“Dit stadsbestuur besteedt het roer van haar schip uit aan Studio 100, G4S, en Babilou”

Tussenkomst Peter Mertens op de Antwerpse gemeenteraad van 21 november 2016.

Deze stad heeft enorm veel potentieel. Een half miljoen inwoners met vele talenten, een rijke rivier, en een lange sociale geschiedenis.
Ze heeft alles in huis om een bruisende stad voor al haar inwoners te zijn, als haar stadsbestuur durft te luisteren naar haar burgers en haar middenveld, durft te overleggen, durft te steunen op alle gedreven krachten van het stedelijk personeel,  en durft te kiezen voor participatie.

 

Helaas!
Helaas maakt dit bestuur voor het vierde jaar op rij dezelfde stereotype keuzes.
Helaas rekent dit stadsbestuur niet op de talenten van de inwoners.
Helaas bestaat dit stadsbestuur vooral uit technocraten die al hun hoop hebben gezet op de vermarkting van alle beleid.
Helaas schrijft dit budget voor 2017 zich opnieuw in, in het festival van de gemiste kansen.

Het had nochtans echt anders gekund. Antwerpen heeft de mensen, het budget, de dynamiek om een heel andere stad op te bouwen.

  • een democratische stad, met laagdrempelige en kwalitatieve diensten en voorzieningen die de Antwerpenaren nodig hebben
  • een zorgende stad voor iedereen alle inwoners die zorg nodig hebben
  • een stad voor de jeugd, waar jongeren betrokken worden en zich gerespecteerd een rechtvaardige stad, waar iedereen telt en er iedereen bijdraagt naar eigen vermogen

Ik wil graag met jullie die drie punten overlopen.

I. Een democratische stad

Ja, ik heb het over een democratische stad. Een stad waar plaats is voor de inwoners, onafgezien de dikte van hun portefeuille. Een stad met sportvoorzieningen, betaalbaar en kwaliteitsvol wonen, goede mobiliteit en voldoende groene ruimte. Dat is toch geen luxe.

Antwerpenaren betalen 8 procent gemeentebelastingen. En daarboven nog eens heel de rits van extra retributies die dit stadsbestuur de afgelopen jaren heeft ingevoerd. Natuurlijk willen mensen dan iets in de plaats.

Toegankelijke sportvoorzieningen, of meer geld voor Studio 100?

Neem nu sport. Sport maakt mensen gezonder. Sport geeft energie. Sport verbetert de onderwijsprestaties van jongeren. Sport is een fantastisch sociaal bindmiddel, machtig om te doen, prachtig om naar te kijken.  Onze stad telt meer dan 2700 sportclubs waarin betaalde krachten en vrijwilligers het beste van zich geven.

Bijvoorbeeld in ski-club Zondal. Vorige maand stonden hier 300 leden van de ski-club voor de deur van de gemeenteraad. Gisteren vierde de club haar vijftigste verjaardag. Elke zaterdag stelt de club haar skibaan exclusief ter beschikking voor 70 blinden en hun begeleiders. Dat vindt je nergens anders. Neen, het is geen elitaire club. Je kan er r skiën aan zeer democratische prijzen: 7,5 euro per uur ski-les, in plaats van 50 euro op andere plaatsen. Dit wordt mogelijk gemaakt doordat de skiclub een belangrijk deel van haar inkomsten haalt uit de cafetaria-activiteiten.

En wat doet dit stadsbestuur? Ze sluit de ski-piste. De club wordt zonder veel pardon op straat gezet. Ja, ze mag verhuizen naar elders. Waar het veel duurder dreigt te worden, omdat men niet meer kan genieten van de inkomsten uit de cafetaria.

De club sluit en het terrein moet gaan naar een nieuw commercieel complex van Studio 100.

Hetzelfde verhaal met de zwembaden. Antwerpen bezit een gevarieerde zweminfrastructuur. Een Olympisch zwembad, een ecologische zwemvijver, en talrijke zwembaden, al of niet met glijbanen. De Arena is het enige zwembad in heel de provincie waar men kan schoonspringen, met een vijfmetertoren. Schoonspringen is een olympische sport. Wat wil dit stadsbestuur? De Arena sluiten. Waarom? Omdat Studio100 een nieuw commercieel zwemparadijs wil bouwen. En wat krijgt Studio100? Alle huidige werkings- en uitbatingskosten die nu naar de Arena gaan. Dat is dus publiek geld voor een private speler. Wat komt er in ruil? Tariefzekerheid voor school- en clubzwemmen. Dat is een goede zaak. Maar voor de buurtbewoners komt er niets. Die moeten straks geen anderhalve of drie euro betalen voor een zwembeurt, maar wellicht de volle pot van 20 euro. Lokaal zwembad: dicht. Olympische sportcapaciteit: gesloten. Al het geld naar een commercieel project.

