Nota stadsbestuur over decentralisatie? Veel geblaat en weinig wol

Het Antwerpse stadsbestuur wil haar relatie met de 9 districten herbekijken. Voor de PVDA moeten de districten de bakens van democratie van onderuit zijn. Dit veronderstelt op zijn minst dat de middelen voor de districten moeten verhogen én dat de stad de adviezen van districten niet zomaar naast haar mag neerleggen.

Decentralisatie, wat bedoel je daar nu weer mee?

Heel kort samengevat: in 1983 werden Antwerpen en de gemeenten Berchem, Borgerhout, Deurne, Ekeren, Hoboken, Merksem, Wilrijk samen één stad. Voor de dienstverlening aan de burger leek het eenvoudiger om één stadsbestuur en één stadsdienst te hebben dan 9 aparte gemeentediensten. Al snel bleek dat er naast de voordelen ook nadelen waren. Er groeide een kloof tussen het bestuur in de stad of - zoals ze dat in Antwerpen zeggen – het Schoon Verdiep en de gewone man/vrouw in de straat. De adviesrol van de vroegere gemeenten bleek al heel snel een lege doos. In 2000 kregen de 9 districten uiteindelijk beperkte maar toch echte bevoegdheden. Ze hebben beslissingsbevoegdheid over sport-, jeugd-, cultuur- en seniorenbeleid. Ook over de communicatie van het district, de feestelijkheden en een gedeelte van de straat- en groenwerken.

Bij het begin van de nieuwe bestuursperiode kondigde de meerderheid met N-VA, CD&V en Open VLD aan dat de districten meer bevoegdheden zouden krijgen. De vorige vier jaar konden we daar nog niet veel van merken. Integendeel zelfs. Het bestuur bestelde een onderzoek bij de universiteit van Tilburg. Daarop volgde een nota met de voorstellen voor de komende jaren.

Districten geven advies, de Stad legt ze naast haar neer

In het voorjaar wordt deze nota op elk districtsraad besproken en kan er nog advies over gegeven worden. Niet meer, niet minder. Advies. De vorige jaren werd er vanuit de Stad heel weinig respect getoond voor het advies van de districten. In geen enkel district was er een vraag om de dienstverlening af te bouwen. Toch besliste de Stad zonder overleg om x stadsloketten te sluiten. In Wilrijk verzette de unanieme districtsraad zich tegen de kap van het eeuwenoude Ferrarisbos, ten voordele van de firma Essers, die er kantoren wou bouwen. De Stad legde het advies naast zich neer en het bos werd gekapt. Het district Borgerhout had een plan voor de heraanleg van het Moorkensplein. Er werd gekozen voor broodnodig extra groen en minder verkeer. De stad veegde het plan van tafel en duwde haar eigen plan door. Toen de Stad de prijs voor jeugdactiviteiten in de vakantie wou opdrijven, adviseerde het district Borgerhout om dat niet te doen, omdat elke financiële drempel net die gezinnen uitsluit die er het meest nood aan hebben. De Stad bleef doof voor het advies en verhoogde de prijs behoorlijk. De cijfers over de deelname aan jeugdactiviteiten spreken voor zich. In Borgerhout pieken de deelnemersaantallen voor de gratis activiteiten. De cijfers voor de betalende activiteiten in de andere districten blijven dalen. In Antwerpen adviseerde de districtsraad om de grote muziekfestivals weg te houden van de rust van Linkeroever. De Stad duwde met de grootste arrogantie de evenementen toch door de strot van de wijkbewoners. In de buurt van het oude rangeerstation Spoor Oost is er een schrijnend tekort aan open en groene ruimte. Het district Borgerhout en haar actiegroepen droomden van een Park Spoor Oost, naar het voorbeeld van Park Spoor Noord. Het stadsbestuur zag liever heil in een grote parking om de parkeerellende rond het Sportpaleis op te lossen op de rug van de mensen in Borgerhout. Zij kregen een Park(ing) Spoor Oost. Het district Antwerpen adviseerde om op de site van het huidige Tolhuis geen hoogbouw neer te poten. De Stad lapte elke regel uit de hoogbouwnota aan haar laars en liet een ontwerp toe dat zelfs de skyline met de kathedraal in de schaduw zette. Diezelfde Stad weigert in Merksem een bouwvergunning af te leveren voor een project dat de districtsraad goedkeurde… De lijst is lang. Het besluit is kort : de Stad leerde niet om de districten als een gelijkwaardige partner te behandelen.

Zicht op beterschap?

