2.12 Recht op jong zijn in de stad

2.12 Recht op jong zijn in de stad

Vaststellingen.

Bijna een derde (29,8 procent) van de inwoners van Antwerpen is jonger dan 25 jaar. De stad telt 76.729 kinderen tussen 0 en 11 jaar, 30.905 jongeren tussen 12 en 17 en 43.160 jonge mensen tussen 18 en 24. De ruimte die beschikbaar is voor deze groep, is duidelijk niet in verhouding met het aantal dat ervan gebruik moet maken. Dat er zo weinig geschikte plekken zijn voor de opgroeiende jeugd is dan ook een van de (weinige) punten waarop de stad Antwerpen gebuisd wordt door haar inwoners. (Cijfers Stadsmonitor).

Er is nood aan een divers aanbod.

Deze groep jongeren is bijzonder divers, dus moet het aanbod voor hen dat ook zijn. De stad laat momenteel wel ruimte voor het initiatief van de jongeren maar dat beperkt zich tot de kleine groep die de weg naar het stadhuis al kent of die al deel uitmaakt van jeugdraden. Om te weten aan welke noden ze tegemoet moet komen in de stad of in de wijk, moet de stad niet wachten op het initiatief van de jongeren. Ze moet ook zelf de mening vragen van alle jongeren, ongeacht hun afkomst.

Inspraak.

De meeste jongeren mogen nog niet stemmen en niet alle jongeren zijn even mondig. Er moeten dus alternatieven geboden worden opdat er wel naar hen geluisterd zal worden. We stellen vast dat de maatschappelijke onverdraagzaamheid ten aanzien van jongeren groeit. In plaats van de jeugd te zien als de toekomst, wordt ze meer en meer gezien als bron van overlast.

Langetermijnstrategie.

Momenteel is er een sterk groeiende groep van min 11-jarigen. Nieuwe ruimtes voor deze leeftijdscategorie mogen dus niet ontbreken. Maar deze grote groep wordt snel ouder. Er moet dus ook voor de 12 tot 24-jarigen geïnvesteerd worden. De stad dient ruimte en infrastructuur te voorzien die toegankelijk is voor alle jongeren uit deze groep, met speeltuinen maar ook met fuifzalen, lokalen en publieke ruimtes waar jongeren zich kunnen laten zien en horen.

Het tekort aan ruimte voor de opgroeiende jeugd manifesteert zich in onze stad op twee niveaus.

Enerzijds is er een tekort aan (goedkope) fuifzalen en andere uitgaansmogelijkheden. Uitgaan in Antwerpen is duur. Ook zelf iets organiseren is niet goedkoop want het gros van de zaken is in privé-handen. Zo wordt uitgaan onbetaalbaar en onbereikbaar. De stad tracht dat op te lossen door tussen te komen met subsidies voor bepaalde projecten of organisaties maar die subsidies komen toch terecht bij de privé-eigenaars. Beter ware het dat de stad opnieuw zalen in eigen beheer zou hebben.
Anderzijds is er in Antwerpen ook een tekort aan publieke ruimte waar jongeren gewoon kunnen samenzijn zonder daarvoor diep in de portefeuille te moeten tasten. Pleintjes of parken met ontspanningsmogelijkheden zoals skaten, voetbal- of basketbalveldjes zijn er te weinig en bijna nergens is er sanitair aanwezig of overdekking voor slecht weer. De meeste publieke plaatsen in Antwerpen worden gedeeld door verschillende soorten gebruikers. De verschillende verwachtingen en behoeftes kunnen hier voor conflicten zorgen. Als er meer specifieke plaatsen voor jongeren komen, vooral pleininfrastructuur voor +14-jarigen, kan dat probleem verminderen.

Heel wat jongeren in onze stad hebben het gevoel dat ze niet worden gehoord en worden bestraft terwijl ze niks verkeerd doen. Op sommige plaatsen mag je niet rondhangen met meer dan drie, op andere plaatsen wel. Politiecijfers tonen aan dat het aantal processen-verbaal in het kader van GAS voor minderjarigen in Antwerpen het laatste jaar verdubbelde. Bovendien deelt men het merendeel van die boetes uit aan jongeren in kansarme buurten zoals Kiel en Antwerpen Noord.
De PVDA+ steunt de oproep van de Antwerpse Jeugdwerkers: “Jongeren hebben plaatsen nodig waar zij kunnen samenkomen met vrienden, zonder plannen te maken, te consumeren of deel te nemen aan een gestructureerd vrijetijdsaanbod.”

