Discriminatie zorgt voor een gigantische verspilling van talent

Tussenkomst van Mohamed Chebaa op de gemeenteraad van april 2017 naar aanleiding van de vraag voor het opstarten van een anti-discriminatieplan.

We zijn hier al verschillende keren tussengekomen op het punt van het racisme. Vorige maand vroeg onze fractie nog, naar aanleiding van de Whatsappgroep bij de politie, om een “War On Racism”. Burgemeester De Wever liet toen in het midden of de chatberichten van de betrokken agenten nu onversneden racisme waren of puberaal gedrag.

Racisme is niet puberaal, niet relatief en geen excuus om eigen fouten toe te dekken. Het is een gif in de maatschappij dat bevolkingsgroepen tegen elkaar opzet. Het kan leiden tot catastrofes waar we dan achteraf monumenten voor moeten opzetten. Het kleineert mensen en het maakt veel kapot. Ik kan het weten want ik heb het zelf in mijn eigen omgeving al meer dan genoeg meegemaakt.

Toen ik dertig jaar geleden als jonge gast een diploma haalde dacht ik: “ik kan het gaan maken op de arbeidsmarkt.” Dertig sollicitatiebrieven werden nooit beantwoord. Een werkgever liet mij weten dat hij me niet aanwierf omwille van mijn persoonlijkheid. Ik kan je zeggen dat je dan aan jezelf begint te twijfelen. Na drie jaar, als laatste van mijn klasgenoten, vond ik dan eindelijk werk. In de chemie in de Antwerpse haven. Ik werk voor een onderaanneming. Hier zijn er veel mensen van allochtone herkomst. Maar in de moederbedrijven - op slechts 15 km van de stad met 150 nationaliteiten - kan je het aantal allochtonen op één hand tellen.

Daarom zullen we het anti-discriminatieplan van Groen steunen. In het bijzonder willen we de praktijktesten ondersteunen.

Onderzoek maar ook de dagelijkse ervaring van jongeren in Antwerpen toont dat nogal wat werkgevers en interimkantoren een sollicitant geen kans geven als hij Mohamed heet, maar wel als zijn naam Jan is. Toch kan je het aantal veroordelingen voor racisme op je vingers tellen. De pakkans voor discriminatie is cero, cero, cero, cero, cero…

Discriminatie wordt nog altijd aanzien als een probleem tussen individuen en geen maatschappelijk probleem met ernstige sociale gevolgen. Slachtoffers staan er grotendeels alleen voor om het bewijs te leveren dat ze gediscrimineerd werden. Maar dat is in de praktijk bijna onmogelijk.

Want hoe bewijs je dat je niet werd uitgenodigd op een sollicitatie omwille van racistische motieven? Hoe kan je aantonen dat er discriminatie in het spel is wanneer het appartement dat je wilt huren keer op keer nét verhuurd blijkt te zijn? Hoe bewijs je dat je de dancing wordt buitengehouden op basis van de kleur van je huid?

Als individueel slachtoffer sta je machteloos. Klachten worden geseponeerd en het leidt tot een vorm van straffeloosheid. Dat zorgt dan weer voor demotivatie bij de slachtoffers. Negen op tien slachtoffers van discriminatie melden het onrecht niet.

Discriminatie is een aanslag op de rechten van de slachtoffers: recht op een job, op een goede school en op een toekomst. Maar eigenlijk verliest de maatschappij. Discriminatie zorgt voor een gigantische verspilling van talent. Artiesten die ons nooit zullen ontroeren. Kinderverzorgsters die nooit de aller allerliefste juf kunnen worden voor onze kinderen, zeker wanneer ze beslissen hun hoofddoek niet uit te doen. Wetenschappers die nooit het geneesmiddel zullen vinden voor jouw ziek kleinkind.

En wat krijgen we ervoor in de plaats? Verhoogde werkloosheidscijfers en armoede, ongelijkheid en maatschappelijke breuken, wantrouwen en woede. Dat is niet de maatschappij waar ik van droom. Ik droom van een maatschappij waar iedereen zijn plek vindt, iedereen kan bijdragen en zich kan ontplooien.