen jury met externen is aangesteld, is opmerkelijk omdat dit letterlijk opgenomen is in het collegebesluit over vermarkting van 20 mei 2016. Dat zegt: “Doordat er een grondige screening van de kandidaten gebeurt, zullen de nieuwe overeenkomsten voor een langere periode afgesloten kunnen worden. Deze beoordeling zal gebeuren door een onafhankelijke jury die op maat van de oproep wordt samengesteld.” Vooral de CD&V beloofde de sociale organisaties hiervoor te ijveren. Gemeenteraadslid Caroline Bastiaens (CD&V) benadrukte op de gemeenteraad van maart 2016 dat CD&V een partner zou zijn in de vermarkting van sociale zorg, maar dat kwaliteit moet primeren op prijs.

‘VOKA is mijn baas’

Opzoekingswerk en informele gesprekken met werknemers van G4S maken duidelijk waarom de bewakingsmultinational er zo op gebrand is deze sociale zorgprojecten uit te baten. Ten eerste heeft grote concurrent Securitas in partnerschap met Sodexo de beveiliging van de Forensisch Psychiatrische Centra in Gent en Antwerpen binnengehaald, de eerste grote zorginstellingen die gecommercialiseerd zijn in België. G4S heeft dus een achterstand goed te maken. Ten tweede loopt het contract van G4S voor de uitbating van de asielcentra in Gent, Retie en Turnhout ten einde. Om concurrentieel te blijven moet G4S voet aan grond houden in de zorg. Want het opent wereldwijd deuren als G4S ermee kan uitpakken dat het in België ‘refugee and homeless care’ organiseert. De invloed van G4S in VOKA kan helpen om die projecten binnen te halen. De topman van G4S, Jean-Paul Van Avermaet, is ex-voorzitter van VOKA Metropolitan en heeft nog altijd een stevige vingen in de pap bij de werkgeversorganisatie. Iedereen herinnert zich de woorden van Antwerps burgemeester Bart De Wever (N-VA) ‘VOKA is mijn baas’.

Nog sociale zorg te koop

De projecten van daklozenzorg zijn de eerste in een reeks projecten die de Antwerpse schepen voor Sociale Zaken wil vermarkten. Ook het buurtwerk en de verslaafdenzorg kunnen de komende maanden (opnieuw) op de markt komen. De huidige sociale organisaties investeren nu al een jaar tijd en middelen in onderhandelingen en projectoproepen, tijd en middelen die ook naar dienst- en hulpverlening hadden kunnen gaan. Doordat de stad het juiste democratische beslissingsniveau niet respecteerde, zijn al deze projectoproepen al eens gelanceerd en vervolgens teruggetrokken. Er heerst momenteel chaos en onzekerheid bij de organisaties, sociaal werkers en de doelgroep. Heel wat personeelsleden kregen hun opzeg, er vielen ook al ontslagen.

Verschillende mensen verloren intussen hun vertrouwde hulpverlener. In het daklozencentrum De Vaart vroegen en kregen enkele sociaal werkers met veel expertise en ervaring overplaatsing naar een andere werking. Zij zoeken meer werkzekerheid. Wat moet een sociaal werker vandaag doen? Start je nog een budgetbegeleiding op, als je niet weet of je die na de zomer kan voortzetten? Als je niet weet of er überhaupt nog budgetbegeleiding zal zijn? Hoe leg je dat uit aan de doelgroep?

Vermarkting van zorg is geen goed idee

De academische wereld waarschuwt dat een vermarkting van sociale zorg een bijzonder slecht idee is. Zij schrijven dat vermarkting de continuïteit, de samenwerking en het vertrouwen in de hulpverleners in het gedrang brengt: “Vermarkting zorgt ervoor dat de brede opdracht van sociaal werk (voor mensenrechten ijveren) verdwijnt als sneeuw voor de zon”, zo stellen meer dan tachtig docenten en professoren in een opinie.

De plannen tot vermarkting in Antwerpen gaan uit van een wantrouwen voor de organisaties die zich al tientallen jaren inzetten voor mensen die uit de boot vallen in de stad. Er is geen enkele erkenning voor de expertise en de kennis aan de basis. De stad is op geen enkele manier in overleg gegaan met de sociale organisaties over deze plannen. De ideologische basis is een aversie tegen de Antwerpse sociale organisaties die zich niet of onvoldoende conformeren met het repressieve en paternalistische beleid dat past binnen het ‘eigen-schuld-model’ waar N-VA voor staat. 

Mensenrechtenwerk

Een stad kan ook andere keuzes maken. Ze kan kiezen voor een sociaal beleid dat resoluut de kaart trekt van de sociale grondrechten. Voor sociaal werk dat grondrechten agendeert en de onderbescherming zichtbaar en hoorbaar maakt. (http://sociaal.net/analyse-xl/sociaal-werk-zal-politiek-zijn/) Een stad kan steunen op de ervaring en expertise die aanwezig is aan de basis en die de kiemen zijn van innovatieve sociale zorg. Een stad kan samenwerking en kritisch overleg organiseren. Een stad kan kiezen voor een duurzame subsidiëring die zorgcontinuïteit mogelijk maakt. Gemeenteraadslid Peter Mertens en OCMW-raadslid Lise Vandecasteele (PVDA) lanceerden eind maart dertien krachtlijnen voor een sterk sociaal beleid dat sociaal werk versterkt. “Deze krachtlijnen werken we verder uit in overleg met de sociaal werkers en de doelgroep. De kennis en de expertise zit vooral daar, niet op het Schoon Verdiep.”

Lees ook het artikel: PVDA start bevraging over 13 krachtlijnen voor sterk sociaal werk

 

Auteur: Lise Vandecasteele

Tags: 
OCMW-raad