De visie van de PVDA+

Investeringen zijn hier nodig: in extra ruimte maar ook in buurtwerkers en jeugdanimatoren om de ontmoeting tussen verschillende gebruikers te stimuleren en wederzijds respect te ontwikkelen. Zo kan je de perceptie vermijden dat ‘jongeren enkel voor overlast zorgen’, in de publieke opinie en ook in de buurt zelf. Zo kan je bij problemen ook naar oplossingen zoeken die rekening houden met alle partijen.
Nu is het plaatje: in de stad met een gebrek aan publieke ruimte eisen jongeren hun eigen plek op en daardoor worden ze dan in een slecht daglicht gesteld. Hangjongeren werd een scheldwoord maar ook de benaming voor een subgroep bij de delinquente jongeren. ‘Hangjongeren’ zijn niet meer welkom en voor elk gedrag dat als storend ervaren wordt, hoor je pleidooien om dat strafbaar te maken. Maar het blijft onduidelijk wat de norm is en wie deze norm bepaalt. Feit is dat er dikwijls geen oog is voor de leefomstandigheden van de jongere, die nochtans mee aan de basis liggen van zijn of haar gedrag.

Naast investeringen in publieke ruimtes, moet de stad ook investeren in extra fuifzalen – in handen van de stad – die goedkoop en goed bereikbaar zijn. In elk district moet er dus minstens één locatie zijn waar fuiven georganiseerd kunnen worden. Bovenop de voorziene twee zalen in het stadscentrum.
Ook op het vlak van jeugdhuizen moet de stad extra investeren. Niet alleen voor bestaande initiatieven maar ook voor nieuwe. De jeugdhuizen vormen binnen de jongerencultuur een specifiek segment dat gericht is op participatie. Daar kunnen jongeren uit de buurt elkaar ontmoeten, meehelpen aan een aanbod voor de rest van de buurt, mee een programma ontwikkelen, uitwisselingen creëren met jeugdcentra in andere buurten… De voordelen zijn zo talrijk, dat extra investeringen hier heel nuttig zijn.

Ook voor de vrijetijdsbesteding is er nood aan investeringen. Extra lokalen waar organisaties terechtkunnen, vernieuwing van bestaande lokalen… Die lokalen moeten niet per se bovenop de bestaande infrastructuur komen: je kan ook creatief omspringen met het bestaande stadspatrimonium.

De voorstellen van de PVDA+

  1. Elk jaar een grote jongerenenquête bij alle jongeren om de behoeftes in kaart te brengen.
  2. Meer aandacht voor het aspect ontmoeting in de inrichting van de openbare ruimte: brede voetpaden, verzorgde pleintjes die bruikbaar zijn voor informeel sporten (bv. voetbal, basket en skaten), meer bankjes en vuilbakken.
  3. Cultuur voor en door jongeren: samen met jeugdwerkers en buurtwerkers oplossingen aanreiken en uitvoeren.
  4. Fuifzalen in alle districten, bovenop de twee voorziene zalen in het centrum van Antwerpen, onder het motto: betaalbaar en bereikbaar. Openhouden van muziekclub Petrol.
  5. Publieke ruimte openstellen voor jongeren in elke wijk, met mogelijkheid tot ontspanning, publieke toiletten en schuilmogelijkheden bij slecht weer.
  6. Initiatieven voor wederzijds respect aanmoedigen. Meer inzetten op buurtwerkers en jeugdmonitoren
  7. Geen GAS-boetes uitdelen aan minderjarigen.
  8. Lokalen en speelpleinen van buurtscholen en andere gebouwen van de stad gratis openstellen voor jongereninitiatieven.
  9. Projectmatige initiatieven die de stad onderneemt voor jongeren, bijvoorbeeld Europese jongerenhoofdstad, evalueren en indien positief verlengen.

 

Vervolg:

2.13. Recht op cultuur, sport en verenigingsleven

Je kan het hele programma downloaden in PDF formaat: klik hier


Schrijf als eerste een commentaar

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.

Klaar om de bevraging voor jouw stad in te vullen?