2.4 Recht op kwaliteitsvol onderwijs

2.4 Recht op kwaliteitsvol onderwijs

Enquête

In onze verkiezingsenquête kwam bij het thema onderwijs vooral de vraag naar ‘betaalbaar onderwijs’ naar voor als dringendste bezorgdheid (38%). Gevolgd door de vraag naar ‘kleinere klassen’ (38%) en ‘voor elk kind een plaats in een sociaal gemengde kwaliteitsschool’ (19%).

Vaststellingen

Eén. Talenten blijven onbenut.

Ons onderwijs slaagt er niet in alle talenten te doen ontplooien. Op het einde van het lager onderwijs heeft 35 procent van de leerlingen in Antwerpen al minstens één jaar schoolse vertraging opgelopen. In sommige wijken loopt dat op tot 50 procent. Eén op vijf van de Antwerpse jongeren verlaat het onderwijs zonder enig diploma of getuigschrift. 

Twee. Het onderwijs is duur.

Een derde van de Antwerpse gezinnen heeft problemen met het betalen van de schoolrekeningen. In het basisonderwijs moet de school alle materiaal dat nodig is om de eindtermen te bereiken gratis ter beschik- king stellen. De kosten voor daguitstappen en meerdaagse uitstappen worden begrensd door de wettelijke maximumfactuur. Wat daar bovenop komt, is niet kosteloos. Zo zijn er scholen die gedurende één school- jaar het leren zwemmen, een eindterm, gratis aanbieden maar daarna niet meer. Een ouder van een kind in een stedelijke basisschool: ‘De middagstudie en de nabewaking kosten mij per maand 20 à 25 euro per kind.’ In het secundair onderwijs bestaat er geen veralgemeende maximumfactuur. De schoolkosten lopen er op tot gemiddeld 806 euro in de eerste graad, 955 euro in de tweede graad en meer dan 1.000 euro in de derde graad. (Bron: HIVA, cijfers voor het schooljaar 2006-2007). In het Antwerps stedelijk onderwijs be- staat er een maximumfactuur voor de eerste graad. Toch blijft 300 euro in het eerste jaar secundair onder- wijs, zonder de meerdaagse uitstap, voor veel ouders een flinke hap. In een niet zo ver verleden maakte het stedelijk onderwijs van Antwerpen zijn motto ‘voor onze volkskinderen’ waar door allerlei sociale diensten kosteloos of zeer goedkoop aan te bieden. In een Open brief, 14 juni 2010, schrijven de onderwijsvakbon- den: ‘In de voorbije twee decennia werd de extra dienstverlening van het stedelijk onderwijs systematisch afgebouwd en gesloopt. Denken we maar aan de weekverblijven, de gratis opvang voor en na de schooltijd, het medisch schooltoezicht, het tandheelkundig nazicht, het opsporen en remediëren van spraakstoornis- sen, een pedagogisch centrum, openluchtklassen, stedelijk onderhoudspersoneel…’ 

Drie. Klassen zijn overbevolkt.

Vandaag zijn er in het Vlaams onderwijs, ook in Antwerpen, heel wat kleuterklassen met meer dan 25 of zelfs 30 kinderen. Ook in het lager onderwijs zijn de klassen soms te groot. Dat stelt kleuterjuffen en onderwijzers voor een onmogelijke opdracht. Hoe kan een leerkracht zwakke leerlingen remediëren en sterkere leerlingen uitdagen in een te grote klas? 

Vier. Er is een scholentekort.

