2.5. Recht op een financieel gezonde stad

2.5. Recht op een financieel gezonde stad

Enquête

Dat ‘de grote bedrijven meer gemeentelijke taksen moeten betalen (zoals in Zwijndrecht)’ was een punt dat in onze enquête bij 4700 Antwerpenaren hoog scoorde: 34,5 procent stipte het expliciet aan. Omgekeerd stipte 30 procent het punt van de ‘vermindering van de gemeentelijke belasting’ voor de gewone Antwerpenaar speciaal aan. Antwerpenaren willen geen verhoging van de gemeentelijke taksen, belastingen of retributies ten laste van de inwoners. En 28,5 procent stipte aan dat de containerparken gratis moeten blijven.

Vaststellingen

Eén. De financiële vooruitzichten voor de steden zijn weinig hoopvol.

Elke beleid moet rekening houden met de financiële mogelijkheden. En die zijn sinds de crisis in 2008 uitbrak niet rooskleurig. De voornaamste oorzaken? De daling van de energiedividenden, de onzekerheid over de Gemeentelijke Holding door de problemen bij Dexia en de toenemende uitgaven van het OCMW. Verder wordt de kostprijs voor (nieuwe) leningen de steden en gemeenten wellicht duurder.

Twee. Antwerpen zit nog opgescheept met de afbetaling van een zware historische schuld.

Die dateert van de fusie op 1 januari 1983 van de stad met de huidige districten. Bijna alle andere Belgische gemeenten fusioneerden al op 1 januari 1977. Bij de fusies van 1977 nam de staat de bestaande schulden van alle gefusioneerde gemeenten over zodat ze met een schone lei konden beginnen. Toen zes jaar later ook Antwerpen fusioneerde, besliste de regering dat er geen financiële ruimte meer was voor de overname van de Antwerpse schulden. De nieuwe fusiegemeente Antwerpen werd vanaf dag één geconfronteerd met een gigantische schuld van omgerekend meer dan 1 miljard euro (42.388 miljard Belgische frank). Al na enkele jaren kon Antwerpen de jaarlijkse afbetaling ervan aan de banken niet meer dragen. De Vlaamse regering en de stad sloten toen een saneringsovereenkomst: het Vlaamse Gewest nam de schuld over en recupereerde die bij de stad. In 1995 nam Antwerpen de uitstaande schuld bij het Gemeentekrediet opnieuw over (met een waarborg van het Vlaamse Gewest). Een terugbetalingsplan van jaarlijks 150 miljoen euro werd overeengekomen. Zo zou de schuld in 2018 volledig afgelost zijn. Vandaag moet er nog 611 miljoen euro van deze historische schuld afbetaald worden aan de banken. Nochtans heeft Antwerpen de voorbije 29 jaar al meer dan 2,9 miljard euro betaald: voor de gemiddelde jaarlijkse afbetaling, de kapitaalaflossing en de interesten. In 2013 zal de stad het bedrag van de schuld al meer dan driemaal terugbetaald hebben.

In 2003 nam de stad 300 miljoen schuld over van de Antwerpse Openbare Ziekenhuizen. Daarvoor werd een tweede saneringslening aangegaan die pas afbetaald zal worden vanaf 2019, wanneer de eerste saneringslening volledig afbetaald zal zijn. In afwachting wordt er wel sinds 2004 jaarlijks 8,9 miljoen euro interest betaald op die schuld.

Drie. De verantwoordelijken voor het debacle met Dexia gaan vrijuit.

De banken, en met name Dexia, hebben zich op die manier jarenlang kunnen verrijken op kap van de stad: door de wurgende schuldenlast en de torenhoge rentevoeten. Maar dat is niet alles! Toen het in 2009 misliep deed Dexia, met Patrick Janssens in het bestuur, via de Gemeentelijke Holding zonder verpinken beroep op de steden om deel te nemen aan een nieuwe kapitaalsverhoging. Er werd een spectaculair dividend van 13 procent per jaar beloofd. Onze districtsraadsleden protesteerden heftig. In een persmededeling in september 2009 schreven ze: ‘Zo’n rendement kan een bank alleen bereiken door te speculeren, door nieuwe rommelkredieten te verpakken, door gevaarlijke investeringen. De betrouwbare beursbeleggingen brengen 6 procent op. De Gemeentelijke Holding belooft meer dan het dubbele. De kans is dus groot dat de gemeenten de komende tien jaar weinig of geen dividend zullen innen.’