Natuurlijk heeft een bovenlokaal recreatief bad zijn plaats in Antwerpen. Maar dan niet ten koste van de huidige publieke zwembad. Niet ten koste van het baantjeszwemmen. Niet ten koste van betaalbare ski-infrastructuur.

Antwerpen heeft alle mogelijkheden om kwaliteitsvolle sportinfrastructuur ter beschikking te stellen in de meeste wijken en voor alle leeftijden en achtergronden. Maar ze gooit de “sportmarkt” open voor grote investeerders die snel geld willen maken ten koste van de toegankelijkheid. Een gemiste kans voor een sportieve stad.

Een stad op maat van mensen, of op maat van projectontwikkelars?

Een stad is een plaats waar mensen samen leven, werken, en uiteraard ook wonen. Een stad is een fysieke plaats, en een stadsbestuur zou het recht op wonen hoog op de agenda moeten zetten. Wonen is een universeel basisrecht. De lokale besturen hebben een belangrijke verantwoordelijkheid in het mee realiseren van dit woonrecht. In Antwerpen heeft de helft van de huurders na de huur te weinig over om deftig te leven.
Meer dan 37 procent van alle woningen zijn van ontoereikende kwaliteit, waarvan 13 procent structureel. Recent Europees onderzoek stelt dat van elke drie euro die de overheid investeert in wonen, er jaarlijks twee euro terugverdiend wordt, enkel door de winst op gezondheid.

Wie goed woont heeft een betere gezondheid, een betere uitgangspositie voor de  arbeidsmarkt. Slecht wonen geeft slechte onderwijsresultaten voor kinderen, spanningen in het gezin, toenemende stress en gezondheidsklachten.
Je verwacht een masterplan voor betaalbaar wonen. Een combinatie van sociale woningen, goedkope woningbouw en bindende huurprijzen op de privémarkt.

Wat brengt dit bestuur? Het percentage sociale woningen zakt verder weg. In de plaats krijgen we enkele intransparante projecten met een maximum van “tien procent betaalbare woningen”. Maar dat zijn vaak koopwoningen, en die blijven voor een hele grote groep mensen onbetaalbaar.

Schepen Vande Velde kiest niet voor bewoners. Hij kiest voor projectontwikkelaars. In 2016 leerden we dat een ruimtelijk uitvoeringsplan, geen instrument van de overheid is om een duidelijk wettelijk kader op te maken waarin projectontwikkelaars en investeerders kunnen werken. We leerden van de schepen dat een ruimtelijk uitvoeringsplan gemaakt wordt op maat van de projectontwikkelaars. Desnoods ter grootte van een postzegel. In ruil voor een miljoentje voor een crèche of een fuifruimte, pareert de schepen alle kritiek, van stedelijke ambtenaren tot buurtbewoners.

En wat lezen we in de begroting? Met name in actieplan 1SWN0204 over de RUP’s en masterplannen? Dat er “marge” zal gegeven worden voor oplossingen die voortkomen uit inspraak. Marge. En dat overleg met bewoners “toegelaten” wordt. Toegelaten. Overleg en participatie om genomen besluiten door te drukken. In plaats van overleg en participatie om de buurten leefbaar te houden en te maken.

Zelfs de a-b-c-procedures worden problematisch. De orde van architecten trekt aan de alarmbel omdat stedenbouwkundige vergunningen niet meer tijdig worden afgehandeld. Waarom? Omdat er een “structureel personeelstekort” is. De orde van architecten raadt aan

om geen aanvragen meer voor het einde van het jaar in te dienen zodat de dienst zich kan toeleggen op de huidige aanvragen. Zo is de cirkel rond. Besparen op personeel van de stad leidt tot minder dienstverlening. Wij hebben daar de afgelopen jaren elke keer opnieuw voor gewaarschuwd. Dat de afbouw van 1420 VTE’s ten koste zou gaan van de” dienstverlening. Neen, hoor, zeiden jullie van de meerderheid.

II. Een zorgende stad

Goede kinderopvang, of de kindjes uitbesteden aan de grote jongens van de beurs?

De stad heeft alle sleutels in handen om een kindvriendelijke en sociale publieke kinderopvang uit te bouwen. Ze heeft een rijke geschiedenis, traditie en ervaring in huis.
Het is allemaal aan boord. Er is een uitgebouwde infrastructuur. Er is ervaren, gekwalificeerd en gemotiveerd personeel. Er is het enorme voordeel van de schaalgrootte, verbonden met de mogelijkheid tot uitbouw van kleinschalige opvang op kindermaat dicht in de buurt.