Dertig jaar besparingen op onderwijs, o.a. in de bouw en renovatie van schoolgebouwen, eisen hun tol. Op termijn zijn er in Antwerpen vijftig scholen te kort. Elk jaar wachten honderden ouders met een bang hart af of ze voor hun kind wel een school zullen vinden. De vorige en de huidige Vlaamse regering hiel- den voor dat ze via de publiek-private samenwerking (PPS) een snelle inhaalbeweging zouden maken in de bouw van nieuwe scholen. Ook onderwijsschepen Voorhamme (sp.a) is een aanhanger van die PPS. Op zijn website schrijft hij in juni 2009: ‘Dit betekent dat een private financier een vennootschap opricht die zal instaan voor het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud van de scholen. De scholen betalen in ruil gedurende dertig jaar een gebruiksvergoeding. Voor de stad Antwerpen, als inrichtende macht voor het stedelijk onderwijs, heeft deze formule, behalve een snelle realisatie, het grote voordeel dat de onderhoudsrisico’s bij de vennootschap liggen.

Van een ‘snelle realisatie’ is niets in huis gekomen. De eerste steen moet nog gelegd worden. De aan- vankelijke kostprijs is al opgelopen. En de ‘gebruiksvergoeding’ blijkt zo hoog te zijn dat sommige scho- len bijna al hun werkingsmiddelen daaraan zouden moeten besteden.

Vijf. Er is een grote sociale ongelijkheid in het onderwijs.

In sommige scholen zijn negen op de tien leerlingen kansarm terwijl je een paar kilometer of bushaltes verder scholen vindt met nauwelijks een vijfde kansarme kinderen. De sociale segregatie in het onderwijs is nooit zo groot geweest. En ze is ook groter dan de segregatie tussen armere en rijkere buurten. Want nergens zijn er buurten met 95 procent kansarmen. Het Instituut Maris Stella – Sint Agnes in Borgerhout telt 94 procent GOK-leerlingen, het Onze-Lieve-Vrouwecollege slechts 17 procent.

Alle statistieken bevestigen hoe bepalend de sociaaleconomische herkomst is voor de schoolloopbaan. De 15-jarige leerlingen van wie de ouders tot de bevolkingslaag van de tien procent rijksten behoren, zit- ten voor 90 procent in het ASO. De leerlingen met ouders uit de laag van de tien procent armsten zitten slechts voor 8 procent in het ASO.

Zes. De verzelfstandiging heeft nefaste gevolgen.

Het stedelijk onderwijs werd in 2010 verzelfstandigd tot een ‘autonoom gemeentebedrijf ’ (AG). Dat wordt gemanaged volgens de geplogenheden van de privésector. De financiële bijpassing vanuit de stad en de door jaren syndicale strijd verworven personeelsrechten staan op de helling. De oude sociale voortrek- kersrol van het stedelijk onderwijs Antwerpen wordt met de verzelfstandiging afgebouwd. Het gemeen- schappelijk vakbondsfront schrijft in zijn Open Brief: ‘Met de AG en de overheveling van het personeel zet de gemeenteraad de deur open naar een verregaande verzelfstandiging en mogelijk zelfs naar privatise- ring in een verdere toekomst. We herkennen de voortekenen: responsabilisering, verdoken enveloppefi- nanciering, bureaucratisering, een steeds verder terugtredende overheid. (…) Dit is een besparingsopera- tie die een hoogstaand en efficiënt, kansarmoede bestrijdend onderwijs onmogelijk zal maken.’

De uitbouw van het AG heeft ook nieuwe functies en postjes gecreëerd, ten koste van de werkingsmid- delen van de scholen, terwijl het onderwijzend personeel er niet altijd de meerwaarde van inziet. Geen wonder dat het personeel in maart 2011 staakte tegen de plannen van schepen Voorhamme en de top van het AG om het personeel meer flexibiliteit en langer werken op te leggen.

Tot tien jaar geleden konden kuisvrouwen statutair benoemd worden, met een vaste betrekking en een degelijk overheidspensioen. Vandaag is het onderhoud van de stedelijke scholen overgedragen aan de privé, dat wil zeggen: aan steeds wisselende en onderbezette kuisploegen en aan interims. Met precaire contracten. En de sociale rol van de poetsvrouw, die soms een ankerpunt was op een school: als eerste hulp bij ongevallen, conciërge enzovoort, gaat zo teloor. En er wordt steeds minder gekuist. 