Maar de Antwerpse gemeenteraad keurde op de zitting van september 2009 deelname aan de kapitaalverhoging toch goed. ‘Niet deelnemen zou financieel onverantwoord zijn’, zei schepen van financiën Luc Bungeneers van Open Vld. En dus stemde heel de meerderheid – met Patrick Janssens, Philip Heylen van CD&V en Bart De Wever van N-VA – ermee in alweer met stedelijk geld op de beurs te gaan spelen. Maar het liep dus fout, zoals de PVDA+ voorspeld had. En het superdividend van 13 procent werd niet uitbetaald. Daarop stelde het college in het geheim een plan op voor de schrapping van honderden banen en voor de sluiting van verschillende wijkbibliotheken en van de ijspiste in Deurne. Een gunstige wind bracht dat document later op ons Antwerps partijsecretariaat. Onze districtsraadsleden in Hoboken en Deurne maakten het aan de pers bekend. Er moesten bij de stadsdiensten 550 jobs verdwijnen. En in een resem stadsdiensten werd het mes gezet, zei het plan: vooral bij cultuur, sport en jeugd. Dat moest een besparing van 675.000 euro opleveren. Het stadscollege overwoog blijkens het document nog eens 1,3 miljoen te schrappen aan personeelskosten. De districtsraadsleden van de PVDA+ reageerden in een persmededeling op 27 oktober 2010: ‘Deze maatregelen moeten zes procent besparing realiseren op de stadsbegroting onder meer omdat de stad minder inkomsten haalt uit haar aandelen bij Dexia dan voorzien. Moeten de inwoners en het stadspersoneel dan opdraaien voor een crisis waar zij totaal geen verantwoordelijkheid in dragen?’

De Dexia-affaire was de aanleiding voor het ‘geheime’ besparingsplan en ja, de dienstverlening werd teruggeschroefd. Maar vooral: door de Dexia-affaire is de toekomst niet meer veilig gesteld. Niemand durft vandaag luidop denken welke gevolgen de affaire nog kan hebben voor de overheid en de gemeenten. Want het Dexiaverhaal is nog niet ten einde. En zoals na de VISA-zaak gaan ook nu de verantwoordelijken vrijuit. Niemand is verantwoordelijk gesteld voor wat door Dexia de stad, haar inwoners en personeel is aangedaan en voor de onverantwoorde risico’s met geld van de gemeenschap. Niemand van de bestuursploeg krijgt een ongunstige waardering op ‘kostenbewustzijn’. En alle partijen blijven pleiten tegen de oprichting van een echt publieke bank. Dat is nochtans de enige efficiënte, goedkope en sociale oplossing. Een publieke bank die ook de bevoorrechte schuldeiser is van steden en gemeenten en die tegen gewone tarieven kan lenen in plaats van met gemeentelijk geld aan casinokapitalisme te doen.

Vier. De PPS-structuur is duurder.

Door de krappe financiële ruimte worden verschillende projecten opgezet via een structuur van publiekprivate samenwerking (PPS) of ge-outsourced aan privébedrijven. PPS lijkt zeer aantrekkelijk. Voorstanders beweren dat de stad op die manier bijvoorbeeld een nieuw ziekenhuis kan realiseren zonder dat het de stad een frank kost. ‘De bouw, de financiering, het onderhoud en de uitbating worden opgenomen door de privé en de stad moet een kleine jaarlijkse vergoeding betalen.’ De werkelijkheid is anders. Studies hebben uitgewezen dat PPS gemiddeld 3 procent duurder is dan de klassieke publieke financiering(1).

Vijf: Fiscaal twee maten en twee gewichten.

Door de crisis zullen de noden de volgende jaren toenemen. Iedereen verwacht dan ook dat het nieuwe stadsbestuur nieuwe belastingen en taksen zal heffen ten laste van de inwoners, de horeca en kleine middenstandszaken: hogere riooltaks, duurdere vuilniszakken, betaling voor containerparken…
Dit staat schril in tegenstellingen met de twee belastingen waarvan de opbrengst voor de stad de laatste jaren daalt: de drijfkrachtbelasting en de vestigingsbelasting. Die twee belastingen treffen in hoofdzaak de grote bedrijven. In hun verkiezingsprogramma’s beloven sp.a en de N-VA de belastingen voor de bedrijven te gaan ‘herzien’. De ervaring uit het verleden leert dat dit zal neerkomen op een verdere vermindering.

De visie van de PVDA+

Voor de PVDA+ is het uitgesloten dat de werkende mensen de crisis moeten betalen die is veroorzaakt door speculanten, bankiers en miljonairs. Het is uitgesloten dat de werkende mensen ook nog eens op gemeentelijk vlak de tekorten moeten ophoesten. Het geld zal van elders moeten komen.

Dat standpunt komt overeen met de resultaten van onze enquête bij 4700 Antwerpenaren. Zij willen de grote bedrijven meer gemeentelijke belastingen doen betalen en vinden dat ze zelf al genoeg betalen en dat bepaalde gemeentelijke taksen naar beneden moeten.