Maar wat doet de stad? Alle know-how gaat overboord. En alles gaat opnieuw naar grote monopolisten uit de privé. In de Antwerpse kinderopvang komt de eerste monopolist op het terrein. Babilou, een keten met crèches in Monaco, België, Duitsland, Dubai en Zwitserland. Vandaag heeft Babilou driehonderd eigen crèches, goed voor tienduizend plaatsen, en samenwerkingsverbanden met nog eens 500 partnercrèches. Het is de kinderopvangmultinational van Europa.

We hebben alle kennis en ervaring in de stad. En toch wordt het uitbesteed. “Waarom zijn die groepen bereid om eerst zware verliezen te maken?”, dat vraag Michel Vandenbroeck zich af. Hij is docent gezinspedagogiek aan de Universiteit Gent. Zijn antwoord: “ Omdat ze too big to fail willen worden. Want eens ze een flink deel van de markt hebben veroverd, dan kunnen ze zeggen: ‘Wij hebben meer subsidies nodig of we moeten crèches sluiten.’ En dat kan minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) zich niet permitteren, want die heeft er zich toe verbonden om 17.500 bijkomende plaatsen te creëren tegen 2020.”

Dat is nu aan het gebeuren. In de private kinderopvang zijn de grote spelers de kleintjes aan het opeten. Vandaag misschien nog onder de marktprijzen, maar binnenkort mét een monopoliepositie.

We weten welk risico we nemen. We hebben dat al zeker vijf keer gezegd, hier op de gemeenteraad. In 2014 gingen in Nederland twee grote groepen van private kinderopvangorganisaties failliet: Estro en Triodos. Dat krijg je als je de non-profit en de stedelijke diensten overboord kiepert, en met de grote jongens van de beurs in zee gaat.

De talenten gebruiken van de sociale werkers, of de zorg vermarkten?

De afgelopen maanden heb ik vele sociaal werkers ontmoet. Mensenrechtenwerkers. Mij valt op hoe gedreven al die mensen zijn. Hoe zij door het vuur willen gaan voor hun gasten. Hoe zij geen genoegen met status quo en vernieuwend werken door samenwerking uit te bouwen. Zo groeide projecten “cliëntenraad” van het CAW, het “zorgteam voor daklozen” van onderuit. Een goed sociaal beleid maak je samen met het middenveld. Zij hebben immers expertise die je als bestuurder niet hebt. Geef het middenveld de autonomie om haar expertise in te brengen, ookal schoppen ze daar al eens mee tegen je schenen. Met vermarkting gebeurt het andersom. Jij bepaalt de tenderopdracht van bovenuit en zoekt een uitvoerder. Natuurlijk mag je eisen stellen en moet je controleren of overheidsgeld goed gebruikt wordt, maar wel met voldoende ruimte.

De vermarkting van de sociale sector wordt door de strot van heel het middenveld geduwd. Vandaag zijn het een tiental projecten, maar volgende legislatuur moet de rest van de sector volgen. Van schepen Duchateau mag het geen vermarkting genoemd worden, hij spreekt liever over “projectoproepen”. Maar als G4S is geen grote marktspeler is, een beursgenoteerde bewakingsfirma die voortaan daklozen zou moeten opvangen, wie is het dan nog wel?

Het laatste onafhankelijke juryrapport over de projectoproep woonproject “KADANS-wonen” voor daklozen met multiproblematiek is zonneklaar:

  • G4S heeft ‘weinig ervaring hebben met het begeleiden van de doelgroep’;
  • G4S maakt ‘een onrealistische inschatting van de doelgroep’;
  • de ‘focus van G4S op activering en doorstroom’ is ‘onrealistisch’; en
  • G4S Care scoort zeer slecht als het aankomt op ‘visie’ en ‘plan van aanpak’.

Neen, we moeten de zorg voor onze medemensen niet uitbesteden. We moeten de talenten van al die gemotiveerde en geëngageerde Antwerpenaren en jongeren gebruiken om een democratische zorg op mensenmaat uit te bouwen.

Een op vier kinderen groeit op in armoede. En wat doet de stad?

Vorig jaar stond in het Jaarboek Armoede en Sociale uitsluiting van OASES dat 26,4 procent van de Antwerpse kinderen opgroeit in armoede. In plaats van dat signaal ernstig te nemen, beweerde deze meerderheid dat het onderzoek niet meer was dan “een links pamflet”. We hebben toen een motie voorgelegd om het leefloon van alleenstaanden op te trekken tot aan de armoedegrens. Die motie werd arrogant van tafel geveegd.
Resultaat: dit jaar stijgt het aantal kinderen dat opgroeit in armoede tot 27,1 procent, volgens cijfers van Kind en Gezin. Straks krijgen we waarschijnlijk te horen dat Kind en Gezin een linkse denkclub is. De vierde hoogste kinderarmoede in Vlaanderen, en schepen Duchateau vindt dat “goed nieuws”, omdat de kansarmoede “gestabiliseerd” zou zijn.

