Samenwerking tussen ziekenhuiskoepels ZNA en GZA roept vele vragen op

Op de gemeenteraad van april 2017 stemde de stad Antwerpen een statutenwijziging bij ZiekenhuisNetwerk Antwerpen (ZNA) om een verdere samenwerking met GasthuisZusters Antwerpen (GZA) mogelijk te maken. De PVDA kan niet akkoord gaan met de groepsovereenkomst van deze koepels omwille van 4 argumenten. Hieronder vindt u de interpellatie van gemeenteraadslid Dirk Van Duppen.

We zijn absoluut voor zoveel mogelijk samenwerking in de zorg en staan achter ieder beleid dat de huidige wildgroei en verspilling wil oplossen. We hebben in Antwerpen een mooi voorbeeld hoe het kan met het ‘Iridium netwerk tegen kanker’. Een hechte samenwerking over alle netten heen op het vlak van de radiotherapie, de medische oncologie en de hematologie voor de patiënten uit de regio Groot-Antwerpen en Waasland.

In de wetenschappelijke literatuur vind je vandaag consensus dat gezondheidszorg het meest optimaal wordt georganiseerd volgens geografisch afgebakende gebieden. Met eerste lijnscentra (bij ons de huisartsen), een tweede lijn: basishospitalisatie en specialistische zorg dicht bij de mensen, een tweede lijn met hooggespecialiseerde zorg (zoals hooggespecialiseerde chirurgie en oncologie) en een derde lijn: supraregionaal universitair ziekenhuis.  De ruime agglomeratie Antwerpen zou zo’n zorgregio kunnen vormen. Wat nu gebeurt druist daar tegen in.

Vooreerst krijgen we nu twee clusters. Eerst Monica-, Klina en Universitair ziekenhuis. Wat een onlogische cluster is. Gezien we eigenlijk tweedelijns ziekenhuizen mengen met een derdelijns, het academisch ziekenhuis. Vervolgens kennen we nu de groepering van ZNA en GZA. Wanneer die groeperingsplannen vorig jaar werden aangekondigd gaven de verantwoordelijken van beide ziekenhuizen dat de hoofdreden van de groepering erin bestond om ‘daarmee de concurrentie aan te gaan met die andere grote medische groep van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen’(GVA 25/11/2016 ‘Antwerpse ziekenhuizen voeren concurrentie om patiënten’). Die ‘missie’ druist natuurlijk helemaal in tegen de filosofie van samenwerking die in deze nieuwe dynamieken in het ziekenhuislandschap zou moeten plaats hebben.

Ten tweede wordt er een grote overhead gecreëerd om die groeperingsovereenkomst vorm te kunnen geven. De leden van de raden van bestuur van ZNA en GZA gaan in mekaars bestuursraden zetelen en daarbovenop komt nog een koepel vzw met de CEO’s van beiden.

Ten derde, en dat baart mij het meeste zorgen, komt de toegang voor de patiënt voor kwaliteitsvolle zorg onder druk. Om historische en sociale redenen zijn de specialisten van ZNA tijdens hun werkuren op ZNA geconventioneerd, zij houden zich aan de tarieven (behalve voor een eenpersoonskamer) en de patiënt heeft tariefzekerheid. Dat was een benchmark voor dit hoofdzakelijk nog openbaar ziekenhuis. Sinds vijf jaar zijn dan de ZNA-radiologen gezamenlijk gedeconventioneerd. Zij houden zich niet meer aan de RIZIV tarieven. Beeldvorming is voor alle patiënten vandaag in ZNA het duurste van alle Antwerpse ziekenhuizen. Bij een routine rugscan betaalt de patiënt op ZNA 30 euro uit eigen zak, tegenover 9 euro op het Universitair Ziekenhuis, waar geconventioneerd zijn nog bij wet verplicht is. Sint-Augustinus is bekend voor vele niet geconventioneerde specialisten die goed durven doorvragen. We hebben geen enkele garantie dat deze cultuur vandaag niet zal overgaan op ZNA. Temeer omdat de ziekenhuisfinanciering ondermaats is de raden van bestuur hun specialisten juist aanzetten om meer te vragen omdat een deel van die inkomsten naar het ziekenhuis gaat.

Ten vierde wat zullen de gevolgen zijn voor het personeel? Dat werkt in beide ziekenhuizen in verschillende statuten, met verschillende CAO’s, met verschillende mobiliteit.   

Omwille van die vier bezorgdheden die helemaal niet zijn uitgeklaard in deze samenwerkingsovereenkomst kunnen we dit punt niet goedkeuren.