De nota die voorligt is dus het antwoord op de reeds lang aangekondigde versterking van de districten. Het taalgebruik is hoopgevend : gelijkwaardigheid, meer middelen, meer personeel, autonomie, valorisatie, verscheidenheid… Bij nader inzicht blijkt het vooral een efficiëntie-oefening te zijn. Er wordt erg veel nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid van de districten. Van de beloofde extra bevoegdheden komt er niets in huis. En of er in de toekomst echt rekening wordt gehouden met de autonome mening van het district, hebben we niet gelezen.

Meer middelen? Waar?! Waar?!

Tot nu kregen districten middelen op basis van de oppervlakte van het district en het aantal inwoners. Die oppervlakte van het district wordt nog onderverdeeld in grijze oppervlakte (straten, pleinen,…) en groene oppervlakte (park, groene ruimte, ..). Met de PVDA waren we vragende partij om ook de bevolkingsdichtheid én socio-economische factoren in rekening te brengen. Met het eerste wordt nu effectief rekening gehouden. Voor alle duidelijkheid : voor 25% van de totale dotatie. Oppervlakte blijft voor 75% doorwegen. Voor de PVDA mag het echt wat meer zijn. Of je district 11.866/km2 inwoners telt (bv. Borgerhout) of 2555/km2 (bv. gemiddelde van de hele stad) stelt hele andere uitdagingen. Als die 11.866 inwoners er heel weinig mogelijkheden hebben om in een huis met tuin te wonen, om op vakantie te gaan, om hun kinderen naar leuke betalende activiteiten te sturen, dan moet het district nog veel meer open ruimte en speelgelegenheid kunnen voorzien. Als de armoedecijfers in een district hoger zijn dan elders, dan moet dat district extra middelen hebben om op die lokale sociale noden te kunnen antwoorden.

Onze grootste kritiek blijft echter dat de middelen hetzelfde blijven. De koek blijft even groot, hij wordt gewoon anders verdeeld. De 9 districten ontvangen samen amper 32 miljoen euro. Dat is amper 1,9 % van het totale stadsbudget? De Stad lijkt zich te gedragen als iemand die met tegenzin de afgedwongen alimentatie voor een ongewenst kind betaalt. Met de PVDA roepen we alvast alle partijen op om in de toekomst de totale koek te vergroten en de middelen voor de districten op te trekken.

Besparingen bij de Stad treffen ook de districten

Als de Stad beslist om de stadskantoren te sluiten, om personeel af te bouwen of om de stadsdrukkerijk te sluiten, dan treft dit ook de districten. Als een districtsbestuur drukwerk wil bestellen, komen de kosten nu op haar eigen rekening. Doe maar digitaal, antwoordt de stiefmoeder op het Schoon Verdiep. Maar niet iedereen zit al op de trein van de digitalisering. En zeg nu zelf : lees jij echt de Nieuwe Antwerpenaar op je i-pad? Bij de heraanleg van een plein of een straat heeft het district de tekenaars van de stad nodig. Maar daar stropt het op, door de “rationaliseringsoefening bij het personeel”. Om de werken toch maar vooruit te laten gaan, betalen de districten dan zelf de tekenaars vanuit hun eigen beperkt budget. Hetzelfde geldt voor het onderhoud van het groen. Heel wat middelen uit de districtsbudgetten gaan naar private firma’s voor groenonderhoud. Dus de districten krijgen niet alleen te weinig. Ze moeten er ook steeds meer mee doen.

Bakens van democratie van onderuit

Een van de grote uitdagingen voor de toekomst is : hoe organiseer je meer democratie, inspraak en actieve deelname van je burgers in de stad en haar districten? Er zijn nu al sport-, jeugd- , senioren- en milieu-raden, maar hun adviezen vallen nog veel te veel in dovenmansoren. Er valt veel te leren uit de goede voorbeelden. Het district Borgerhout creëerde de pleinpatrons onder Zohra Othman, schepen van jeugd. De jongeren dragen nu zelf verantwoordelijkheid op hun plein. In Borgerhout startten ze van bij het begin van het progressieve bestuur ook met 2 permanente wijkraden. Het district Antwerpen experimenteert met de burgerbegroting. En natuurlijk valt er veel te leren uit de ervaringen van de actiegroepen Ademloos, StRaten-Generaal en Ringland. Het is indrukwekkend hoe zij van onderuit het vast-gebetonneerde beslist beleid toch aan’t wankelen brachten. Maar dat brengt ons bij de keuze van het bestuur. Ofwel is VOKA je baas, en dan maak je een stad op maat van de 3 B’s: Bedrijven, Brains (studenten) en Bezoekers. Ofwel bouw je aan een stad op mensenmaat en leg je je oor te luisteren bij haar bewoners.