De PVDA+ is dan ook voor een moratorium op nieuwe lasten, taksen en tariefverhogingen voor gemeentelijke diensten die de werkende mensen en de kleine middenstanders treffen. Sommige lasten, taksen en belastingen moeten zelfs naar omlaag. De vuilniszakken moeten terug gratis worden. De containerparken moeten gratis blijven, wat de Vlaamse regering daar ook over mag zeggen.

De PVDA+ wil meer gemeentelijke belastingen voor de grote bedrijven.

De PVDA+ is er voorstander van dat de grote bedrijven meer gemeentelijke belastingen betalen. Zij profiteren van de gemeentelijke infrastructuur om zaken te doen en hun winsten te realiseren. Het is dan ook logisch dat ze een navenante bijdrage leveren aan de gemeentelijke financies. De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. De belasting op drijfkracht en de vestigingstaks lijken ons daar het meest geschikt voor. De concurrentie tussen de steden leidt tot een neerwaartse fiscale spiraal voor de bedrijven. Om daar een eind aan te maken zouden de tarieven voor deze belastingen best federaal vastgelegd worden. Bijvoorbeeld: Zwijndrecht heft een drijfkrachtbelasting aan een tarief van 30 euro per kilowatt drijfkracht(2). Antwerpen hanteert een tarief van 18,96 euro per kilowatt. Bovendien is het tarief van Antwerpen degressief en geplafonneerd. Hoe meer drijfkrachtvermogen een bedrijf heeft staan, hoe lager het tarief per kilowatt wordt.

In Zwijndrecht betalen de bedrijven jaarlijks 5,9 miljoen belastingen op een totale begroting van 23 miljoen. Met andere woorden, 25,6 procent van de inkomsten van Zwijndrecht komt van de grote bedrijven. In Antwerpen betalen de bedrijven 40 miljoen belastingen op een totale begroting van 1,2 miljard euro. In Antwerpen komt dus slechts 3,3 procent van de inkomsten van de stad van de gemeentelijke belastingen van de grote bedrijven! En dat ondanks het feit dat de industrie van Antwerpen honderden malen groter is dan het industriepark van Zwijndrecht. In afwachting dat de tarieven voor de vestigingsbelasting en de drijfkrachtbelasting federaal vastgelegd worden, kan Antwerpen de tarieven aanpassen tot op het niveau van die in de gemeente Zwijndrecht.

Er zijn meer middelen nodig voor het Gemeentefonds.

De PVDA+ wil dat er meer financiële middelen komen van de federale en gewestelijke overheden om de stijgende behoeften op gemeentelijk vlak te leningen. De transfer van deze middelen naar de gemeenten gebeurt vandaag via het Gemeentefonds. In België maken de drie gewestelijke Gemeentefondsen (Vlaanderen, Wallonië en het Brusselse gewest) samen 4 miljard euro over aan de gemeenten. De PVDA+ stelt voor om het budget van de drie Gemeentefondsen met 15 procent of 600 miljoen te verhogen, zodat de dotaties die iedere gemeente krijgt ook met 15 procent kunnen stijgen. Om deze 600 miljoen euro te kunnen financieren moet er federaal gesnoeid worden in de fiscale cadeaus voor de bedrijven.

Er valt bij de berekening van de gemeentelijke personenbelasting een gat te dichten.

De PVDA+ stelt vast dat er op de inkomens uit fortuinen (aandelen, intresten, dividenden…) geen gemeentelijke aanvullende personenbelasting betaald wordt(3). Zodat zij die (een deel van) hun inkomen uit fortuin verkrijgen, dus geen gemeentelijke belastingen op dit inkomen betalen. Het is alleen maar eerlijk en billijk dat er een herziening van de berekening van de personenbelastingen komt zodat in de toekomst ook de inkomsten uit fortuinen in rekening worden gebracht. Wat dus ook moet resulteren in een verhoging van de aanvullende personenbelastingen die de gemeenten jaarlijks innen.

Een privébedrijf heeft een andere focus dan een publieke dienst.

De PVDA+ is tegen het opzetten van PPS-projecten of het outsourcen van projecten aan de privé. Binnen PPS-constructies staat de stad regulerende en uitvoerende bevoegdheden af aan de private partner. Hierdoor geeft de stad de hefbomen voor het voeren van een coherent sociaal beleid uit handen. Een privébedrijf heeft immers een andere focus: winst maken. Daardoor is de kwaliteit van de dienstverlening niet verzekerd in alle omstandigheden. Daardoor is ook de tewerkstelling in het kader van het project meestal onderhevig aan slechtere arbeidsvoorwaarden. PPS-constructies zijn bovendien duurder dan de klassieke publieke financiering. Wat logisch is omdat de privé er ook moet aan verdienen. Faillissementen, overname door een ander bedrijf en het afstoten van weinig winstgevende onderdelen, kunnen verder de continuïteit van de dienstverlening in het gedrang brengen.