De visie van de PVDA+

Gratis onderwijs: een basisrecht.

Onderwijs is net als gezondheidszorg en wonen een basisrecht. De overheid heeft dus de plicht voor iedereen onderwijs te garanderen.

De leerplicht is een verworvenheid van de arbeidersbeweging die ijverde voor het verbod op kinderar- beid en voor de eis dat ieder kind moest leren lezen en schrijven. Die eis geldt vandaag ook nog, alleen is de rol van de school gewijzigd. De socialisatie van de negentiende eeuw is niet die van de eenentwintigste eeuw. Leren lezen en schrijven alleen volstaat niet meer.

Daarom is het goed dat bijvoorbeeld zwemmen en seksuele opvoeding in de eindtermen zijn opgeno- men. Het is allemaal onderdeel van: de kinderen voorbereiden op de complexe maatschappij. Hen kritisch en weerbaar maken en hun talenten helpen ontwikkelen. We willen immers op alle creativiteit en vinding- rijkheid beroep doen om aan de uitdagingen van de wereld van morgen te werken. Het onderwijs moet een hefboom zijn voor sociale emancipatie en gelijkheid.

Vanuit deze visie komt de PVDA+ op voor gratis lager en secundair onderwijs. De PVDA eist dat het on- derwijsbudget wordt opgetrokken naar 7 procent van het bruto binnenlands product, zoals dat voor 1980 het geval was. Als we het erover eens zijn dat het onderwijs een van de basispijlers van de moderne de- mocratie is, als we het erover eens zijn dat het onderwijs een emanciperende en socialiserende rol kan spelen, dan is 7 procent – nog geen tiende – van het bbp het minimum. En zijn de klassen niet te groot, Is de infrastructuur niet aan renovatie toe? Er is echt nood aan een Marshallplan om grondig te investeren in het onderwijs.

De PVDA+ komt op voor kleinere klassen.

Ze zijn cruciaal voor het slagen op school. Met kleinere klassen kan je sneller ingrijpen en problemen verhelpen. Het Amerikaanse STAR-onderzoek heeft de resultaten gemeten als leerlingen gedurende vier leerjaren (op de leeftijd van 6 tot 10 jaar) met 13 à 15 dan wel met 22 à 25 in een klas zitten. De leerlingen uit de kleinere klassen boekten over de hele schoolloopbaan een gemiddelde leerwinst van meer dan een jaar en behaalden aanzienlijk betere resultaten in het hoger onderwijs. De leerlingen van lage sociaaleco- nomische afkomst haalden het meest voordeel bij kleine klassen.

Kleinere klassen, dat vergt extra leerkrachten. Teveel jonge leerkrachten verlaten al snel het onderwijs. Daarom moet er opnieuw een vervangingspool komen, die voor een volledig schooljaar werkzekerheid biedt. Jonge leerkrachten moeten sneller vast benoemd kunnen worden. Bijkomende leerkrachten zijn ook nodig om in steden als Antwerpen het groeiend aantal kinderen op te vangen. De PVDA+ wil via de miljonairstaks (opbrengst: 8 miljard euro per jaar) het onderwijs in België met 1,6 miljard euro herfinan- cieren. Daarvan zou 1 miljard euro dienen voor de aanwerving van 25.000 extra leerkrachten.

Investeren in scholen en in onderwijs.

De PVDA+ stelt voor jaarlijks 300 miljoen van de opbrengst van de miljonairstaks te investeren in de bouw en renovatie van scholen. Dat zou voor veel ouders de stress wegnemen dat hun kind nergens terecht kan tenzij in een gettoschool. Een school met een sociale mix is de beste garantie voor het leren samen- leven van kinderen en voor de opbouw van het sociale weefsel. Terwijl sterke leerlingen meestal in elke klasgroep goed presteren zullen zwakkere en kansarme leerlingen meer baat hebben bij een heterogene klasgroep, in een sociaal gemengde school.