Antwerpen ontvangt 900.000 euro minder uit het Stedenfonds. Schepen Duchateau en Kennis struikelen over elkaar om te vertellen hoe blij ze daarmee zijn. Want het aantal armen zou “gestabiliseerd” zijn. Moest het zo dramatisch niet zijn, dan was het een goede grap. Maar het zijn twee leugens in één. Ten eerste is de kinderarmoede gestegen en niet gedaald. En ten tweede heeft de verlaagde dotatie uit het Stedenfonds vooral het gevolg van het groeiende inwonersaantal van de stad Gent. Men is dus blij met een dode mus. Feit blijft dat meer dan een kind op vier opgroeit in armoede, en dat is een schandvlek voor onze stad.

III. Een rechtvaardige stad

Het Antwerpen waar we naartoe willen is een rechtvaardige stad. Waar iedereen bijdraagt naar vermogen. Momenteel is de belastingdruk op de bewoners te hoog.
Er liggen nochtans kansen open om de middelen te genereren voor een sociale stad. Als we dezelfde tarieven op bedrijfsbelastingen hanteren als Zwijndrecht dan halen we maar liefst 70 miljoen euro extra per jaar op.

Onze stadslucht is zo slecht van kwaliteit dat iedere maatregel die dit verbetert welkom is. Daarom verwelkomen we de Lage Emissiezone (LEZ). Maar niet de manier waarop zij nu wordt ingevoerd. Want dat is asociaal en inefficiënt. Dat zien we concreet aan de hoogte van de inkomsten die men voorziet voor 2017 aan retributietarieven en boetes. Twee en een half miljoen euro, alsjeblieft.  Zeker op Linkeroever, waar je een oudere en meer kwetsbare bevolking hebt, zijn deze boetes echte pestbelastingen. Temeer, zo blijkt uit de metingen van het curieuze neuzenproject, omdat op Linkeroever de fijn stof concentratie het laagste is en street canyons afwezig zijn. Als je 350 euro per jaar betaalt, ja dan mag je auto wel vervuilen. Maar wat met al die mensen die dat niet kunnen betalen, mensen die zuinig zijn op hun auto en zich geen nieuwe wagen kunnen aanschaffen?

De Antwerpenaren zullen minder betalen, zei de schepen daarnet. Is dat zo? De ene retributie na de andere wordt vehoogd. Het plaatsen van een verkeersbord om te verhuizen kost minimaal 50 euro. Zet je een week een container voor je deur mag je 100 euro extra betalen. In het containerpark betaal je minimum 17,5 euro als je wat steenpuin komt afgeven. Als het gaat om gewone mensen op kosten te jagen is deze stad zeer inventief. De rek is echter beperkt en krijgt ook gevaarlijke gevolgen. Er wordt 40 procent minder klein gevaarlijk afval geleverd, 40 procent minder autobanden ,en de helft minder asbest. Waar is dat naartoe? De witte zak? Het parkje? In de kelder? Alvast niet in de kringwinkel.

September 2015 hadden we het wegvallen van de opcentiemen op belasting op materieel en outillage, een belasting op bedrijfsterreinen. Vandaag verlengt het Vlaams Parlement de versnelde afbouw van de belasting voor nog 3 jaar langer.
Wat zegt dit bestuur? Het gaat “maar” om 7 miljoen euro, en “we betalen dat met plezier”. Want, “er zijn buffers”. Dat verlies aan inkomsten kunnen we makkelijk te baas. Waar zitten we daar nu mee? Waar zijn die buffers nu?
Alle belastingverminderingen zouden “budgetneutraal” zijn Budgetneutraal. De waarheid is dat we ondertussen 40 miljoen euro meer moeten gaan lenen. Inspectie financiën brengt onder de aandacht dat financiële en budgettaire voorzichtigheid geboden blijft om ook op langere termijn de uitdagingen het hoofd te blijven bieden.

Alle talenten aanspreken voor een Antwerpen op mensenmaat

“Ons schip met ons bestuur aan het roer vaart stevig naar de toekomst”, zei schepen Kennis bij de inleiding. De waarheid is dat dit stadsbestuur zelf steeds minder aan het roer staat. Ze besteedt het roer uit aan de grote jongens van de beurs.

Zwembaden? Naar Studio100! Ruimtelijk beleid? Naar projectontwikkelaars! Kindercrèches? Naar de multinational Babilou! Daklozenopvang? Naar bewakingsfirma G4S! Schoolinfrastructuur? Op de markt!
Wat kan deze stad eigenlijk nog zelf?

Het schip moet een heel andere richting uit. Naar een democratische stad, een zorgzame stad, een rechtvaardige stad. En daarvoor moeten de inwoners betrokken worden. Want daar zit een ongelooflijk talent, en heel veel motivatie om deze stad beter te maken voor iedereen.