De PVDA+ wil een herschikking van de schuld van Antwerpen.

Vandaag staat de historisch schuld uit aan een intrest van 4,96%. De 300 miljoen schuld – de overname van de schuld van Antwerpse Openbare Ziekenhuizen in 2003 – staat uit aan een intrest van 2,357%. Dit is niet logisch. De PVDA+ eist dat er een schuldherschikking komt en dat de kosten daarvan gedragen worden door de banksector. Dit moet resulteren in een jaarlijkse vermindering van de intrestlasten van Antwerpen waardoor er ook meer ruimte komt voor de invulling van de echte noden van de bevolking.

De PVDA+ merkt ook op dat heel de schuldhistorie van de stad Antwerpen nogmaals de nood benadrukt van een openbare bank. Die de gemeenten kan helpen in plaats van leeg te roven.

De PVDA+ laakt de hypocrisie van de partijen die al jaren het stadsbestuur uitmaken.

Zij verwijzen al te gemakkelijk naar de gevolgen voor de stad van deze of gene regeringsmaatregel. Bijvoorbeeld het niet overnemen van de historische schuld van Antwerpen, de ontoereikende dotaties van het Gemeentefonds… Terwijl dikwijls zijzelf als parlementslid en/of hun partijgenoten deze maatregelen in de federale en gewestelijke parlementen goedgekeurd hebben. De PVDA+ wijst vandaag al toekomstige verwijzingen in de zin van ‘We kunnen er niet onderuit’, van de hand.

De voorstellen van de PVDA+

1. Laat de grote bedrijven meer gemeentelijke belastingen betalen via een tariefaanpassing van de belasting op drijfkracht en op de vestiging. In afwachting van een nationale harmonisering van de tarieven stellen we voor in Antwerpen de tarieven al aan te passen als volgt:
  • Schaf de degressiviteit en het plafond van de drijfkrachtbelasting af. Het levert een minimale opbrengst op van 15,6 miljoen.
  • Trek het tarief van de drijfkrachtbelasting op tot op het niveau van Zwijndrecht. Minimale opbrengst: 40,5 miljoen.
  • Schaf de degressiviteit en het plafond van de vestigingsbelasting af. Minimale opbrengst: 14 miljoen.
Dat is samen goed voor een minimale opbrengst van 70 miljoen euro per jaar.
2. Geen verhoging van de taksen, retributies, belastingen en tarieven voor de werkende mensen en de kleine middenstanders van Antwerpen in de volgende legislatuur.
3. Stop de PPS-constructies. Stop de outsourcing van gemeentelijke taken aan de privé. De hefbomen voor een coherent sociaal beleid mag je niet uit de hand geven.
4. De stad Antwerpen moet bij de federale en gewestelijke overheden aandringen op:
  • Een herziening van de berekening van de personenbelasting waarbij de inkomens uit vermogen opnieuw in rekening gebracht worden voor de berekening van de personenbelasting en bijgevolg ook voor de gemeentelijk aanvullende personenbelasting.
  • Een verhoging van de dotatie van het Gemeentefonds met 15 procent.
5. Herschik de schuld van Antwerpen op kosten van de bankensector, met als resultaat een jaarlijkse vermindering van de schuldaflossing (interesten).
6. Met het eerste van deze voorstellen beschikt de stad jaarlijks over een bijkomende ruimte van minimaal 70 miljoen. Daarmee kunnen volgende zaken gefinancierd worden:
  • De vuilniszaken terug gratis maken, zodat meteen de hoofdoorzaak van het sluikstorten weggenomen wordt. Kostprijs: jaarlijks 10 miljoen euro.
  • Behoud van gratis containerparken.
  • Tussenkomst in de financiering van de bouw van nieuwe sociale woningen: 17 miljoen/4000 sociale woningen.
  • Renovatie en onderhoud van het stedelijk patrimonium.

Vervolg:

2.6. Recht op werk

Je kan het hele programma downloaden in PDF formaat: klik hier

 


(1)Zie de artikels van Allyson M Pollock, directeur van het Centre for International Public Health Policy, University of Edinburgh in The Lancet en British Medical Journal naast haar boeken: The Privatisation of Our Health Care, Londen 2004 en The New NHS: A Guide to Its Funding, Organisation and Accountability, Londen, 2007.

(2)Drijfkracht = aandrijfvermogen, uitgedrukt in (kilo)watt of PK, van motoren, voertuigen of installaties.
(3)Omdat ze sinds begin de jaren 1980 niet meer in rekening gebracht worden voor de berekening van de personenbelasting. Toen werd de vrijstellende roerende voorheffing ingevoerd op deze inkomsten.

Schrijf als eerste een commentaar

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.

Klaar om de bevraging voor jouw stad in te vullen?