De PVDA+ verwerpt PPS-constructies om het scholentekort op te vangen. PPS komt erop neer dat het privékapitaal – in dit dossier: Fortis Real Estate (Ageas) en BNP Paribas Fortis Bank – met de winsten gaat lopen en de overheid opzadelt met aanzwellende schulden.

De PVDA+ verwerpt ook de verzelfstandiging van het stedelijk onderwijs tot een autonoom gemeente- bedrijf . Het is een alibi gebleken voor de afbouw van de middelen.

Voor een polyvalente scholing en ontwikkeling.

De PVDA+ komt op voor een veelzijdige vorming waarin iedereen een goede basis krijgt van algemene, wetenschappelijke en technische kennis en vaardigheden. Een vorming die ook handvaardigheden, li- chamelijke opvoeding en sport, muzische en beeldende vorming (expressie) bevat. Wij willen een school waarin alle kinderen slagen, ook diegenen die het van thuis uit sociaal en financieel moeilijk hebben. Dat is mogelijk, als de wil en de nodige middelen voorhanden zijn.

Opgelijst: het onderwijs dat de PVDA+ droomt, heeft de volgende doelstellingen:

  • Bijdragen tot een evenwichtige en alzijdige ontwikkeling van het hoofd, het hart en de handen.

  • Jongeren voorbereiden om in de maatschappij hun weg te vinden. Als burger, consument, werk- nemer, ouder…

  • Alle jongeren de nodige kennis en vaardigheden bijbrengen om de wereld in al zijn dimensies te begrijpen.

  • Grijpen, begrijpen, ingrijpen. Inzicht is beste basis om op te komen voor een rechtvaardige we- reld.

  • Voorbereiden op de beroepsloopbaan.

  • Met wetenschappelijk onderzoek in dienst van het volk.

De voorstellen van de PVDA+ 

  1. Betaalbaar onderwijs. Gratis lager en secundair onderwijs.

    Maak alle uitgaven voor schoolmateriaal en schoolactiviteiten die noodzakelijk zijn voor het bereiken van de eindtermen in het basis- en secundair onderwijs kosteloos.

    Indexeer hiertoe de werkingsmiddelen opnieuw. Nu zijn ze door de Vlaamse regering (CD&V, sp.a, N-VA) geblokkeerd.

  2. Kleinere klassen, dus meer leerkrachten.

    Beperk de klassen van het kleuteronderwijs en de eerste drie leerjaren tot 15 leerlingen en in de drie hoogste jaren van het lager onderwijs tot 20 leerlingen.

    Engageer 1200 extra leerkrachten in alle onderwijsnetten in Antwerpen.

  3. Voor elk kind een plaats in een sociaal gemengde kwaliteitsschool.

    Tegen 2025 zijn er in Antwerpen 30.000 nieuwe plaatsen nodig in het basis- en secundair onderwijs. Investeer daarom jaarlijks 25 miljoen euro (vanuit de federale miljonairtaks) in de bouw en renovatie van scholen in alle netten.

    De PVDA+ pleit voor een inschrijvingsbeleid dat alle kinderen een plaats garandeert in een toegankelijke en sociaal gemengde school: in de buurt of gemakkelijk bereikbaar via openbaar vervoer of schoolbus.

  4. Een stedelijk onderwijs dat het voorbeeld geeft.

    Het stedelijk onderwijs moet opnieuw een emancipatorische voortrekkersrol spelen. Trek de bijpassing van de stad voor het stedelijk onderwijs terug naar omhoog en maak de verzelfstandiging ongedaan.

Vervolg:

2.5. Recht op een financieel gezonde stad

Je kan het hele programma downloaden in PDF formaat: klik hier


Schrijf als eerste een commentaar

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.

Klaar om de bevraging voor jouw stad in te vullen?